De ultieme agenda van de Kerk

De ultieme agenda van de Kerk

(Bestaat God wel als homo sapiens niet meer bestaat?)

  • Hype

Niet verkeerd die hype over ‘Geloven in een God die niet bestaat’. Maar er is m.i. een meer urgente discussie. Niet over het bestaan van God maar over het bestaan van de mensensoort . Die discussie over het bestaan van God wil ik geenszins bagatelliseren. Ik ga natuurlijk niet over het bestaan van God. God gaat over het mijne geloof ik wel. Maar hoe dan als er sprake van is dat het mensenbestaan in een extremere crisis is geraakt dan ooit het geval kon zijn, letterlijk sinds de Big Bang of Schepping?

  • Antiquiertheit des Menschen

Sinds ‘in de beginne’ heeft de mens de aarde bewerkt en met name de laatste decennia zijn er ongelooflijke dingen gepresteerd. Hij is er alleen niet echt gelukkig van geworden. We hebben nauwelijks iets opgelost van de fundamentele problemen om tot een ‘nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar gerechtigheid woont’ te komen. Onze prestaties zijn ons voorbij, zegt Günther Anders daar van. Daarin is meer misdadigheid uitgedrukt dan glorie van vrede en welvaart. We kunnen zelfs meer presteren dan we ons kunnen indenken. Wij zijn ‘antiquiert’ vergeleken met onze perfecte producten. Dat zou helemaal het geval zijn met onze verbeterde versie mens. Ondanks 20 eeuwen christelijke dogmatiek en kerkelijk beleid is de door haar beleden ‘nieuwe mens’ er nog niet.  Maar er is al wel ‘een nieuwe versie van de mens in de aanbieding’. Dan zijn wij zelf een gepasseerd station.  Laat de speculatieve (?) vraag over ‘bestaat God’ dan maar liggen,- de reële vraag is of homo sapiens straks nog bestaat. Daar gaat dit artikel over.

  • Singulariteit

De stand van zaken is grofweg als volgt. Er is een groots conglomeraat ontstaan van eertijds losse deelwetenschappen die hun krachten bundelden; op basis van computerrekenkracht. Die bundeling gaat gepaard met exponentiële toename van die rekenkracht.  Dat gaat van chemie, natuurkunde, wiskunde tot biologie, geneeskunst, genetica. Er worden kunststof organen en ledematen gemaakt voor in of aan ons lichaam. Er loopt al iemand rond met een derde arm; een extra sterk skelet dat militairen in staat stelt veel zwaardere bewapening mee te nemen dan een gewoon mens kan dragen, wordt beproefd. Computertjes worden zo klein dat die op celniveau reparaties uit kunnen voeren. Vergeleken daarmee zijn de medicijnen die we tot nu toe hebben zeer pover.

 Met name aangaande het menselijk leven zijn er zeer ver gaande technieken ontwikkeld. Fundamenteel daarbij is wel dat het erfelijk materiaal waarmee het leven van mensen doorgegeven wordt, het menselijk genoom, in kaart gebracht is. En de talloze onderdelen waaruit het bestaat komen in principe voor bewerking en manipulatie door de mens in aanmerking. Allerlei eigenschappen en gedrag van de homo sapiens die wij zijn, zouden daarmee in principe veranderbaar zijn. Men ontwikkelt mogelijkheden om beschadigde genen die voor erfelijke ziekten zorgen, te repareren of uit te schakelen. En vlak daarnaast liggen dan mogelijkheden om aan het DNA verbeterde eigenschappen in te bouwen. Te denken valt aan het manipuleren van het proces dat onze veroudering regelt. Het is dan zeer waarschijnlijk dat we onze gemiddelde leeftijd met heel veel jaren omhoog kunnen voeren.

Ook de afdeling Kunstmatige Intelligentie is met verbluffende dingen bezig. De denkkracht van kunstmatige breinen wordt enorm veel groter en is binnenkort zeer wel aan te sluiten op menselijk brein. Daardoor zal op redelijk korte termijn het primitieve werken met toetsenborden en beeldschermen vervangen worden door spraakherkenning en herkenning van non-verbale reacties door kunstmatige intelligentiebronnen. Wat denkt U van een fles wijn, die op uw vragende blik tussen de schappen in de Supermarkt allerlei informatie kan geven? Of van een elftal robots dat omstreeks 2050 de beste wereldselectie voetballers zal verslaan. Of van het schaakspel dat tegen 2035 zal opgelost zijn. 

