“Gods grootste stad”

Je leest deze uitdrukking echt in de Naardense Bijbelvertaling. In het verhaal van Ninevé : Jona 3:3. Kwam me onbekend voor, en ik lees het verhaal toch al een aantal jaren. Andere vertalingen erbij gepakt. Eerst een paar die wel spraken van een geweldig grote stad enzo, maar niet dat die (eigendom) ‘van God’ was. Dan: Hoe zou de Statenvertaling (de Naardense Bijbelvertaling avant la lettre!) dat gedaan hebben? Die staat immers bekend als ‘strak en stijf vertalen wat er staat’. En inderdaad die heeft ook ‘Ninevé nu was een grote stad Gods’.  Dan moet het er in het Hebreeuws wel zo staan. Maar zelfs de epigonen van de Stichting Herziene Statenvertaling maken dat niet mee. Andere talen ook verdeeld. Sommige proberen zich te redden met de vertaling ‘voor God‘, niet ‘van God’. Kortom: verwarring alom.  Dan is het vast echt moeilijk. De geleerden tobben er nog over.

Ik heb niet genoeg Hebreeuws in huis om goed te verklaren waarom het hier zo staat. De schrijver (van joodse huize?) moet geweten hebben dat dit onbegrijpelijk is. De stad van je grootste vijand ‘stad gods’ noemen. Jona is niet voor niks eerst gedeserteerd!
Mij gewend tot de Kanttekenaren van de Statenvertaling. Die durven te beweren “Dit was een bewijs, dat God naar geen grootheid of heerlijkheid vraagt (die Hij Zelf den mensen geeft), als de mensen goddeloos zijn. Van de uitnemende grootheid dezer stad betuigen ook verscheidene heidense schrijvers.” Die eerste zin maak ik niet mee. Die tweede kan goed. Maar van de term ‘van God’ nemen ze feitelijk geen notitie. Maar het Jonaverhaal was nu juist begonnen met het kwaad van N. dat de Heer had geconstateerd.

Dus zitten wij predikanten in een spagaat. Wij mogen geen moeilijke dingen wegmoffelen. Theologisch is immers de enige stad Gods : Jeruzalem. (Psalm 46 het tweede couplet van de berijmde versie. Psalm 87:3, couplet 1 weet ik wel uit mijn hoofd)

Eigenlijk is dat niet helemaal theologisch correct. Want psalm 24 zegt: “De aarde en haar volheid zijn des Heren koninklijk domein.” Jawel. Alles en iedereen.

In principe is alles van God. Dus ook Ninevé. Zoals alle zondaars. Ik, jij. In hope. Blijkbaar houdt God zijn claim op een zondige stad overeind. Ook als de bewoners van die stad (en de wereld) er niks van bakken. Ninevé blijft toch aangesproken op haar relatie met God. Met die boodschap gaat Jona immers op pad. Die vindt dat maar niks; maar  toch. Bij de eerste opdracht aan Jona om naar Ninevé te gaan staat nog wel ‘de grote stad’, maar nog niet ‘van God’. Jona moet er na zijn redding uit  het monster en als recidivist maar eens goed over nadenken: Ninevé is ‘stad Gods’.  Er is blijkbaar nog een andere ‘stad Gods’ dan hij exclusief voor ‘zijn’ Jeruzalem geclaimd had.

Op en naast de ruïnes van Ninevé is Mosul gebouwd in Irak anno nu. Durf je nog te spreken van ‘stad van God’ als je deze foto ziet: MosulNinevé

Alsof Ninevé alsnog is omgekeerd. Alsof God te laat komt met zijn ‘berouw over het kwaad dat hij gesproken had’ (Jona 3: 10). Neen, mensen zijn hem/haar voor. Want ik ga niet mee met een gedachte als: “Zie je, bij Jona was het slechts uitstel van executie. Anno 2018 is de ‘omkering van N.’ alsnog voltrokken. Vanwege het hemeltergend kwaad dat God had geconstateerd” Geenszins. Zo’n rare geloofsuitdrukking komt erbij mij niet uit.

Bij deze foto denk je maar liever: dat God niet meer nodig is voor het omkeren van een miljoenenstad. Dat doet een willekeurige kongsi van staten of bewapende groepen wel. Ninevé is niet meer het bolwerk van de boze – zoals in Jona’s tijd- de grote tegenspeler van God. We zien Ninevé en heel Irak en Syrië en Israël en Palestina vooral als slachtoffers. Dagreizen ver ellende. Die ‘honderdtwintigduizend mensen die niet weten wat hun rechterkant is of wat hun linkerkant’ (Jona 4 slot) zijn nog niks vergeleken bij de scharen van nu die niet weten waar een medische hulppost nog in tact is, of een waterkraan. En dan nog die miljoenen kinderen waar de oorlog niet meer uit te halen is

En dan nog de miljoenen die hun leiders de ruimte gaven hen deze oorlog in te rommelen.

Toch goed dat “Hierusalem my happie home!” (Lied 737.) zo veel coupletten heeft. Om er dwars op te blijven staan.

Advertenties