4 Mei op Zondag is heftig

4 Mei 2014 Rhoon (Als kyrie hebben we een klein kruiswegje gebeden aan de hand van wat schilderijen)

Waardevolle…, Ik had zoiets van: op 4 Mei heb ik wel wat anders aan mijn hoofd dan zo’n sympathiek, beetje wollig verhaal uit Joh 21. Want daar passen slachtoffers van de oorlog, plat gegooid Rotterdam, het verrekken in prikkeldraad van barricades, het zieltogen in hospitaals niet bij. En daar hoort dan nog bij het protest tegen hen die ons steeds weer oorlogen in rommelen. En diepe schuldbelijdenis omdat er weer en nog steeds markt is voor nieuwe oorlogen; ons nageslacht krijgt zijn eigen gedenkdagen nog. Hoe cynisch kun je het bedenken. Dus 4 Mei en daartegenover : een vroege morgen aan een meer. Doe er maar wat morgenmist bij, die optrekt; een strandje; spiegelblank water; loom dobberend bootje. Allenige man op de oever. Klein vuurtje. Luister maar niet naar die mopperende mannen van slaaptekort. Hele nacht niks gevangen. Mooi toch. Hoeveel romantiek wil je. Of de 7 vrienden oog voor het idyllische plaatje hebben? Zal wel niet; ik zou de dampen in hebben van een nacht niks vangen; maar ik houd misschien niet genoeg van vissen. Daar staat tegenover dat ik een lichte humor in Jezus‘ stem hoor als hij hen over het strakke water betitelt als: “Kinderkens”. Stevige vissers die zich een nacht lang “het muizenhuig met rilling” gezwoegd hebben “kinderkens” noemen klinkt een beetje plagerig. Toch stel ik u voor: Die spanning : tussen dat zware van 4 Mei en dit mooie verhaal is vol betekenis. Het mooie plaatje de afzichtelijke oorlog.

Kruisiging in rood

Kruisiging in rood

Op 4 Mei herdenk je de gevallenen in 2e WO. Dat valt in duizenden varianten uiteen. ‘Nederland staat even stil’ is in een lege Joodse familie iets heel anders, dan die twee minuten in een jong gezin voor de buis. De een heeft er Valerius’ gedenckklank bij nodig, de ander een popfestival. En dan heb je nog alle discussies eromheen.

  • Een gedicht dat fout zou zijn.
  • Of je ook gesneuvelden met ander paspoort mag gedenken.
  • En dan al die doden die niet gewroken zijn met vrede; wier dood niet gevolgd is door Het Goede Leven voor hun kinderen, en allen die daar verre zijn.

Hoe zwaar wil je eraan tillen? Ik weet vaak niet waar ik in deze mix van moord en lijden een zeker heldendom moet zoeken. Ik blijf verbijsterd over al wie deze ellende op zijn geweten heeft; over al wie zich niet heeft hoeven te verantwoorden. Ik ben in die tijd geboren, weet je. Ik maak me zorgen dat die verbijstering daarover vrijwel weg is. We keuvelen er rustig een eindweg over in de ongein van talkshows. Zonder een spier te vertrekken zegt men dat het zo weer kan gebeuren! We hebben er nog steeds alles voor in huis: zowel de wapens als de meest abjecte opvattingen over anderen. Maar wij moeten zo nodig de eerste de beste foute zwemleraar het leven onmogelijk maken. Terwijl er nog mensen onder ons zijn die met atoombommen mogen gooien. Kun je het absurder bedenken! Herdenking 4 Mei betekent dat je geen raad weet met moord en dood en verderf. Als je zegt: ik snap het wel, heb je het niet begrepen. In de gemeente van Christus belijden we:

“Wij belijden voor U God Almachtig en voor elkaar dat wij volstrekt niet begrijpen dat we ons zelf zo ver gekregen hebben. Door mijn schuld; door mijn schuld; door mijn overgrote schuld”.

Witte kruisiging

Witte kruisiging

De slachting

De slachting

Verzetskruis02

Verzetskruis02

Ik denk dat U net zo’n hekel aan deze zware gedachten en gevoelens hebt als ik. Maar het moet worden benoemd. Dit speelt. Maar ik kan daarnaast OOK nog dat evangelie gedeelte met U lezen. Dat houdt de spanning erin.