Doorbraken dus niet alleen op het gebied van spraakherkenning maar ook op dat van perceptie en ‘vision’ en herkenning van emotie, laten we zeggen in de komende 30 jaar. 

Een voorspelling voor de nog langere termijn is moeilijker, omdat er te veel ontwikkelingen tegelijk zijn die op elkaar inspelen. Maar studies als van Kurzweil en van  van de Herik en Postma rekenen met omslagpunten, zogenaamde ‘singulariteiten’. Dan gaat het om grootheden (misschien is het woord meta-gebeurtenis wel op zijn plaats) als de Schepping zelf (of de Big Bang): dan is er geen terug meer. De nederlaag van de wereldkampioen schaken Gary Kasparov tegen DEEP BLUE in 1997 kun je ook als zodanig aanmerken.  “Zo’n singularity point zal steeds vaker voorkomen, op alle gebieden, in diverse gedaanten. We noemen: schaken, dammen, kaartlezen, taalbeheersing, rechtspraak, het herkennen van emoties. Het gehele cognitieve veld zal singularities opleveren.” Dan is er door of na toevoeging van steeds een klein beetje meer van hetzelfde een overstap naar een andere kwaliteit ‘gebeurd’, neen, ‘gemaakt’. Toch is de organisatie zelf van deze zogenaamde emergentie nog allerminst te doorgronden.

Kurzweil (2006) denkt dat DE Singularity omstreeks 2048 zal plaatsvinden. Dan zijn de kunstmatige intelligenties duizenden malen sterker dan menselijke breinen en zijn verbindingen tussen beide types van intelligentie goed mogelijk. We zullen dan de tekortkomingen van ons biologische lichaam en brein te boven zijn. We nemen ons lot in eigen handen. We kunnen leven zo lang we willen (al is dat wat anders dan eeuwig leven). We zullen het menselijk denken geheel begrijpen.

Of daarmee de filosofische discussie over Singulariteit als zodanig wel of niet afgerond is, laat ik hier liggen. Het gaat er om dat de mogelijkheden en bedreigingen die ermee gemoeid zijn serieus worden geagendeerd.

  • Hoeveel kan homo sapiens nog hebben?

Een van de moeilijke vragen die hierbij opduiken is natuurlijk hoe ver gaat dat? Dat weten we niet van te voren. Alles is mogelijk, en zelfs dat is niet zeker. Waar we wel zeker van kunnen zijn is dat toekomstige veranderingen aan de mens of aan het organische leven geen miljarden jaren in beslag zullen nemen, zoals in de biologische evolutie. Voorafgaand aan het in de markt zetten van een complete nieuwe hominide zullen er onderdelen van de mens enorm verbeterd worden. Op de wijze van elke  consumentenmarkt. Met een oplopende schaal van vraag en aanbod. Dat proces is al gaande; al lang. Zonder dat dat als zodanig onderwerp van directe politieke besluitvorming is geweest. Want het lag allemaal geheel vanzelfsprekend in de lijn van de mens die probeert achterstanden op andere schepselen in te lopen. Snellere dieren worden voorbijgestreefd in motorisch aangedreven voertuigen; de mens geneest ziektes, maakt zich immuun daartegen. Hij probeert zijn nageslacht de best mogelijke start in het leven mee te geven, door genetische, sociale en culturele omstandigheden te optimaliseren. Het leven kan comfortabeler, langer ook. De tijd van kleine verbeteringen als een wandelstok, een bril, een telraam, het wiel, windkracht en benzinemotor ligt al lang achter ons. De soort als zodanig was daarmee niet in het geding. Harten werden getransplanteerd en kunstknieën ingezet. Het is maar een klein stapje meer naar heel kleine nanobots die op het niveau van de cel reparatie kunnen verrichten bij ontstane schade en naar embryo’s waar geen geslachtelijk verkeer meer voor nodig is. 

En als we die stap nu dan kunnen zetten, –  komt dan de grens van de mensensoort wel in zicht? 

