Kerst ‘van de beginne’ (5)

6 Er geschiedt een mens…
uitgezonden van bij God
Johannes is zijn naam.
7 Deze komt tot getuigenis;
om te getuigen van het licht,
opdat allen door hem gaan geloven.

Nu valt de schrijver terug in de gewone vertelmodus. Je gaat wel even rechtop zitten, als je zo van een zeer verheven spreken overschakelt op zakelijke berichtgeving. De dichter laat zich interrumperen; ik heb wel moeite met deze ‘stijlfiguur’ zoals ik het maar zal noemen. Wil hij ermee aangeven dat het leven van de dagelijkse gebeurtenissen doorweven is met de wereld van de diepste geheimen en de meest verdichte woorden en beelden? Daar  houd ik het voorlopig maar op. Of andersom natuurlijk.

Er geschiedt… Het lijkt of je naar een andere zender zit te luisteren. Maar er geschiedt dus…. ja, iemand. Dat zouden we zo tegenwoordig niet zeggen, zeggen de moderne vertalers. NBV: “Er kwam iemand.” Oh, ja, er kwam iemand. Zoals wel vaker. Jij komt zelf ook vast wel elke dag voor dit en dat, en wat stelt het allemaal voor! Je komt je nest uit. Je komt te laat. Je komt tekort. Je komt op de koffie. Je komt ff langs. Zeker wel. Dat gaat de hele geschiedenis door: een komen en gaan vanjewelste. Ook wel drukte genoemd. ‘Much to do about nothing’,- dat genre.

De paar woorden die er in de grondtekst staan hebben volgens de Naardense Vertaling een lading van: nu gebeurt er iets. Nu gaat er toch iets gebeuren! Neen, nu gaat er iemand gebeuren. Een dramatisch mens nog wel.

Eliaopweg

Elia op weg; daar heeft Johannes veel van

We gaan dat lezen; we zijn nu alert. Een gebeurtenis mens. Die ertoe doet! Lees maar hoe omstreden hij zal zijn. Gramstorig zoals de profeet Elia kon zijn. Maar die joeg zelfs letterlijk mensen over de kling.

Johannes. Een man met een paar bijzondere aantekeningen in zijn paspoort .

  • uitgezonden van bij God
  • naam Johannes
  • (van beroep, roeping, van opdracht) getuige van het licht

De kroongetuige van het licht zou Johannes zijn. Zo is het mij geleerd. Maar als ik het goed heb, neemt Johannes (de Doper) dat woord nooit in de mond. Is dat niet vreemd! En hij heeft blijkbaar meer met de beeldtaal van woord, als hij zichzelf ‘een stem’ noemt. Stem van iemand die de woestijn in roept; of in de woestijn roept.
Ik denk dat ik daar verder niets over te melden heb. Ik laat het maar voor rekening van de schrijver. Maar ik noteer slechts dat Johannes uiterst gevarieerd omgaat met een aantal heel brede en ingrijpende beeldspraken of begrippen. Woord; leven; licht.

Een lang aaneengesloten verhaal over Johannes wordt het niet. Nog niet. Ook geen beschrijving van de inhoud van het getuigen en van wederwaardigheden die ermee annex waren. Nu worden er geen gebeurtenissen meer genoteerd in de gewone verteltrant. Maar naadloos stapt de schrijver weer over op de poëtische modus. Of mystieke misschien wel. Het lied op het licht waar in vers 5 al sprake was.