Minister Hoekstra, U investeert in bedreiging

 

Papendrecht 9 mei 2019

Aan Zijne Excellentie Minister W. Hoekstra,


Excellentie, uw rede onlangs op de Humboldt-universiteit in Berlijn over een nieuw en beter Europa, trok mijn aandacht. Sta me toe een paar dingen aan te stippen. 

De eerste passage waar ik door ‘getriggerd’ werd is : “Ons continent is niet in staat zichzelf te verdedigen. Zelfs met Amerikaanse steun zullen we alle zeilen bij moeten zetten om onszelf militair te kunnen handhaven. We kunnen op dit moment de meest elementaire verantwoordelijkheid die wij hebben richting onze burgers niet dragen: het garanderen van hun veiligheid. Dat is de wrange paradox van de weelde van 75 jaar vrede; we weten niet meer hoe verschrikkelijk oorlog is, en zijn er daardoor volstrekt onvoldoende op voorbereid.” 

Dat klinkt heel indringend. Maar u doet met dat verschrikkelijke alsof het gewoon een kwestie is van wat beter je handwerk doen. Maar oorlog is zo verschrikkelijk, Excellentie, dat je alles (en meer) moet doen om die niet meer te gaan voeren. U vindt hem wel erg, maar U wilt alleen de bovenliggende partij zijn. Dan is oorlog helemaal niet zo verschrikkelijk. U loopt in de pas met allen die oorlog wel ‘Salonfähig’ zijn gaan vinden.
Laat beelden zien! En huiver! Kijk naar de foto’s van hoe raak onze jongens en meiden in Syrië etc. mee konden doen! En val stil.
Niks vrede 75 jaar: wij voeren nog steeds (elders) oorlog. Hoor de laatste verhalen; zie de zinverloren terugkeerders, waar niemand meer een Euro voor uittrekt.
Verschrikkelijk = verschrikkelijk, Excellentie, en geen lopende zin in een Berlijnse lezing! Een kwestie van nooit meer aan beginnen; niet van beter voorbereiden. Ik mag het geen misleiding noemen, maar vergeef me dat ik er wel aan dacht. 

Dan de passage: 

“Dames en heren, een 21e-eeuws Europa maakt van de eigen veiligheid een prioriteit. En daarom is het tijd dat Europese defensiesamenwerking de norm wordt, in plaats van de uitzondering.” 

Het zou een wat ongelukkige woordkeuze kunnen zijn. Want defensiesamenwerking is natuurlijk nooit een norm. De norm is het welbevinden in vrede en gerechtigheid van ons mensen. Dat moet nog ergens in de principes van het CDA terug te vinden zijn. Daar zou ook de kerk wel veel meer over aan de bel mogen trekken. 

Ik ben echter bang, het vervolg lezende, dat het geen verkeerd gekozen woord is. Ik denk dat U het echt meent! U wilt investeren in legeractiviteiten; u wilt besparen op het inkopen van militaire uitrustingen en materieel; wat gestandaardiseerd moet worden. (Vergat U de lonen van de militairen niet? En hun ongezonde werkomstandigheden?) U investeert niet in vrede, maar in bedreiging. Afschrikking. Dat is m.i. gewoon terug en verder naar het vreeswekkende klimaat van de Koude Oorlog. 

Ik huiver ook bij uw passage waarin U Europese machtspolitiek wilt. Alsof die (spiritueel gezien) zo veel beter is dan die van China of Rusland. U zult het over andere machtspolitiek moeten hebben, denk ik. Anders prolongeert u alleen de bestaande malaise. Machtspolitiek is niet o.k. als er ‘Brussel’ op staat. Pas als ze bijdraagt aan vrede is het wat; dat zou op zich best eens van China kunnen zijn: ga maar onderhandelen! Anders is het gewoon investeren in ‘oorlog en alles wat daartoe leiden kan’. 

U vergeet bovendien dat dat mooie moderne Europa af moet van subsidies aan wapenindustrie. Daar worden godbetert vernieuwingen aan atomaire wapens mee ontwikkeld. Daar ligt een angstwekkend probleem. Door alleen te pleiten voor een eigen Europese krijgsmacht en niet die Europese wapenindustrie te noemen, trekt u de thematiek uit het lood ten gunste van de wapenlobby. 

Ik constateer ook heel erg dat er uit niets blijkt dat U met uw hooggestemde Europa-gevoelens daadwerkelijk en met enorme bedragen investeren wilt in vrede bevorderende maatregelen. 

Ik kom bij : 

“Stel dat we ons achter deze doelen kunnen verenigen: een weerbaar 21e-eeuws Europa dat in staat is zijn grenzen te verdedigen, zich geopolitiek te weren, en het migratie- en klimaatprobleem op te lossen. Een 21e-eeuws Europa dat bovendien de wederkerigheid heeft teruggevonden, en zich gesteund weet door een bevolking die vertrouwen houdt in het systeem.” 

Alles wijst erop dat U heilig gelooft in het systeem. U heeft niet het besef hoe erg het systeem van Technopolis (niet van het Europa van uw spannende jongensjaren) aan het werk is. Daar had uw rede ons veel meer over moeten aanspreken, als U het mij vraagt. Het systeem deugt namelijk niet; en u weet het. Iedereen doet zijn stinkende best en het levert niet meer op dan wat het nu is. Dat is veel te mager voor een Europa/ een mensheid van enige allure; met enig roepingsbesef; met enig geloof en een hoop liefde. Kortom, verhoudt U aub kritischer tot dat systeem. 

Ik wens U alle sterkte voor het uitoefenen van uw ambt. Als U tijd voor een reactie kunt vinden, zou ik daar hoge prijs op stellen. 

Vrede en alle goeds. 

jan anne bos.