Als we die directe verbinding kunnen realiseren tussen kunstmatige breinen en de menselijke hersenen, hebben we dan een nieuwe aftakking? Zoals ooit zoveel miljoen jaar geleden homo sapiens zich afscheidde van andere mensachtigen? Hoeveel valt er aan de mens te veranderen zonder de mens zelf af te schaffen, of in te ruilen, of te vervangen? Is iemand die waar kan nemen met direct gebruik van informatie op de ‘Matrix’ alleen maar wat slimmer dan andere schepselen, of wat gevoeliger, wat creatiever misschien? Of is het een wezen, maaksel, (of schepsel toch nog?) van een andere orde? Zijn de wezens die van die geweldige breinen gebruik kunnen maken nog te rekenen tot de klasse ‘zoogdieren’ daarvan de orde ‘primaten’ daarvan de familie ‘mensachtigen’ daarvan het geslacht ‘homo’, kortom de soort ‘homo sapiens’ ? Horen ze nog wel in enige taxonomie?

 Maar dan is natuurlijk aan de orde of deze sterk verbeterde wezens of apparaten ook bepaalde rechten hebben; hoe mag je ze behandelen? Gaan de gewone humanitaire rechten op hen over en hoe zit het met de rechten van de soort homo sapiens: heeft die het recht dat soort te blijven of mag je die soort opheffen uit naam van de verbetering?

  • Mensenwens

De mens komt niet voor zonder een droom van verbeteringen van zijn wereld en van zichzelf.  En allerlei takken van wetenschap en techniek hebben daar al aan bij gedragen. De denkrichting van de transhumanisten staat helemaal bol van de verwachting dat nu eindelijk veel intelligentere wezens dan homo sapiens aan de horizon opdoemen: als een vanzelfsprekende (?) volgende stap in de evolutie, nu onder aanvoering van de hoog geavanceerde technologie van de mens van nu. Maar het heeft in hun ogen iets heel geweldigs als de aloude dromen boven verwachting gerealiseerd kunnen worden. Eigenlijk zijn de Science Fiction-auteurs pure realisten gebleken. 

Maar deze wonderen ontstaan in een tijd dat technische mogelijkheden niet zo zeer keuzes inhouden, als wel zaken zijn die per se gedaan moeten worden. Wat kan moet niet alleen mogen, maar mag ook niet ongedaan blijven. Daarbij is het principieel vrijwel niet mogelijk om de positieve ontwikkelingen te scheiden van bijkomende schade. Want de artefacten zijn er voordat we het kader hebben geschapen waarin ze thuis zouden kunnen horen. Nog afgezien van de mogelijkheid om sommige van deze technieken als offensieve wapens te gebruiken. Zeker bezit de georganiseerde misdaad de nodige creativiteit om er mee te dreigen of er grote schade mee aan te richten. 

Daarom is er naast vreugde over de enorme mogelijkheden om het leven te verbeteren bepaald wel reden voor een zekere bezorgdheid. Daarom: bewust agenderen van de discussie over deze belangrijke thematiek in haar volle breedte.

  • Christelijk geloof en/in de mens van de toekomst

Daar kan de Kerk een belangrijke bijdrage aan leveren, als ze zich zelf tenminste serieus neemt in haar authentieke aandacht voor het welzijn van de mens. De Kerk moet  zich afvragen : ‘Is de technische invulling van de droom van een nieuwe mens ook wat we leerden geloven op gezag van de profeten en Jezus van Nazareth? Is de technologisch verbeterde versie van homo sapiens de vernieuwing naar het Beeld van Christus, waar de Schrift van spreekt; zo niet, wat dan wel? Zo ja, en zo neen waarom spannen we ons daar dan niet veel meer voor in? Als het geweldig mooi kan worden, waar wachten we dan op? Als het noodlottig en ongewenst voor de mens gaat worden,- waarom staan we dan niet op de barricades?’ 

Dit is core business voor de kerk. 

Waarom de Kerk hier dan niet keihard mee bezig is? Wellicht uit een zekere gêne over primitief dreigen met wereldeinde/toekomst etc.

De kerk is blijkbaar (niet?) serieus bezig geweest met de verre toekomst; en niet met de verantwoordelijkheid die de mens voor de toekomstige wereld en mensheid zou kunnen dragen in het kader van de scheppingsopdracht. ‘Beeld van God’ is een groeibriljant. De Kerk heeft bovendien de mens neergezet als boosdoener/zondaar of als slachtoffer van kwade machten naar en in de eindtijd.

Met die instelling heeft de Kerk ook mensvisie in huis gehaald die op een dualisme van ziel en lichaam neerkomt. Met als gevolg een negatieve instelling ten opzichte van aards leven en techniek. En de Kerk realiseert zich nog lang niet dat de Bijbel dat dualisme juist afwijst. 