Aan dat meer van Tiberias gaat het vooral om Petrus. Als er iemand in de fout is gegaan, dan is het Petrus wel. Die was in de eerste chr. Gemeente een belangrijke rol gaan spelen. Maar alle evangeliën vertellen van zijn verraad. Iemand moet gedacht hebben: “En hoe is het toch verder gegaan met die Petrus? Is hij daar dan zo maar mee weg gekomen?” Je kunt toch niet doen, alsof er niets gebeurd is! Daar zegt dat hoofdstuk wat over. Petrus wordt nadrukkelijk weer op een plek gezet dat hij weer mee kan. Jezus neemt er uitgebreid de tijd voor van een extra verschijning.  Driemaal valt dezelfde vraag: “Heb je mij lief?” Met naam en toenaam: “Petrus, zoon van Johannes” . Net zo vaak als hij een tijdje terug gezegd had: “Ik weet er niks van; ik wil ook niets van Hem weten.” En dan loopt het erop uit, dat Jezus hem aanvaardt en hem een nieuwe kans geeft. Ga maar aan de gang. Kijk om naar mijn mensen. Weid mijn lammeren met wie zo veel aan de hand kan zijn. Ga aan de slag. Zelfs die Petrus krijgt een nieuwe kans. Een nieuwe kans die hij zich zelf niet eens durfde geven. Ik leg daar toch maar even de vinger bij: in vers 3 zegt hij : “Ik ga vissen”. Misschien is het inlegkunde dat ik daarin hoor: “Ik weet het ook niet meer, maar ik ga maar weer vissen. Daar ben ik tenminste goed in. Dat met Jezus was een grote mislukking.” Nu troeft Jezus hem af met dat gesprek. Jezus haalt in Petrus die Petrus naar boven die zijn meester ten diepste helemaal niet wilde verraden. Dat was de verkeerde Petrus; de vertekende. De miskleun. Jezus ontdekt Petrus aan die andere Petrus, die zijn Meester hartelijk lief heeft. Die moet Hij hebben; die kan Hij gebruiken. Op 4 Mei, als we het zo moeilijk hebben als wat, als de autobanen en de filosofen zwijgen, hebben we het heel hard nodig dat Iemand tegen ons zegt: “Ga er maar tegen aan, ik geloof in jullie!” Als een mensheid zich in miljoenen doden verspeeld heeft en verloren, betuigen we elkaar: “God zoekt de mens!”. Hij zet ons brokkenmakers weer op de benen. En geeft ons de sporen: “GA JE GANG!” Hij vraagt nog naar ons; zo ontwapenend als een picknickje bij een klein vuurtje aan een meer.

Oorlog betekent ten diepste dat je heel extreem en finaal iemand niet hebt willen vergeven. Er was een conflict en dat ging zo ver dat je uiteindelijk niet bereid was andere middelen te kiezen dan de ander maar dood te schieten, waar je maar kon. Het was vooral het einde van alle menselijkheid. Het enige wat je had moeten doen was vergeven, maar in plaats daarvan begon het moorden. Dat beseffen de politici niet die jonge helden als nummers laten sneuvelen voor hun vaderland. Of zelfs voor God. “God, omdat wij die ander geen nieuwe kans geven, zoals Petrus krijgt, jagen we miljoenen weer over de kling. U moet het maar goed vinden”. Zo is Hitler gestart, – en het ging erin als koek. Zo hebben de geallieerden geantwoord, – ze waren niet te stoppen. Zo ervaren veel militairen dat merkwaardigerwijs niet. Je hoort van hen ook “We doen gewoon ons werk; hiervoor hebben we een heel goede training gekregen”. Geen verwijten wat mij betreft; maar hier zitten wel veel vragen. Waar het me om gaat is dit. Als we aan oorlog beginnen is er blijkbaar een moment dat Jezus wel zou kunnen vragen zoals aan Petrus : “Heb je mij echt lief, ook in je minste broeders?” maar dat de mensen die erover gaan blijkbaar zeggen: “Neen dat heb ik niet; zo erg heb ik U nu ook weer niet lief in die ander. Dat vertik ik ten ene male. Ik schiet hem dood, waar ik maar kan. Want… en dan kan er van alles komen:

  • WANT hij heeft me zo vernederd
  • WANT ik wil zijn olievoorraden
  • WANT hij heeft me verraden.
  • WANT dat land moet mijn afzetmarkt blijven
  • WANT hij is gemeen tegen vrouwen en kinderen.
  • WANT ik heb er zulke geweldige moderne wapens voor.

