Job 1 en een karikatuur van God

Waardevolle….

Job is een uitdagend boek. Na al die 40 hoofdstukken zeg je nog niet: “Zie zo nu weet ik het. Hij heeft gelijk. Klaar. Zo is het maar net. Nou weet ik zeker en vast hoe het zit met God en het kwaad dat goede ANDERE mensen treft.”

Neen, lezing van het boek Job maakt jou niet immuun voor het niet eerlijke kwaad dat jou zelf treft, of je kind! Je bent met Job op zak niet immuun voor jouw eigen ellende van Alzheimer of kanker. Of van je lief. En dan heb je het nog niet eens gehad over het kwaad waarmee wij de levens van andere volken helpen verwoesten. NB: Nederland is in oorlog.
Job geeft lange lappen theorie, maar daarna moet je de ellende nog een plek geven in de praktijk van jouw leven.
Er is heel wat te zeggen voor de frisse houding van: “Het boek Job gaat mij boven de pet,- laat maar: ik ga wel iets diakonaals doen: vluchtelingenopvang, protest tegen nog meer bewapening; gespreksgroep tegen homohaat; Amnesty International. Stop kanker; stop plastic.

Dat gezegd zijnde lezen we vanmorgen tot aan Job die zegt, dat hij naakt ter wereld kwam, met niks sterft; en dat de Heer zowel gaf als nam. Geen speld tussen te krijgen en de verteller zet een mooie krul onder dit statement: “Job maakte God geen enkel verwijt”. We weten dat dat nog komt. De lange gesprekken zijn nog niet aan de beurt.
Eerst wat over Mijnheer Job.

Job is één van de deelnemers aan dat gesprek dat komt. Een steenrijk mens. Hoe hij eraan gekomen is, speelt nu geen rol. Job is gewoon enorm rijk. Punt.

Hij is zelfs rijk aan kinderen. Maar denk niet dat nu Het Grote Gezin het thema wordt. Er wordt niet eens behandeld of Mevrouw Job dat allemaal wel aan kon.
Die kinderen zijn ook wel o.k. Ze gaan zelfs feestelijk bij elkaar op bezoek. En we denken maar niet meteen aan jetsetachtige orgiën. Hoewel Vader Job met zijn offers zo zijn gedachten heeft. Maar het thema is niet:  EVENTUELE zonde en vergeving en berouw, en de opvoeding van je (volwassen) kinderen.

Die rijkdom, de kinderen en hun feesten, en de offers zijn alleen maar inkleding.

Job is een rijk man met veel kinderen. En scheutig met offers. Dat was in die tijd een rechtvaardig en onberispelijk mens. MAAR….

Langzaam wordt naar het echte gespreksthema toegewerkt.

Deze Job komt ter sprake in een of ander gezelschap rond God. Soort raadskamer. Dat is natuurlijk ook aankleding van het verhaal. Aardige opzet van de schrijver. Wel blijkt er een opvallende niet-lid aanwezig te zijn. Satan.

Ik hoop wel dat u daar niet vlakjes overheen leest.
Want wat je nu leest van 5-12 is eigenlijk te erg voor woorden. Een weddenschap tussen God en Satan. Nou leuk toch! Waar maak ik me druk om.

Neen niks leuk en aardig; niks interessante gast die satan. DAT IS DE TEGENSTANDER. Die komt niet voor een glaasje prik en de snacks! Die heeft hier bij God principieel niks te zoeken.

Ja, ik erger me aan de manier waarop God hier getekend wordt: armpje drukken met de Boze. Als gelijkwaardigen die met elkaar wedden. Met als inzet – dat wil je niet horen –  de knechten en kinderen van die steenrijke Job en de duizenden dieren die ook nergens om gevraagd hebben. Als grote mannen onder elkaar: “Ga je gang maar, doe maar de ergste dingen met weerloze mensen en dieren.”

Er is een popsong van Chris de Burgh waarin God zit te kaarten met de duivel om de zielen van de mensen in de Spanish train. Dat is ook zo iets. Heel benauwend.
Of neem een verhaal waarin Jezus duizend boze geesten uit een kapotte mens uitdrijft, en dan komt die zwerm boze geesten er nog mee weg ook: die krijgt van Jezus toestemming om in een kudde zwijnen te varen. “Het mag van Jezus!”. Dat is ook zo’n verhaal dat niet hoort. Jezus die onder één hoedje speelt met DE TEGENSTANDER – het moet niet gekker worden.

Ik heb er de grootste moeite dat God hier zo neergezet wordt in Job 1. Alsof Satan van God toestemming krijgt voor zijn verwoestend werk met mensen. “Ga je gang, van mij mag het”! Bijna als goede vrienden onder elkaar. Huiver daar maar flink van; en leg het dan naast je neer als ‘aankleding’ van de schrijver. Denk vooral niet dat dit de goede manier is om over God te praten. Beetje gedurfd en lollig. Je weet wel beter. Als God over mijn hoofd heen , achter onze rug om spelletjes speelt met de Boze is Hij niet te vertrouwen, als je goed nadenkt.