Als men al in de Kerk het idee heeft dat techniek een bijna autonome macht gekregen heeft, en als men al weet dat de mogelijkheid van een nieuwe hominide meer is dan verzinsel van games, films en literatuur van het Science Fictiongenre dan is er onder de gelovigen toch veelal het gevoel dat dat niet in de Kerk thuis hoort. Daarom gaat veel activiteit op aan andere thema’s. Dat geldt zeker voor opleiding en theologie in het algemeen.

Het komt er in mijn visie op neer dat de Kerk hoognodig achterstallig onderhoud moet plegen ten aanzien van de belijdenis van de mondige mens in relatie met Schepper en schepping. 

De rest is in zekere zin niet relevant. Dat zal allemaal wel te maken hebben met eigen overleven als instituut. Ik wil er geen kwaad woord van zeggen. Maar de Paus stelt ook onomwonden dat er sprake is van een nieuwe sociale kwestie die tot een fundamenteel antropologische kwestie is geworden; er spelen niet maar problemen op het terrein van de arbeidsverhoudingen tussen groepen van mensen, maar de mens zelf is op het meest basale niveau in het geding: het experimenteren met embryo’s, klonering, en ontwikkelingen die daaruit nog kunnen volgen. Niet meer en niet minder. 

Of je nu voor of tegen deze ontwikkelingen bent, of je daarin mogelijkheden voor het voorkomen van groot leed ziet, dan wel aantasting van een voor goddelijk en absoluut gehouden natuurlijke orde, het is wel een kwestie die ‘geregeld’ moet worden. Want de ‘anthropos’, homo sapiens kan na idem zoveel eugenetische maatregelen wel niet meer leverbaar worden. Zoals een verouderde strijkbout. Een nieuwe mensachtige zou kunnen, zoals in de loop der evolutie homo sapiens ooit een nieuwkomer was. 

  • Urgentie 

In de eerste plaats is er het gegeven dat de nieuwe hominide niet geheel willekeurig  opduikt. Er is iemand voor verantwoordelijk; iemand doet het. Het is geen product van toevallige afwijkingen die blijken te overleven. Iemand heeft besloten tot die en die specificaties voor de nieuwe hominide, en die en die kwaliteiten krijgt hij niet. Het is geen natuurverschijnsel, maar menselijke onderneming.

Vervolgens is daar het element van de gewenstheid ervan. Welke verbeteringen willen we eigenlijk? Niemand heeft het daar in een geordende discussie over; maar het betreft wel de mensheid als geheel in een nog niet eerder vertoonde mate. Willen we bijvoorbeeld agressief gedrag van mensen wegwerken? Of neem de kwestie van veroudering. We kunnen het mechanisme van verouderen waarschijnlijk wel in de greep krijgen; maar haal je dan het leven eruit? Hoe verhoudt zich leven  op basis van het organische element Koolstof tot leven op basis van Silicium, zoals wel gesuggereerd wordt. En wat wil het zeggen, als we geslachtelijke voortplanting niet meer nodig hebben om de soort in stand te houden. Is dat een beschadiging, een soort castratie? Dit nog afgezien van de wetenschap-systematische vraag of geneeskunde wel om mag slaan in verbeterkunde.

Een derde element is, dat er niet geregeld is wie mag bepalen wat gewenst is; en op grond waarvan dan wel? Hoogstwaarschijnlijk zullen mensen in Afrika andere wensen koesteren aangaande hun toekomst dan in West-Europa. En er zijn ongetwijfeld veel meer tegengestelde belangen te noemen, zodat het nog maar de vraag is of het wel te regelen valt. En als de mensheid het daar niet over eens kan worden, is dat dan een reden om het hele project van een nieuwe hominide af te blazen? En wie heeft dan wel het gezag om dat te doen, en de macht om het uit handen van de progressieve penose te houden?

Als we een volgende stap in de evolutie voor eigen verantwoordelijkheid moeten nemen, kunnen we ook besluiten die niet te zetten, wellicht omdat we te zeer gehecht zijn aan de huidige uitgave van homo sapiens en dat we zo vertrouwd werden ook met zijn beperkingen dat we die niet willen vervangen door een veel geliktere ‘release 2.0’. Maar de kwestie is, dat we geen wereldorgaan hebben om dat te besluiten. Wat echter allerminst wil zeggen dat het dan ook niet gebeurt. In de huidige kapitalistische samenleving gaat deze of gene multinational wel tot productie over of tot voorlopers die hun eigen negatieve impact meebrengen. 

