Jij dacht dat je me kent, – niet dus

Preek bedoeld voor 12 december 2017.

Waardevolle….,

Ik hoop dat u vooral gekomen bent voor de viering van de maaltijd. Daar ligt de nadruk. Je krijgt er heel letterlijk iets aangereikt. En je mag het voelen, proeven. Gedenk en geloof. Het gaat om de afspraak van God met ons: hier durven we te dromen, dat alles goed zal komen.

Daarom is de benaming ‘avondmaal’ eigenlijk niet zo handig. We kunnen het beter ‘Dankzegging’ noemen. Want het gaat om ‘de vreugde van uw Heer’, zoals we dat in de gelijkenis van Jezus lazen. Je wordt binnen genodigd in het huis van een groot gastheer. Je viert DANKUWEL.

En het verhaal van Jezus, dat ik mag verkondigen, gaat er vooral over dat we ons niet parmantig binnen gevochten hebben met hevige prestaties. MAAR DAT GOD WAT IN ONS ZIET. En we verwonderen ons: Hij ziet meer in ons dan we denken. Eigenlijk al vanaf het begin, en de afrekening is vooral afrekening als beeld voor WAARSCHUWING. Waarschuwing die je nauwelijks nodig zou moeten hebben. Want dat God wat in ons ziet is toch geweldig. Dan ga je natuurlijk aan de slag.

Nu zet de gelijkenis ons even op een verkeerd been met het woord ‘talenten’. Want wij gebruiken het om een kwaliteit van iemand mee aan te geven; iets wat hij of zij goed kan; iets aparts; iets om in uit te blinken. Een goeie hand van zingen; wiskundeknobbel; keukenprins. Kantklossen. Onderwaterhockey. Rolstoeltennis. ‘Hardinxveld got talent’.  Kerken doen dat ook wel: dan laat iedereen zien dat hij of zij ook wel wat kan. Want vindt men: deze gelijkenis gaat erover dat je allemaal wel een talent hebt, hoe gering ook.

Welnu, dat iedereen wel wat heeft is erg sympathiek, maar Jezus kende die betekenis van het woord ‘talent’ niet. Het woord betekent bij Hem een grote som geld. Kijk, dat kennen wij weer niet. Probeer eens met andere oren te luisteren.

Er is een man die drie bedienden heeft; en aan hen vertrouwt hij zijn zaken toe als hij zelf op reis zal zijn. Het gaat dan niet om een paar stuivers, maar om iets heel groots. Talenten. 5, 2, 1. Hij geeft het hun in handen; vertrouwt het hun toe. Hij ziet hen ervoor aan dat ze dat aan kunnen. Dat ze daar goed gebruik van gaan maken.  Deze heer kijkt zijn mensen aan en ziet HUN vermogen aan. Hij ziet wat in hen. Het aandeel dat ze krijgen is geen kwelling voor hen, waar ze wel aan moeten bezwijken. Het is goed voor hen.

Nu valt het verhaal nog onder het opschriftje van Mattheüs 25:1, moet je bedenken. “Dan zal het zijn met het koninkrijk van de hemel als…” Dan komt eerst de gelijkenis van de meisjes met of zonder reserve-olie voor hun lampen. En ons verhaal is dan het tweede dat dus over dat Koninkrijk gaat.

Een verhaal van het koninkrijk, dus niet over onze opzienbarende talenten van aquarelleren, rolstoeldammen of edelsmeedkunst, trapezeartiest.

Een heer deelt zijn vermogen uit aan zijn bedienden. Het is het beeld van God die zijn Koninkrijk uitzet onder mensen. Hij deelt uit. Hij ziet in hen blijkbaar wat. Hij vertrouwt erop dat ze er verantwoordelijk mee omgaan; maar ze mogen het zelf invullen.
De volgende morgen als de man inderdaad vertrekt is best spannend. Want nu moet het gaan gebeuren. Nu moet blijken of hij hen goed ingeschat heeft. Er kan zoveel mis mee gaan. De man neemt een enorm risico. 8 aandelen risico. Enorm.

Even terzijde: een vriend van me bedacht dat die reeks 5,2,1 op zich niets voorstelt. Maar opgeteld kom je op 8, en laat dat bij de uitleggers van de Bijbel nu het getal zijn waarmee een nieuw begin wordt aangeduid. Dat heeft men opgehangen aan de 7 dagen van de schepping, daarna komt een achtste dag en begint in wezen iets nieuws. En die 8 aandelen staan dus voor het Koninkrijk dat inderdaad een nieuw begin is. Dat lijkt me wel mooi gevonden.

