De boom blijkt een vrouw

In mijn stille tijd vanmorgen gemediteerd over ‘De stilte is uw huis’. We hadden het afgelopen zondag als zgn projectlied al gezongen. Op zo’n melodie waar ik toch al aan verslingerd ben. Engelse hymn natuurlijk. Maar nu staat het afgedrukt in de stilte kalender.

Als ik langer dan een paar tellen ‘verwijl’ bij stilte zit ik meteen bij het verhaal van Elia op Horeb. De hele schepping dendert voorbij in eindeloos refrein: “Maar God was er niet in..!”. Hoe kan je zoiets weten?! Dat is geen informatieve vraag, trouwens. Dat geweld gaat toch mateloos ver jou te boven: aardbeving, bliksem, storm. Daar weet jij niet van. En alle reden om het rijtje langer te maken met de grootmachten van de geschiedenis die over ons heen razen. Daar ga jij niet over.  Dat is geen ‘weetje’ dat is …. dat moet iets worden in de richting van overgave, zal ik maar zeggen. Maar hoe dan?

Het register in het Nieuwe Liedboek tipt me voor het Eliaverhaal 1 Koningen 19 moeiteloos  op Lied 321. Het is bekend terrein, want dit lied van Oosterhuis stond onder Lied 325 in het vorige Liedboek. Een golfbeweging in de melodie. dunkt me. Ik verbeeld me zelfs dat de melodie beweegt naar rust op het eind. In een zekere tegenstelling of spanning met de tekst die allerlei mooie stiltemomenten en -beelden bij elkaar dicht, maar je loslaat bij : ‘liefde op leven en dood’. ‘Mensen van God’ is dan ook de titel van het lied. Gedragen door of op de stille rust, mondt het lied uit in een enorme dynamiek. Ik noem dat ‘vredesbeweging’. Zo gaat dat er aan toe in de vredesbeweging van God naar de mensen. Op leven en dood.

En dan wij mensen nog.

Eerst even het Eliaverhaal afmaken. Elia staat er na het vuur. Dan is er een ‘stem van het ijle zwijgen’ (Buber). Je kunt waarschijnlijk niet zeggen dat Elia dat technisch gesproken

en na het vuur de stem van het ijle zwijgen

en na het vuur de stem van het ijle zwijgen

‘gehoord’ heeft. Maar er staat dan niet: ‘daarin was de Heer dus wel!’. Dat denken wij stiekem wel, toch. Wie zal het zeggen in die stilte? ‘Stem die de stilte niet breekt’ is wat de dichter ervan weet te zeggen. Duidelijk aan het eind van zijn Latijn. Is dat dan niet veel zeggend? Het is eigenlijk een vraag, denk ik. In elk geval laat je het uit je hoofd dat JIJ de slotconclusie wel even trekt.

Om te eindigen een opmerking over vers 5 van het lied. De tekst is daar gewijzigd in de laatste regel. “Zalig de boom aan de bron”, was altijd een verwijzing naar psalm 1. Maar nu wordt het  “Zalig de vrouw aan de bron”. Zal de Samaritaanse wel zijn. Wordt die wijziging ergens uitgelegd? Aangebracht door Oosterhuis zelf? Door redactie Liedboek? Kan allemaal.

Ja ik ben nieuwsgierig. Zelfs na zo’n geweldig lied.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s