De lege plek op het verzoendeksel

Een lege plek voor God laten’. De collega reikte deze wondermooie term aan in de dienst op Oudjaar. Ik vind het een zeer diepzinnige, mystieke tekst. Op zijn minst poëtisch. Mooi gevonden bij Exodus 24:10 t/m 22: het maken van het deksel van de Ark van het verbond. Daar zit geen godenbeeld op, want onder/tussen de beschuttende armen van twee

replica verzoendeksel

cherubim is de plaats voor God leeg gelaten. Noem dat gerust het geheim van Israël. Je kunt God niet invullen. Maar, zoals de Bijbeltekst ook aangeeft: ‘Daar zal ik samenkomst met jou houden’ (Naardense Bijbel). Merkwaardig al vast dat dat ook betekent: God kan zijn waar Hij wil. Alles is rendez vous voor Haar.

Ik blijf geboeid door deze term: lege plek voor God. En boeiend is ook wat de collega erbij gaf: een inkijkje in het leven van Dietrich Bonhoeffer. Die had een lege plek voor God weten te laten: plaats van ontmoeting tussen wat uit de wereld op hem afkwam en de God van de Bijbel.

Maar dan zit ik een dag later aan het verpleeghuisbed van mijn vrouw. Dan werkt die diepzinnige term niet, merk ik. Dan heb ik niet zoiets van: wat fijn dat ik mag geloven in die lege plek van God. Hoe ontmoet ik God daar dan? Wil Hij daar dan ook ontmoet worden? Dat schijnt geen vat op ons verdriet te krijgen. Kan de collega niks aan doen, natuurlijk.
En tijdens een wandeling in de mistroostigheid van de nieuwjaarsmorgen: die term is te groot voor je. Je kunt het niet wisselen; je kunt er niet bij. je zult terug moeten schakelen. Maar dat zegt meer van mezelf dan over die lege plek. Je zult mij niet horen zeggen dat die lege plek dus (!) onzin is; omdat ik er niet bij kan.
Toch….

Een lege plek voor God maken,- ik geef het je te doen.
Dat van dat lege verzoendeksel blijft prachtig gevonden natuurlijk. Daardoor leerden we van Israël dat je God niet met jouw dogma’s, visies of invallen mag invullen. Je legt God niet even vast: zo is Zij. In de stijl van: Ik begrijp wel hoe God in elkaar zit. Die rationele denktrant. Die sfeer was de rechtvaardiging van onze (witte) superioriteit ten koste van zo’n beetje alles.

Of we het geheim van God maar bij God willen laten…

Of we maar willen accepteren dat onze moderne harde wetenschap niet alles is. Je legt geen beeld van God vast.

Ik schakel een tandje terug van de diepzinnigheid van de mooie term. Want er is volgens mij in de Bijbeltekst meer dan de uitdaging om te geloven in een God die in de leegte woont. Dat zit hier in: het gaat niet zo maar om een afdekplaat voor een kistje van  2½ el (ongeveer 125 cm) lang, 1½ el (ongeveer 75 cm) breed, maar om het verzoendeksel.
Als God ons daar wil ontmoeten, is dat geen theekransje of talkshow, maar dan gaat het om verzoenen. Om een ‘samenzwering voor Het Goede Leven’. Daar zal wat we in de wereld gebracht hebben, of wat we aan de wereld oplopen,  – ook dat verpleeghuisbed- verzoend (moeten) worden met God.
Meteen is dan de vraag of je nou nog wel op de uitnodiging in wilt gaan. Wil je God daar en daarvoor ontmoeten. Kan Zij op je rekenen?

Even iets ertussen door: Wil je nog iets maken van die twee cherubim? Die ‘overhuiven’  het deksel, staat er. Een heilige beschutting: het is een tere plek, blijkbaar.
Ze staan niet ‘met de blik op oneindig’ daar te staan,- maar over dat verzoendeksel gebogen kijken ze of er nog wat van komt,- stel ik me voor. Of er nog wat van verzoening komt. Deze plek symboliseert dat God op zoek is naar de mens: ‘Kom je nog?! Laat je je nog verzoenen?’
Durf je God te ontmoeten, zonder dat jij de dienst uit maakt? Zonder dat jij God kunt invullen. God is op het verzoendeksel en waar niet al.
‘Op hoop van zegen’.

En er is nog iets anders in die tekst. Er staat ook dat die leegte nou ook weer niet zo kaal/ leeg / is. Want in de ark ligt de overeenkomst; liggen de Tien Woorden van het Verbond. Leegte is geen vacuüm maar werkplaats.
Mag je ook zeggen dat God die leegte dus gevuld heeft? En nu wij nog? En ligt het dan (met Kerstmis net achter de rug) niet voor de hand dat God die leegte gevuld heeft met Zijn Zoon?

Dat zou dan ook aan dat verpleeghuisbed moeten gelden…. Betekent dat dan, dat God haar en mij verzoent in het gewoon er maar zijn voor elkaar: zorg en trouw; deernis en liefde….? Moet je die grote mystieke woorden inruilen voor/terug schakelen naar deze eenvoudige dienst?
De wereld van de aftakeling in ontmoeting brengen met de wereld van God… Is dat het?

Ik denk dan aan lied 941:

‘… dat het zo goed is, dat die weg
ook door uw Zoon gegaan is?
En dat uw land
naar alle kant
niet ver bij mij vandaan is’.
(Ad den Besten.)

Maar gewoon ‘goed’ zal ik het wel nooit kunnen noemen. Goed in een mystieke zin dan? Moet nog ervaren hoe dat op de duur werkt. Verzoenen is blijkbaar ook ‘op de groei genomen’: het voelt tenminste nog niet glad.

Een tijdje later komen we op Lied 818:

‘God weet wat ons te wachten staat:
het stille licht, een nieuwe morgen

waarmee ik mij verzoenen laat.’