Hoe dan ook.

Twee bedienden zijn enthousiast bezig geweest. Daar moet feest om gevierd worden; dat was overigens al aan de gang omdat de Heer weer terug was. Onze maaltijd vanmorgen verwijst daar naar. Naar de vreugde van de Heer. Zijn feest.

Maar dan is er nog die derde bediende. Die mag uitgebreid zijn brutale verhaal doen. “Ik heb u precies door. En ik zie in u een onmogelijk mens. U probeert nog veren te plukken van kale kikkers zoals ik. U bent een ordinaire uitbuiter. En als u denkt dat ik dat corrupte spel van u meespeel,- mooi niet! Ik zie er niks in. Ik ben nog net te netjes om het geld op te maken aan gokken, wapens, drank, drugs en je weet wel. Hier is dat koninkrijk van u terug. Ik wil er geen verantwoordelijkheid voor dragen.”

Die heer heeft zich blijkbaar enorm vergist in deze man.

Het valt me op dat de Heer zich niet verdedigt. “Man, je hebt een compleet verkeerde indruk van me! Hoe kom je erbij! Ik zag wat in je. Hoe heb je dat kunnen vergeten. Ik hou van je.”
De ironie van de heer mag je wel even horen. “Als je dan zo goed weet hoe ik ben, had ik van jou met je slimme hersens mogen verwachten dat je dat geld op rente had gezet”. Maar dat lijkt me aankleding van het verhaal en laat ik verder liggen.

Maar het verhaal is er natuurlijk voor bedoeld dat u en ik ons NOOIT zo op God en zijn koninkrijk gaan verkijken. Want zoveel is wel duidelijk:  er moet iets ontzettend mis gegaan zijn tussen die twee.

Die gelijkenis is misschien aanleiding om nog eens na te denken over: Hoe goed ken jij God eigenlijk? Hoeveel houd je van hem? Want daarvan hangt af hoe we met Gods wereld omgaan, zodat het Gods koninkrijk kan zijn.

Dus neem dat aanzoek van God serieus. Huub Oosterhuis heeft dat mooi gezegd: “Hij die ons in zijn dienstwerk heeft gewild, die het gewaagd heeft onze hand te vragen”. Hij ziet wat in ons. Hij hoefde niet. Maar Hij deed het wel. God was niet verplicht met een schepping voor de dag te komen; maar deed het wel. Hij wil ons blijkbaar. Hij kan op zijn manier niet zonder ons. Dat is nog eens Liefde.

Maar omdat wij geen marionetten zijn, zijn we ook wel Gods grote risico. Dat zie je op elke klimaatconferentie en bij elke wapenbeurs waar we tegen protesteren – als we al protesteren. God neemt dat grote risico dat we met onze techniek of door liberaal consumentisme  homo sapiens ombouwen tot monsters. Het zit er helaas al te dik in. En we zouden ons dat veel beter moeten realiseren. We zijn samen die slechte slaaf die er niks van bakken.

Ook in de kerk; maar het lijkt wel of we daar niet aan willen. Of we de enorme sociale problemen van de toekomst maar in een dikke vetvrije doek in de grond hebben begraven. We doen ons religieuze ding; en dat is het dan. Ik denk dat we dat niet kunnen maken.

Wij hebben de wereld in vuur en vlam gezet; we hebben daar schuld over beleden, zojuist. Maar je doet dan niet van: ik doe niet mee met het koninkrijk van Bevrijding en Herstel. Een kerk sluit zich niet op in haar gat in de grond. Deze aarde is bedoeld om het goed voor elkaar te maken. Dat heet niet voor niets hemel op aarde.

Die Heer zal altijd weer op reis gaan; maar blijft zijn koninkrijk uitbesteden ons. Hij zal altijd in zekere zin afwezig zijn om ons niet voor de voeten te lopen.  Hij zal ons steeds weer  vertrouwen. Want Hij ziet kennelijk zijn liefde in ons.

Waarom zouden we daar niet op in willen gaan.

En Hij zal altijd weer terugkomen. En hoopt dan met jou en mij feest te vieren.

De vreugde van de Heer is al aan de gang. We zijn graag geziene gasten. Amen.

Advertenties