Onze nalatenschap aan homo sapiens 3.0

Wat staat er al niet op de werelderfgoedlijst!
Wat valt daar al niet over te discussiëren!
Sommige dingen willen we bewaren, blijkbaar. Wie zijn die ‘we’ dan? Die mensen die van het eilandje Nauru zouden het fenomeen ‘molenaar’ per se op de lijst willen? Ik denk het niet. Wie van jullie heeft gestemd voor het behoud van eeuwenoude touwknopen van een verdwijnende Inuit-stam.
De lastige vraag wat is nalatenschap? Welke rechten en plichten? Hangt het af van een functie die iets nog voor ons heeft? Lijkt me ook link. Eveneens dat een willekeurige meerderheid van een gemeenteraad zal beslissen welk beleid het gemeentearchief bewaart. Welke uitstraling wilden de Amsterdammers tonen door de Nachtwacht te bewaren en niet allerlei andere typerende zaken van de 17e eeuw?
Ik weet het niet.
Zijn onze verworvenheden los van ons bestaanbaar?
Mag ik onbelemmerd mijn nakomelingschap opzadelen met wat er van mij op de filter is blijven liggen?
Ik weet ook dat natuurlijk niet.

Wat moeten we dankbaar zijn dat de generatie na ons ook het vermogen geërfd heeft om onzin van ons niet op te pakken. Dat ruimt nog eens lekker op. Het kan toch ook niet zijn dat de zin van ons bestaan bepaald wordt door wat er overblijft.

Maar de echt belangrijke discussie voor de toekomst is “Wat krijgt homosapiens 2.0 (of 3.0 zoals Mark Tegman hem al noemt) van ons mee? Welke nalatenschap zal hij accepteren?” NB Homo sapiens 2.0 is in alles “SUPER” tov ons!
Wat zou die nieuwe homo sapiens straks aan moeten met onze verworvenheid van iets als mensenrechten. Menselijkheid. Hoe hoog zouden die bij hem nog staan op welke hitlijst? Wie doet er nog aan? Dat is een heel belangrijk onderwerp: zullen we aan homo sapiens 3.0 nog zo veel na kunnen laten, dat hij ons aardig vindt? Dat hij om ons geeft. Dat hij ons laat voortbestaan als geschiedenis bijvoorbeeld.

vgl een gedicht van Günther Anders dat ik elders al ter sprake bracht:

Ob man uns haßt oder
ob man uns liebt,
ist völlig wurscht, mein Kind,
wer
weiß denn überhaupt,
daß es uns gibt
und
daß wir so irrsinnig
scharf drauf sind,
daß man uns weiß und liebt!

Als je zo’n situatie wilt voorkomen, moet je razendsnel zijn. Zodra wij ons huiswerk op dit punt niet al vast beginnen te maken, hebben we met ons laatste kunstje (het maken van onze Super-nakomeling) meteen onze hele werelderfgoedlijst om zeep geholpen.

 

Advertenties