Kerst “van de beginne” (3)

Johannes verlaat in vers 4 het taalspel met ‘woord’,  om straks in vers 14 te -concluderen: “Het spreken is vlees-en-bloed geworden ”

4. Daarin is leven geweest,
en dat leven is
het licht der mensen geweest;
5. het licht schijnt in de duisternis:
de duisternis heeft het niet opgenomen.

Nu beweert Johannes dus dat er leven in het Woord besloten was. Dat zeg ik zeker te gauw: besloten. Op zijn minst moet je bedenken dat dat woord-van-leven de hele Big Bang opent, als je dat zo wilt zeggen. Johannes mag toch ook wel aan scheppingsWoord gedacht hebben. Als alles zo potdicht is als het NIETS en er wordt gesproken, dan gaat iets/alles open, natuurlijk. Het zit vóór de schepping zo dicht, dat er helemaal niets van te zeggen valt. Er is ook geen sprake van zo en zo veel kans dat er iets gaat leven. Het is nog niets. Er is geen enkele reden te bedenken waarom het wel iets moet worden. Leven was geen must van zich zelf. Er was geen frame dat er sowieso wel toe moest leiden dat er leven kwam. In die zin is leven niet ‘vanzelf’ sprekend. Leven was en is nog steeds geen concept.
Het leven zit dus niet in het niets; tenminste dat denkt Johannes niet, en ik geloof daarin mee.

Het leven spreekt niet (uit zich zelf; van zich zelf) maar het wordt gesproken. Bij Guido Gezelle ‘spreekt de blomme een tale’, dat wel maar dan is er al eeuwen lang taal gemaakt en is het leven al een heel eind op weg. De kruiden en bloemen en planten hebben blijkbaar goed geluisterd, zodat ze wat te zeggen hebben. Een goed verhaal.

Het eerste leven dat er in het ‘spreken van God’ van de beginne heeft gezeten is natuurlijk het scheppingswoord.
En God zei.
Hij had het ook niet kunnen doen. Heschel heeft het daar over. Over de fundamentele verwondering die daarin besloten ligt; of liever die je daar aan moet ophangen. Het is als bij de ‘rotsen van Huub Oosterhuis’: die gaan OPEN! Het woord, waarin leven besloten lag, gaat OPEN! Als God tot spreken komt.

Ook als Hij ‘ter sprake’ komt?

In de kerstdienst wordt ons voorgelegd, verkondigd, aangezegd… dat in dat spreken van God in de beginne leven was. En dat leven was licht. Dat neemt ons wel de maat. Bijvoorbeeld of wij het wel willen horen, dat leven. Als leven spreken van God vooronderstelt is het iets anders dan het aardse product van stofwisseling. Hier vallen je brein en jij zelf stil: anders dan bio-leven!

Ik denk in eens dat Johannes daarom op een andere vergelijking overgaat. Beentje over van ‘spreken’ naar ‘licht’. Wat je met spreken en horen ‘van den beginne’ opgeroepen hebt, moet je aanvullen met de wereld en het leven van ‘licht’. Kan niet zonder.
Dat licht moet uiteraard geweten hebben van de duisternis die wij in zouden brengen. Licht bestaat niet zonder duister.

Hoe dan ook: zo is het verder gegaan met dat begin.
En nu schijnt dat licht in de duisternis. Onze duisternis dus. Ik denk dat het niet wijs is om heel erg in ‘duisternis los van ons’ te duiken. Dat is net zo gevaarlijk als over de rand van een zgn ‘zwart gat’ te willen kijken. Niet doen: het zal alles uit je zuigen.

Pasen2003

Opstanding

Ik laat het bij een enkele opmerking over het licht dat door de duisternis is opgenomen . Het heeft de duisternis overleefd. Dat leven…. want daar praten we over.  Als licht iets is dat de duisternis niet op kan slokken, dan is het bepaald wel iets! Dan is het verzet; tegendraads, en in de tegendruk gelouterd. Dan is het Opstanding. Dat is dus een sterk verhaal!
Ik zeg op Kerstmis: dan is het wel Iemand. En Johannes geeft me gelijk even verderop. Via eerst “het woord (van het licht) (waarin leven was) (wat licht is, dát licht) is vlees geworden” (vs 14) naar het “Zie het lam Gods” (vs 29) . En dan is net de naam Jezus gevallen.

Advertenties