Is mijn leven van mij, of ben ik van het leven?

Ik stond bepaald niet op scherp, toen hij langs kwam op mijn TV. De man die zei dat hij 18 jaar eerder dood wilde dan de 75 die in een wetsvoorstel voor levensbeëindiging voorzien werd. “NU!” En niet pas als hij 75 zou zijn.
Hr. Pechtold reageerde gelukkig eerst met een paar seconden stilte. Dan: “Heftig!”.
Het was verkiezingstijd, moet ik erbij zeggen. En ook dat het bij Nieuwsuur (?) was.
Ik weet niet goed wat ik van zijn verdere antwoord moet denken. In een beschaafde samenleving zou dat ooit wel bespreekbaar worden; vond hij persoonlijk,- zoiets.
Ik vermoed dat P. gezien het wetsvoorstel dat zijn partij erover indiende met geen ander antwoord kon komen. Dat daar een leeftijd in werd genoemd, zou strategisch zijn; dan zou het draagvlak voor de wet groter kunnen zijn. Zijn wetsvoorstel is nog niet het ideale antwoord op het probleem van de man maar het zit eraan te komen, als het aan hem persoonlijk ligt.
Of het beschaafder zou zijn geweest als P. dieper op de doodswens zelf van die medemens ingegaan zou zijn? Niet per se. De man was niet gekomen voor stervensbegeleiding. Toen ze er later de onversneden christelijke van der Staaij van de SGP bij haalden opperde die een antwoord als: “Mijnheer, ik kan en wil niets voor u regelen, maar ik wil wel uw doodswens zo integer mogelijk met u delen.” .

Was dit trouwens iemand die een ‘voltooid’ leven had?  Of was dit een helemaal uitgewoond mens, aan wie het leven helemaal niet meer besteed was? Maakt dat voor de discussie niet uit? Ja toch. Want daar ging het wetsvoorstel toch over?  Dat gaat toch niet over euthanasie bij uitzinnig lijden?

Iemand vindt dat deze discussie over voltooid leven niet thuis hoort in verkiezingsstrijd. Neen? Die logica ontgaat me. Als er al een wetsvoorstel aan zit te komen is het al een politiek gegeven. En dan moeten politici zich er voor verantwoorden. Verkiezingsstrijd of niet.
Misschien had de leiding van het gesprek DAT als thema moeten agenderen, en niet ietwat dramatisch deze mens ten tonele moeten voeren.
Toon de kijkers/kiezers wat deze partij gedaan heeft door een wetsvoorstel te durven indienen.
Prik door wat daar achter zit. Informeer. Kweek geen stemming.
Fileer dat zelfbeschikkingsrecht, waar het op gebaseerd is.
Regelt het wetsvoorstel wel het echte probleem, of slechts iets in de zijlijn? Want de grote onbekende is niet de dood, maar het begrip ‘voltooid leven’. Het echte probleem is natuurlijk niet de hulp bij levensbeëindiging maar het lijden of nog liever het leven dat daar aan voorafgaat.
Opmerking van Hr. vd St. snijdt m.i. hout: dat wetsvoorstel schrijft alle wanhopige mensen af door ze af te schepen met een nette regeling om op eigen bestelling te sterven. Hij zei nog net niet: “Wie zijn wij om u dat recht te geven!” En ook niet: “Wat zijn wij voor een samenleving geworden, die u verleidt tot uw doodswens.”

Het heeft alles te maken met het perspectief van waaruit je een (begin of einde van een) leven beziet. Is leven iets van apart; losse levens; behandelbaar; af te bakenen. De geatomiseerde mens. Daar hoort dan het ieder voor zich bij.
Dan zou je verwachten dat de samenleving zich opstelt van: je red je er maar mee; we regelen niets. Het is onze zaak niet.
Doodgaan is in de liberale visie toch een zaak van zelfbeschikkingsrecht. Neen, zeggen ze, het is wel een individuele zaak, maar het gaat om de vraag of iemand bij doodgaan actief geholpen mag worden door een officiële instantie. Om te voorkomen dat het amateuristisch gebeurt. Om te voorkomen dat er iets of iemand strafbaar wordt. De kwestie zou niet moeten zijn dat je doodgaan netjes regelt. Daar is de werkelijkheid van de dood te hard voor. Ook al zijn er verzachtende omstandigheden, soms, doodgaan is nood-zaak. Als het goed is, verdoezelt zelfs ‘waardig sterven’ – als je geluk hebt -, dat niet.

