Papendrecht blues.

Terug naar huis uit de kerk.
Veertigdagentijd.
Verkiezingstijd.
De posters.
Het regent niet meer.

Alles aanwezig voor een lentegedicht dat ik er niet van kan maken.

Ik word na-denkend bij een leus van het plaatselijke CDA: “Meer blauw paraat” roept hun poster mij toe. Had ik misschien ten onrechte dit nog nooit als een wenkend perspectief gezien?
De suggestie van de poster is: het is in ons dorp een onveilige boel. Ik dacht altijd dat het meest criminele dat we hier hebben het hoofdkwartier van een wapenproducent is. Maar misschien vergis ik me wel heel erg.
Misschien tiert de misdaad hier veel weliger dan ik denk. Misschien sloot ik mijn ogen voor van alles:

  • Op vrijwel elke hoek van de straat drugsdealers.
  • Motorbendes in beeldbepalende panden.
  • Papendrecht toonaangevend in de Porno-industrie en snuffmovies.
  • Vrije verkoop automatische vuurwapens.
  • Bewapende drones 24/7 in de lucht voor vechtende straatbendes.
  • Afbraakpanden bewoond door gewelddadige outlaws.
  • In alle winkelcentra kieteltenten.
  • Verkoop van stiletto’s op alle koopzondagen.
  • Op de industrieterreinen wietplantages en zuipketen.
  • Nieuwbouwwijken krijgen standaard een witwassalon.
  • Drijvende bordelen rij aan rij aan de kade van de Merwede.
  • Kleuters zijn waargenomen met boksbeugels-in-hun-maat.
  • Martelingen en afrekeningen in het zicht van kinderdagverblijven.

Ja, ja, ik ben een dromer.

Maar goed dat daar eens tegen opgetreden wordt.

Niet verder vertellen: ik ben na een nacht mijn achterdeur open te hebben gelaten, toch niet met afgesneden hals wakker geworden.
Dat komt mooi uit, want ik ben ook nog een keer ‘lijstduwer’.

Advertenties