Annunciatie en Geen Kerstcantate

Nu nog een aar gedichten uit een gedichtendienst die ik mee mocht maken. De opzet was heel sterk: laat de gedichten hun werk doen. Geen preek houden. Prima. Thema Advent.
Het lijkt er misschien op dat ik er nu wel een preek over houdt! Maar ik zie het meer als: ik leg wat vast van de gedichten, die daar en toen ter sprake kwamen, en deel dat met wie maar wil. Ik geef meteen toe, dat het geen concluderende verhandelingen zijn. Meer de trant van:  zo gingen de ge-dicht-en voor mij open. Niet ter plekke, maar ik ben blij dat ik er wat tijd voor kon nemen.
Ik kom niet aan alle gedichten toe; er is te veel.
Goed.

Het eerste gedicht verklonken; bemoediging en drempelgebed gezegd; lied gezongen: 441:1 Hoe zal ik u ontvangen. Mooi in nieuwe woorden van Sytse de Vries. Waard om er meer coupletten van te zingen.

mariaboodschap2

Annunciatie 2

Dan over de grote ontvangst: Annunciatie van Adriaan Morriën (Hartslag (1939)) Maria boodschap.
De overweging van Maria: en als dat aanstaande kind hier straks inderdaad rondloopt; werkelijkheid geworden is in dit huis. Dan is hij voor haar een ‘onherstelbaar mens’. De mens die niet meer weg te repareren is; ongedaan te maken, weg te moffelen. Het lijkt me sterk dat de dichter die kant op gaat, maar ik wel. Zegt meer van mij dan van de dichter. Een paar weken later kom ik ook uit bij de ‘knecht des Heren’ uit Jesaja 53 bijv.
De peinzende Maria die in dit gedicht mediteert is onder de indruk dat zij door dit kind blijkbaar ‘wat volmaakt wezen wezen moet’ ‘tot sterfelijkheid ontvangt’. Dat roept een enorme spanning op. De spanning van waarom God mens werd. En het daagt me: Maria doet niet aan theologie en dogma. In twijfelzucht en pijn wil/zal ze het kind ontvangen en tot leven brengen. Letterlijk. Zo ‘raakt ze aan het geheim van haar kind’.
Jezus Gods ultieme dichtwoord.

Heb ik hier als man het nakijken….
Ik wil er niet geheimzinnig-ingewikkeld over doen, maar advent en Kerst worden behoorlijk opgeleukt met glitter en tierlantijn ,- houd dan maar eens koers op het geheim. Levensgeheim; je zou toch verder moeten zien te komen dan de gezelligheid. Verder ook dan je stekend gemis of verdriet.

RuitKerst

Kerstmis

Hans Andreus dan. Blij dat hij ook van de partij is. Ik ben steeds weer achter adem van zijn gedichten van het licht (in het licht etc). We horen ‘Geen Kerstcantate‘. Op zoek naar het alledaagse licht waar het kind van is. ‘Aan deze kant van de tijd’. Het zoveelste gedicht dat ons laat proeven dat Kerstmis het gevaar in zich heeft om te verheven te worden; dus geen werkelijkheid. De prachtigste cantates halen het niet bij ‘een beetje gerechtigheid’. Je kunt cantates niet vaak genoeg horen, misschien; maar deze doordenker ook niet. Anders ‘houdt het licht het koud’.
‘Het licht dat van puur licht
kind is en licht’.

Ja, dat is mooi. Mooi warm ook.
We hadden daarvoor nog een intens lied (voor de helft) gezongen. Lied 445: 1 en 3. Een compendium wijst op Jesaja 60:2 en strofe 3 en 4 zingen op de spanning van duisternis en licht. Vandaar ‘zwart’.