Armando achterna

Op een keer loop je tegen werk van Armando op. Ik heb verslag gedaan van toen (2014) ik hem in MOA bezocht.

Ik was toen al lang verkocht. Of misschien beter gezegd: ‘verslagen’.
Goed.
Dit moest noodzakelijk geschilderd worden.

Met name gaat het me dit keer om zijn schilderijen die hij met ‘körperlich’ aanduidde. Jaren ’80. Ik vind dat geen titel, eerder een voorteken of zo; een motto.
In een boekwerk heb ik er drie adembenemende afbeeldingen van. Maar zie bijvoorbeeld hier.

Van tijd tot tijd zit ik erbij te mediteren. Verbijsterend simpel eigenlijk, wat je ziet.
Veel zwart: lomp, massief; een beetje rood naar de rand geschilderd. Niet eens alles erop en eraan. Een brokstuk. Oer. Ook heel gespannen.
Het zal je lijf maar wezen!
Je denkt met enige argwaan: afgehakt, mismaakt. Je ziet het menselijk.
Is het niet fier dan?
In witte achtergrond is hij met wat zwart/grijs aan de gang is geweest. Legt hij zo een link naar het motief ‘schuldig landschap, dat aan elke achtergrond hecht?

Krijg maar eens zoiets lijfelijks op een tweedimensionaal doek! En je weet dan dat de lijven van een Rubens die naam niet meer verdienen. Armando schildert lijven die alleen moeten leven.
Of dat niet meer kunnen.
Zo zeker is dat allemaal nog niet bij hem. Nooit.

Het gaat niet over lust, erotiek,- of heel zwarte. Er zit erg veel aarde in. En je kunt je er bloedig aan vergrijpen.
Ik maak me sterk dat Armando die invalshoek met name heeft willen benadrukken. Het kwaad dat met lichamelijken te bedrijven is. Mensen zoals wij. Hij weet ons altijd in een ‘schuldig landschap’: dat hoeft hij er niet meer bij te schilderen. Dat heeft hij eens en voorgoed gedaan. Al kan hij zich niet vaak genoeg herhalen.
Heeft het werk misschien ook te maken met ‘maakbaarheid’ ? Wat de moderne wetenschap bezig is aan het lijf te versleutelen. Zie mijn gedachten onder Homo sapiens 2.0.

En op een gegeven moment is mediteren overgegaan in zelf schilderen. Het lijkt immers zo eenvoudig.
Ik heb zijn ‘formule’ een paar keer gebruikt. En toen kreeg ik dit.

 

 

Mijn schilderijen zijn wel doortrokken van het besef van onheil dat de lijven boven het ontbrekende hoofd hangt.
Ik heb geëxperimenteerd met zaagsel door de verf te mengen en reliëf aan te brengen. Een horizontaal ‘körperlich’, zoals de eerste, ben ik bij mijn weten in het werk van Armando niet tegen gekomen. En ik heb mij vrijheden met het rood veroorloofd die hij niet gebruikte.

Ze kregen als verwijzing mee: “Armando achterna”. Ik besef dat ik hopeloos achter blijf liggen. Hij zal altijd ver voor liggen.

Ik schreef dat Armando zijn doeken noodzakelijk moest schilderen. Ik ben al lang blij dat ik deze stukken hardboard mocht maken.

NB. Dus je bent gewaarschuwd, als er binnenkort verdacht goedkope ‘Armando’s’ op de markt komen.

Advertenties