Er zijn wel woorden voor

Het is helaas weer raak: een ramp en dan alle media er bovenop, want er moet gereageerd worden. Wat een ramp alleen al die marathonuitzendingen; je zal maar niet los kunnen komen van die eindeloze brei van bloed, breuk, dood en tranen. Er zijn al met al niet zo veel varianten om hierover je gevoelens uit te drukken. Veel wordt herhaald en van elkaar overgenomen; kaarten vol, pleinen vol. Meteen ook politici die nog een puistje proberen uit te knijpen. Stromen vuil op Twitter etc. Haatmail.

Maar dan is er ook nog een echelon  zwaargewichten dat q.q. moet reageren.De koning of een bevriend staatsman. Iemand van de kerk, een vredesbeweger. Artiesten. En wee degene die zijn woorden niet extreem genoeg gekozen heeft. Hij moet er echt stuk van zijn. Maar vooral ‘moed, vastberadenheid en eenheid’ uitstralen.
Hun tekstschrijvers lijken allemaal op dezelfde cursus te hebben gezeten. Want ze komen allemaal met de meest veilige intro: “Wat we vandaag mee maakten,- daar zijn geen woorden voor”. Onder welke steen heb je dan de laatste tijd gezeten, goochem!
Wat een onlogische opmerking ook nog een keer, want als ze  even op stoom zijn, komt er heel wat. Maar het staat voor: ‘het ergste wat er is’. Als je het niet kunt benoemen, dan is iets pas erg.
Ik denk eerlijk gezegd dat deze sprekers, niet de moeite hebben genomen om Elie Wiesel te lezen over het zwijgen over gruwelijkheden die te erg voor woorden zijn. Elk woord dat je gebruikt om de Shoah te beschrijven, te duiden, zit er toch naast. Het is altijd nog erger… Vergeet het dat er woorden voor zijn; deze misdaad is te erg: daar zijn nog geen woorden voor. Komen er ook niet. Zo onbestaanbaar. Met woorden zou je de indruk wekken dat je het onbestaanbare wel snapt; wel kunt plaatsen, ergens. Neen dus. Alle woorden die Elie Wiesel eraan gewijd heeft cirkelen om het zwijgen; vullen noch vervangen het. Kijk, deze verslagenheid haal je niet met de formule ‘er zijn geen woorden voor’. Dan maar je mond houden? Wel neen.

Zeker bij aanslagen en rampen hebben we heel belangrijke woorden. Woorden van gewicht, van leven. Van loutering ook, inkeer. Van protest, ook nog een keer. Je mag geen seconde ook maar de indruk wekken, dat die nu niet meer gelden. Alsof je daar nu niet meer in gelooft. Alsof je daar anders wel, maar nu even niet op aangesproken wilt worden. Juist wel. Ze staan onder druk, zeker. Maar “Herhaal ze honderd malen… alle malen zal ik wenen”. Maar je houdt ze niet achter je kiezen!
Dr Arjan Plaisier zegt nav de aanslagen in Brussel, 22 maart 2016, dat hele mooie woord van ‘spelen op de pleinen en elkaar begroeten’. Zie je wel, je hebt wel wat te zeggen! Ik heb het meteen herkend als Lied 175.: “Wij hebben een sterke stad… waar de kinderen dansen..” President Obama wist het wel: “Amazing grace …”

Vervolgens zeggen commentatoren in vele toonaarden ons aan dat onze samenleving kwetsbaar, broos is. Niet te vrijwaren voor aanslagen. Maar tegelijk: het is wel onze samenleving. We hebben geen andere. Nu nog niet. We werken aan die nieuwe. Dat woord hebben we er zeker voor. Dat houden we ook beslist niet achter. Te pas en te onpas geloven we erin.
Maar daar hoort m.i. dan wel een woord bij dat we bijna kwijt zijn. Bekering. Of de hele set woorden die daarbij hoort: boete, berouw, schuldbelijdenis. Ik denk dat als je die woorden niet meer hebt, dan ben je monddood. We zitten niet met een broze samenleving opgescheept , maar we hebben onze samenleving broos, kwetsbaar gemaakt. Wij stuurden de samenleving willens en wetens de gevarenzone in. Opgehitst door de meest biedende. Maar we eisen een weg terug! Dat woord hebben we er voor. En we hebben er psalm 46 voor. Verplichte samenzang.

“Zijn toorn, die ’t oorlogstuig verslindt
zijn gunst waarin gij vrede vindt”.

Dan maar eens even niet voor de zoveelste keer een heldhaftig volkslied.
En nog iets. Laten we elkaar geen Roelofje noemen. Bij dat oorlogstuig dat verslonden gaat worden, zit ook dat van ons. Of wilden we het daar maar niet over hebben?