Maar minstens zo urgent is het om de zegeningen die we van de moderne wetenschappelijke en technologische ontwikkeling mogen verwachten goed te gaan regelen. Het verlangen om ziekte en tekort in te dammen is een van de belangrijkste menselijke elementen die in de loop van een lange culturele successie werden  ontwikkeld. Maar tegelijk moet voorkomen worden dat er een ‘genetische kloof’ zal gaan ontstaan van mensen die wel en mensen die geen verbeterde eigenschappen (voor hun kinderen) kunnen krijgen. 

  • De ultieme agenda van de Kerk

De thematiek van een nieuwe hominide heeft al met al grote urgentie voor de Kerk,  maar in het algemeen is deze problematiek nog niet in het gezichtsveld van Kerk en kerkleden. Ik heb daar al een en ander van gezegd.

Homo sapiens is de enige kerkgaande diersoort. Dat betekent dat het voortbestaan van de Kerk ten diepste staat of valt met het voortbestaan als zodanig van de mensensoort homo sapiens. Kerkrecht, inrichting van de liturgie, diaconaat en oecumene verspelen allemaal hun recht als er geen mens meer is. Kerk is mensen. De ultieme bedreiging van de Kerk komt dan ook niet uit de hoek van een nieuwe theologie of van de ontmoeting met andere religies noch van leegloop of te weinig ambtsdragers maar door het opheffen van de soort. 

Daarnaast is er voor de Kerk nog een vervolgvraag. Stel dat de opvolger van homo sapiens er moet komen om de complexiteit waarin we de wereld gebracht hebben in goede banen te leiden, omdat homo sapiens het niet meer aan kan. Is die nieuwe hominide dan ook in staat te geloven? Daar zit een enorm aantal zeer ernstige vragen aan vast. Die het wezen van religie als zodanig raken. Wat maakt eigenlijk dat levende wezens in staat zijn om religieus te zijn? Welke rol spelen hersenen daarbij? En vergrote hersenen dan? Bestaat God wel voor hersenen van na homo sapiens? 

Van de Herik stelt dat computers van na de Singulariteit wel uit de voeten zullen kunnen met de informatiekant van religie, maar niet met de belevingskant. Hij heeft zeker een punt. Maar dat is toch niet de diepste kern van de kwestie. Ik denk dat hij zich op een of andere manier wel moet vergissen, want geloven valt niet zo te verdelen; valt niet samen met het menselijk brein en is ook niet inherent aan het menselijke van dat menselijk brein (wat dat dan ook precies is). Ik heb nog geen begin van een antwoord op de vraag hoe het dan wel ‘werkt’, maar eigenlijk hadden we dat ook niet echt bij homo sapiens als Beeld van God. Zijn vermogen om te geloven kan onmogelijk gezeten hebben in zijn ontstaan uit geslachtsverkeer van verschillende seksen. Hoogste tijd dus om hier meer inzicht in te verwerven. De Kerk heeft er maar voor te zorgen ook Kerk te kunnen zijn voor een eventuele opvolger van homo sapiens. 

Ik denk op deze manier aangetoond te hebben dat een nieuwe hominide het hart van de Christelijke belijdenis raakt. De Kerk belijdt Godsdienst als een dienst aan de mens. Sinds de schepping van de mens heeft niets de mens zo daadwerkelijk ter discussie kunnen stellen als deze mogelijkheid om hem op te heffen. We zullen zelf beslissen of we onze opvolger zullen lanceren, door een actieve daad dan wel door nalatigheid zulks te verhinderen. Gezien de huidige ontwikkeling van wetenschap en techniek zal de Kerk om moeten schakelen van haar zorg voor de menselijke individu en zijn persoonlijk heil naar het leren behartigen van de belangen van de menselijke soort zelf.

Het zou geen betoog moeten behoeven, dat aan deze ultieme agenda van de Kerk de Status Confessionis moet worden verleend. Anders is de Kerk immers met een afleidingsmanoeuvre bezig en dus met een pseudo-agenda. De ‘Singulariteit’ raakt het hart van de Kerk omdat de Kerk singulier verweven is met het zijn of niet meer zijn van homo sapiens zelf.