WANT hij moet onze democratie hebben.
Dus neen, ik heb hem niet lief. Hij gaat er aan! En ik moet ook nog een keer om mijn kiezers denken.”
Wij worden getest op ‘Heb je me waarlijk lief in die ander?’ Zoals 4 Mei ons altijd test: Hebben we er echt wel van geleerd? Naar mijn mening zeggen we elkaar dit te weinig. We willen het vriendelijk houden. We willen aaibare dingen in verkiezingsprogramma’s. We willen vrolijke preken en versjes. Daar hoort een premier bij, die slechte grapjes durft te maken over atoomwapens in Volkel. We willen een populaire versie zelfs van Kruis en Passion. 
Maar de kerk moet op 4 Mei vooral preken: “Hier, grijp elke dag weer de nieuwe kans om VREDE te zijn! In je hart wil je je Meester helemaal niet verraden.” Probeer niet als kerk uit te stralen: gelukkig, er is niks aan de hand. Want er is wel wat aan de hand. 
Aan de hand is nog steeds dat we in staat zijn miljoenen mensen te laten creperen in modder en vergif en doodslag. We laten het er nog steeds op aankomen. Nog steeds is het slag politici dat ons de Wereldoorlogen inrommelde aan de macht. Nog steeds komen fraudeurs en wreedaards aan de macht. En ze komen er mee weg.

Neen, onze koning hoort vanavond natuurlijk NIET in militair uniform bij de herdenking. Oorlog is niet een zaak van militairen. Ik wil militairen niet te nakomen. Zij zijn het probleem niet zo zeer. Maar de nieuwe wereld die we nodig hebben vanwege de slachtoffers komt niet uit de loop van een geweer, wil ik geloven. Maar vanuit een andere manier van denken en investeren en onderwijzen en opvoeden en politiek bedrijven. Het oude schema van oorlog en de rechtvaardiging ervan, moeten we in leveren voor het andere schema: Rechtvaardige VREDE. Dat is de nieuwe houding. Daarvoor houdt Jezus dat gesprek met Petrus. Na al onze mislukte rechtvaardige en niet zo rechtvaardige en misdadige oorlogen krijgen we weer een kans op een nieuw en ander begin. Je krijgt na alle verraad aan de gesneuvelden een nieuwe kans voor de levenden. Na alle misdaad aan de aarde een nieuwe kans voor schoon en duurzaam. Een kans voor het GOEDE LEVEN. Daarvoor moet je natuurlijk niet eerst al je gaven en schatten investeren in wapens, nieuwere wapens, dodelijker wapens en ultieme wapens. Dan houd je slechts een afgekloven, gemankeerd bestaan over. Op een of andere manier GELOOFT JEZUS NOG STEEDS IN ZIJN PETRUS. Nog VOORDAT Petrus zich weer bij Jezus binnen vecht met praat als: “Neen, nu zal ik het beter doen; ik geloof echt wel; ik zal het weer goed maken.” Dat zal allemaal wel, maar de brandende vraag is “ZAL JEZUS HEM NOG VRAGEN!”. Ja, Jezus staat aan de oever en zal steeds weer vragen! “Je wilt toch van me houden?! Doe dat dan maar”. Het verhaal eindigt niet eens met een antwoord van Petrus. Het heeft een open einde! Je snapt dat wel. Open einden aan bijbelverhalen betekenen altijd dat je je eigen leven mag invullen. Dat leven zegt dan “IK GELOOF”. amen

Rode kruisiging

Rode kruisiging

Een reactie op 4 Mei op Zondag is heftig

  1. Pingback: 4 Mei | Vrede is beweging

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s