Job 38 e.v. Gods antwoord aan Job

(Voor zondag 8 Juli en 5 Augustus 2018)

De situatie is deze: Daar hebben 4 mannen vele hoofdstukken moeite gedaan elkaar te overtuigen OVER God zus en God zo. Ze kunnen elkaar maar NIET overtuigen. Ze schieten niks op. Drie vinden dat ze God prima snappen: God doet geen onrecht. Alsof zij erover gaan; als een religieuze keuringsdienst van waarde: gecontroleerd en geselecteerd en o.k. bevonden. God is. o.k.
En een blijft maar roepen: “God doet mij onrecht: er is geen reden voor zoveel leed aan goede mensen”. Deze Job, want die is het,  had al van de verteller gelijk gekregen, want in hoofdstuk 2 staat letterlijk dat God ZONDER OORZAAK die emmer ellende over Job heeft uitgegoten. ZONDER REDEN…. Ik was zo vrij daarvan te zeggen dat dat erger, amoreler is dan elk menselijk vergelding- systeem. Zeer bedenkelijk godsbeeld gebruikt de verteller hier. God die achter jouw rug om smoest met de vijand. Je wilt er niet aan denken! AFGODSBEELD waar het boek Job vanAF wil.

Hevige gesprekken.  Eerst met zijn 4 en toen was er nog een 5e mee komen praten. Ook een heel straffe debater. Een jonge broek wel is waar; die op zijn beurt moest wachten tot de oude bazen leeg waren gelopen. Dan gaat hij helemaal los en zal hij deze Job toch eens van katoen geven.

En weer komen er eigenlijk geen nieuwe argumenten op tafel; het is feitelijk alleen meer van hetzelfde. God is onaantastbaar, dus jij Job zit fout. Deze Elihu krijgt nu geen antwoord meer van Job. Het lijkt erop dat Job er wel klaar mee is.

Die redevoeringen zijn fraai genoeg om ze zelf nog eens te lezen. Mijn leestip is dan deze: Meestal gaat het OVER God. Zowel bij Job als bij de anderen. Ze hebben verklaringen van hoe zij denken dat God in elkaar zit en doet en te werk gaat. Het is theorievorming over het leven, over het kwaad en het lijden daarin. En over de regie van God daarbij. Maar zo nu en dan hoor je Job dat patroon verlaten en SCHREEUWT HIJ DAT HIJ MET GOD WIL PRATEN.

Dat verschil verstaat u. Praten OVER God en praten MET God. Theorie wordt ontmoeting. Wetenschap wordt gesprek, warmte. Kennis kan contact, liefde worden. Talkshow wordt gebed. Burn out wordt stilte. Misschien klinkt er ook wel in door: “Zegt U, God, nu eens tegen mijn vrienden die het zo goed weten dat het ZONDER REDEN is, dat mijn kinderen omkwamen, mijn bedrijf geruïneerd is en mijn gezondheid naar de knoppen. En mijn huwelijk is ook op de klippen gelopen. Zeg dat het ZONDER REDEN is”.

En dan is het zo ver. 38: 1 in plaats van het zoveelste antwoord van Job aan Elihu, komt er een dramatische wending. “EN DE HEER ANTWOORDDE JOB .. VANUIT EEN ONWEER”.

DSC00427

Toen antwoordde God Job… uit een storm

Job krijgt God te spreken! Hoogtepunt. Al dat gepraat van de wijze toppers is tot daar aan toe. Maar nu een GEHEEL andere inbreng. HIj was bijna verzopen in al zijn vragen en redeneringen… MAAR TOEN ANTWOORDDE GOD JOB.  

Ik denk dat de verteller zo wil aangeven dat het om EEN ANDERE INBRENG gaat. Om het gesprek van deze beroemde wijze mannen een andere wending te geven. Die mannen hadden daar een beeld van God opgehangen, waar God blijkbaar niet aan wil voldoen.  Hij wil niet dat we diepzinnig, maar intellectueel en vrijblijvend OVER Hem praten en theorie vormen. Maar Hij wil MET ons praten; contact met ons hebben. God ZOEKT DE MENS.

De verteller stelt blijkbaar vast dat er iets ontbreekt aan ons beredeneerd omgaan met de werkelijkheid. Na al je redeneringen heb je nog niet alles gezegd; er blijft iets over. Er moet nog iets gezegd worden dat je in het kader van de ratio geen woorden kunt geven. DAT IS BIJ HEM GOD. De beeldspraak van “uit het onweer” voelen we wel aan.