Vind ik dan dat er niet iets in een wet geregeld moet worden over dood gaan? Dat is niet de goede vraagstelling. We hebben het niet over doodgaan, maar over dood maken. Een leven beëindigen. Mijn leven beëindigen. Het leven van een medemens beëindigen. Doding. Je vermijdt wanhopig het woord ‘moord’, maar is wel duidelijk te maken dat het echt iets anders is? Dat is een.

Een ander punt: De wet regelt eigenlijk niks voor de te overlijden mens, maar voor de vrijwaring van andere betrokkenen. Zie ik dat juist? Om het in de lijn van vd St. te zeggen: zo zijn we op een nette manier van iemand af; wel is waar op zijn of haar verzoek, maar toch.

Een derde. Er wordt veel belang gehecht aan de kwestie of het iemands eigen beslissing is; iemands eigen wens. Maar leidt dan iemands wens naar: dan moet de samenleving die wens ook honoreren? Op zich denk ik niet. Als ik iets wil kan ik anderen niet verplichten te maken dat ik mijn zin krijg. Kan ik dan een ‘recht’ claimen?
Maar het is ook niet zo, dat de samenleving het maar naast zich neer kan leggen.

Vier. Vergelijk het eens met een leven beginnen. Is dat eigenlijk ook een verkeerde benaming? Mijn leven begint toch ook niet pas bij mijn geboorte.  Leven begint überhaupt niet; dat van mij was al lang aan de gang in het leven van mijn ouders. Het start toch niet uit het niets? Mijn leven is altijd onderdeel van; niet los te maken uit. Dat zou betekenen dat het bij het doorsnijden van de navelstreng toch nooit voor zich zelf kan beginnen. Leven is niet ‘per se’: op zich. Leven is niet ‘van mij’. Je kunt eerder zeggen dat ik ‘van het leven ben’. Er zijn geen miljarden levende wezens, begin ik te denken, maar slechts één orgaan dat we leven noemen. Dat gaat immers door als wij sterven.

Vijf. Terug naar de man met de doodswens; hij lijkt alle recht van de wereld te hebben voor zijn doodswens. Gewoon omdat die wens bij hem leeft. Dat is een gegeven. En de man zat rustig (?) te knikken toen P. het erover had dat zo’n wens vrij van druk genomen moest zijn, en constant.
Spreken van een ‘recht’ lijkt me onjuist. De man heeft wel recht op zijn gevoel, en zijn wens. Maar we hebben per definitie geen recht op leven, waaraan je een recht op beëindiging ervan kunt ontlenen. Ik heb geen recht om geboren te worden. Maar als ik er eenmaal ben, kunnen we afspreken dat ik een aantal rechten (en plichten) krijg, die met de vormgeving van mijn leven te maken hebben. Die ook een duidelijke houdbaarheidsdatum hebben. Na mijn dood lopen die rechten af.  Ik kan nog een recht krijgen / kopen dat mijn graf onderhouden wordt. Ik kan de rechten op mijn stoffelijke resten regelen. Idem orgaan/weefseldonatie. Maar dat is van een andere orde.

Misschien een andere keer nog over dat zinnetje van Harari (op pagina 33 van zijn boek “Homo Deus”):  ‘dood is een misdaad tegen de menselijkheid’ die we op leven en dood moeten bestrijden.

“Als God wil en wij leven” is hier wel op zijn plaats.

Ik heb er nog een ‘horzeligheid’ aan gewijd, toen de man een tijdje later bij Pauw opdraafde.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s