Een sarcastische wijsheid

“Moest dat nou zo zijn” ?
’s Zondags laat de ‘leek van de preek’ (zie poster) in onze kerk Spreuken 16 lezen. En dinsdags legt een Bijbelse dagkalender hetzelfde gedeelte me voor. Dan moet ik er zeker iets mee!?

20180114 Preek van de leek, Op de puinhopen van PimKnapen van waarheden lees je daar. Wat weet de schrijver goed dat het ene beter is dan het andere.
Men denkt wel dat het spreukenboek het document is waarmee de diplomaten uit die tijd gevormd werden. Die moesten de verhoudingen in het publieke domein zuiver houden. Dat is nog al wat. Maar als ze dit allemaal in hun bagage hadden, dan kon hun heer hen om een boodschap sturen.
Genoemde ‘leek’ wist er als burgemeester alles van. Heel deze wereld staat toch in brand; houd dan je woorden, je taal, je beslissingen maar eens schoon en recht. We krijgen steeds meer over ons heen, zou je zeggen. Maar je houdt het recht om te spreken overeind; zo heb ik spreker begrepen.

Wijsheid van Spreukendichter versus de dwaasheid of op zijn minst de verwarring waarvan we dagelijks voorbeelden krijgen.
Dat je elkaar dan weer aanspreekt op ‘de weg van de Heer gaan’, vind ik hoogst belangrijk. Dat hoort zeker bij Het Verhaal dat we van Preek de Jonge moesten blijven vertellen!

Maar kijk eens wat nader naar vers 4 van hoofdstuk 16.

Alles heeft de Ene bewerkt
omwille van hemzelf,-
zelfs een boosdoener
voor een dag vol kwaad.

(vertaling van de Naardense Bijbel)

Je moet het sarcasme eens goed tot je door laten dringen van dat zinnetje over die boosdoener. Het hele Spreukenboek moet natuurlijk niks van ‘de boosdoener’ hebben. Die deugt niet. Daar moet je geen woord aan vuil maken, zou Spreukendichter paradoxaal genoeg ook best kunnen zeggen. Boosdoeners mogen werkelijk geen naam hebben. Ze mogen er niet toe doen! Ze zijn niets waard.
Niet dat ze er niet toe doen. Wel degelijk. Maar het doet er zo heel erg toe, omdat het zo ‘banaal’ is volgens Hannah Arendt.
Mede daarom leven we in een situatie dat boosdoeners vrijwel overal mee weg komen. Ik noem twee beruchte voorbeelden: de veroorzakers van de bankencrisis zijn vrijuit gegaan; en het gooien met atoombommen is nooit voor de rechter gebracht. Daar kan ik me op elk moment van de dag over opwinden.

Opvallend genoeg doet die andere Bijbelse wijze, Prediker dat ook. Hij zegt dat hij er bijna gek van wordt: dat er zoveel scheef zit.
De gedachte dat een en dezelfde persoon zowel Prediker als het Spreukenboek geschreven heeft, vind ik zeer aantrekkelijk. Deze twee Bijbelboeken corrigeren elkaar wederzijds. Spreuken is erg van: als je volgens deze regels speelt gaat alles prima. Prediker: je weet ook wel, dat er niet altijd volgens de regels gespeeld wordt. Een ideale wereld is er wel, maar niemand doet eraan! Bij hem kun je terecht voor heel wat cynisme en verbijstering: het staat er in de wereld zo scheef voor als het maar kan.
En als de traditie dat Salomo de Spreuken gedicht heeft klopt, dan mag je wel stom verbaasd zijn: als er iemand een scheve samenleving bevorderd heeft, dan hij wel. Hij krijgt in de Bijbel het slechtste rapport van alle koningen!

Maar nu nog iets meer over die boosdoener. Lees ik hier goed: die boosdoener past precies in het plaatje van een boze dag? Zonder die boosdoener zou de dag ook niet vol kwaad zitten. Een boosdoener kan maar voor één ding dienen: voor een dag vol kwaad. Maar verder hoort hij geen plek te hebben natuurlijk. Dat weet je best; en dat moet je vooral overeind houden. Die onmogelijke boosdoener moet je op geen enkele manier goed praten. Die moet je ook God niet in de schoenen schuiven. Hoe kom je op het idee. Jij zou het zelf toch ook nooit zo in elkaar steken. God is natuurlijk niet slechter dan jij.

Daarom noem ik dit een sarcastische opmerking. Stel je voor dat het een serieuze bewering is!
Het doet natuurlijk denken aan die boom van kennis van goed en kwaad die ‘de Here God in het midden van de hof plantte”. (genesis 2:9) Daar moet je geen dogmatiek van maken die God auteur van (de mogelijkheid tot) het kwaad maakt. Iemand met een beetje verstand zoals jij en ik snapt ook wel dat in zo’n prima leeftuin die boom geen enkel kwaad kan. Hij is daar natuurlijk volkomen overbodig. Je leest poëzie!

En je blijft er af! Kan niet schelen hoe hij daar komt. Hij dient letterlijk voor het niets.

 

Advertenties