God antwoordt Job zelfs in de vorm van een LIEFDESGEDICHT.. Zo betitelt Elie Wiesel het. Het lijkt eerst wel of God ook helemaal gehakt maakt van Job door hem om de oren te slaan met: je kunt dit niet; en waar was jij helemaal toen ik de schepping maakte en zo. Jij met je grote mond! Maar ik lees het met Wiesel toch liever anders. God verleidt Job ahw om WEL dat geweldige leven als schepsel op aarde aan te gaan. Niet omdat Job het gemaakt heeft, maar omdat Job en ieder mens BIJ DAT MYSTERIE VAN LEVEN EN SCHEPPING HOORT!

Job is niet verantwoordelijk voor de opzet van de beginne. Kan hij niet zijn; daar was hij ook niet op uit. Maar de diepste laag van geschapen zijn is dat GOD de mens ZOEKT. God had de hele schepping ook achterwege kunnen laten, maar Hij deed dat blijkbaar niet. Om hem of haar moverende redenen.

Job krijgt van God te horen dat hij er niet bij was toen God de aarde ontwierp; dat Job niks te zeggen had over de wonderen en grootheden van de kosmos en de gang van zaken van de seizoenen en de natuur. Dat wil zeggen: “Job jij bent niet verantwoordelijk voor de wereld die in elkaar zit zoals ze in elkaar zit. Maar dat is niet erg. Vertrouw me aub! Als jij het niet door hebt allemaal- dat verwijt ik je niet echt. Neen.”

God zegt niet dat Job pas recht van spreken zou hebben als hij WEL het ontwerp van de schepping had geleverd; en het werpen van de berggeiten kon regelen en op kon tegen de grote mogendheden: kroko en breedbek. Het is geen verwijt dat Job de oerzee niet opsloot in een vijver en de dageraad niet kon uitnodigen.

Job kan niet zo donderen als God. Hij kan van de krokodil geen huisdier maken.
Daar was Job ook niet op uit. Maar hij had zo’n pijn!

En nu hij laat zich troosten: 42:5  “Maar nu heb ik U gezien!!” Niet als ik heb U door; ik snap u wel. Maar als raadsel. Ik vertrouw U!

Want merkwaardig is en blijft dan dat God niet uitlegt dat dat lijden van Job er prima in past. God erkent uitdrukkelijk aan Satan (in 2: 3) dat Hij Job ZONDER REDEN te gronde laat richten. Er is GEEN reden voor het kwaad. Het past niet. Maar God legt dat niet netjes uit aan Job. Dat kun je ook als kritiek op de verteller noteren. Die is verantwoordelijk voor dat rare vertelmodel.

God legt niet uit dat het wel klopt.

God excuseert zich ook niet voor een wereld waar lijden in voorkomt. Ook het lijden van de goeden. Dat blijft een onopgelost raadsel.

Daar zullen de moderne heidenen in de talkshows ook altijd mee op komen draven: Als God bestaat had hij dat lijden er toch wel uit kunnen laten! MAAR dat is ONZE kortdoordebochtse redenering. Een makkelijk inkoppertje.  Waarom zouden we niet gewoon toegeven dat DIE redenering niet klopt. God kan natuurlijk zeer wel NIET aan onze redenaties voldoen. Of de wijze heren dat maar in hun zak willen steken. Denk je nou toch eens in: als wij God kunnen NA rekenen, als God voldoet aan ONZE specificaties, dan is het toch God niet; dan spreken we toch alleen maar buik?!

Dus wen er maar aan dat je met dit onopgeloste raadsel moet leven.

Wie is God dan wel?

God is niet van mij, in de zin van ik kan hem niet berekenen, maar ik mag wel van God zijn. Daar loopt het op uit. God is een geheim, een mysterie, maar ik mag daar wel deel van uit maken.

Job heeft zijn plaats aangewezen gekregen tussen de schepselen; aan de grens. Tussen kroko en burgemeester Dikkerdak! Tussen de morgensterren en de struisvogel. Als onderdeel van het meesterplan. Niet als de meester van het plan. Hij mag de geheimen in acht nemen; hij hoeft ze niet zelf bedacht te hebben. Het drama van Job is een lied/ een gebed geworden: “Dank U wel God, laat mij genoeg hebben aan die paar vierkante meter die U voor mijn bestaan hebt gereserveerd.
Dank U,  dat U met mij daar staat: aan de bronnen van de intense vreugde over al wat leeft; maar ook aan de grens van waar de waanzin me aanblaast.
Dank U dat stof en as geen vieze woorden zijn. Dat U me mijn kleine formaat niet verwijt: en mijn angst niet en mijn opstand! Ook het geheim van mijn tranen heeft zijn plaats in uw bestek: U zult het niet over het hoofd zien.
God, Ik geef U het voordeel van de liefde dat U ook in dat raadsel van mijn lijden van me houdt! “ Amen

Advertenties