Neen, dat is nu juist het beeld van God dat in de komende gesprekken ter discussie staat en aan flarden gaat, gelukkig.

Maar ondertussen is dit vaak WEL de karikatuur van God waarmee uw moderne heidense vrienden aan komen dragen; of wat in de religieonvriendelijke  talkshows strijk en zet gehanteerd wordt. Of in de boeken van schrijvers die van hun geloof moesten afvallen. “HOE KAN GOD DIT OF DAT NU REGELEN OF TOESTAAN!”

En het is vaak aanwezig in ons eigen vragen over God. OMDAT HET ZO LEKKER SIMPEL IS. “Iemand moet het kwaad toch gemaakt hebben; dus moet God dat toch wel zijn?! Wie anders!? HIJ is toch almachtig; wij niet!” Neen, zo simpel is het niet. Daar gaan die 40 hoofdstukken van het boek Job over: STOP MET DIE KARIKATUUR VAN GOD.

Maar goed, de weddenschap staat

en in het kader daarvan krijgt  Job 4 enorme mokerslagen te verwerken. Alles wat je maar verschrikkelijk kunt noemen gebeurt op die ene dag in huize Job. Het vee wordt geroofd; er is blikseminslag; nog meer vee wordt geroofd, nog meer knechten gedood; nog een natuurramp en de kinderen dood.
En daar zit je dan. Wat moet je dan. Wat zeg je dan? Volledig gestript. Het thema komt in duizenden films of boeken voor of op het vluchtelingen nieuws. Dat je hele leven van je afgeschraapt wordt. Je bent compleet nergens meer. Dan ga je toch denken: “Wat zit daar achter?!” Dat dode kleutertje op het strand laatst. Hoe geef je dat een plek in je leven. Het waarom van de stille tochten….

Job is niet meteen van ‘diep adem halen en dan maar opnieuw beginnen’. Hij had best nog reserves en met wat invloedrijke vrienden komt hij die slagen wel weer te boven. En na een tijdje kunnen ze misschien aan een nieuwe generatie kinderen denken. Ja, die kant zou de verteller ook op kunnen, maar dat doet hij niet. Hij zal er aan het einde van de gesprekken nog wel even een happy end aan breien. Maar eerst wordt er nagedacht. Heel diep; heel lang. En gepraat. “Is dit wel eerlijk?” “Waaraan heb ik dit verdiend?” “Hoe zit het leven eigenlijk in elkaar?”

Wel, Job staat op. Maar alleen om zich in rouw te kleden. Even later zit hij verpletterd op de grond. Maar de verteller laat hem hier nog alleen maar ietwat afstandelijk zeggen dat ieder mens komt met niks in de wereld. En je neemt niks mee als je sterft. Hij had eerst ook wel eens Mw Job in zijn armen kunnen nemen, want die heeft ook 10 kinderen verloren. Maar zo’n verhaal is het nu ook weer niet.

En hij stelt dan  vlakjes vast dat de Heer heeft gegeven en de Heer heeft afgepakt. Objectief helemaal goed. Je zou het met hem eens moeten zijn,-  en je zou God zijn gang maar moeten laten gaan, want je kunt toch niet tegen Hem op ….. als het niet zo zeer deed!

Als we over 14 dagen in de avonddienst Job 2 en 3 lezen komen de hoge woorden er wel uit. Dan vervloekt Job dat hele rotleven dat hij lijdt en zijn we helemaal bij het grote thema: wat heeft God te maken met het kwaad dat mensen treft. Waar je als mens geen greep op hebt. Wat je oploopt. Wat dat betreft tot over 14 dagen.

Ik eindig nu met deze opmerking: Het boek Job gaat niet over het kwaad dat goede of slechte of monsterlijke of banale mensen aanrichten. Maar over wat GOD uit te staan heeft met het echte leven. HET LEVEN ZELF KLOPT NIET. Het leven draait niet om “Het klopt, want ik heb het na kunnen rekenen”. Op zich blijft leven een raadsel. Of je dat nu leuk vindt of niet. Of het je nu goed gaat of slecht.

Daarom draait het leven om dat andere raadsel: Liefde. Dat legt het vaak af tegen al die vormen van kwaad die we in omloop brachten. Dat is waar.

We gaan voor het stille licht van een nieuwe morgen. Lied 818. Wij leven van het mysterie van de God van Job die belooft dat we niet verloren gaan in duisternis van niemandsland.

Er is doorkomen aan, Job, Mw. Job, kinderen en knechten van Job! Vrienden van Jezus. Amen.

Advertenties