Mijn armzalig gezicht… Spreuken 27 : 19

waardevolle ….

De leraar staat voor de klas. De studenten zitten voor hem. Ze volgen de opleiding diplomatieke dienst van de koning. (het is eeuwen geleden). Ze moeten weten hoe ze zich moeten gedragen aan de buitenlandse hoven. Ze moeten overal verstand van hebben. Weten hoe de hazen lopen. Hoe zitten de dingen in elkaar. En vooral de mensen. Heel fundamenteel. Ze moeten weten van handel en wandel, van vrouwen en slaven; van macht en roddel. Van relaties en hartstochten; wijsheden en dwaasheden.
Ze mogen geen fouten maken. Wat zijn de goede vuistregels om mee te werken? Niet alleen etiquette aan het hof, maar ook praktisch onderhandelen. Hoe prik je door de waan van de dag heen. Hoe haal je recht en onrecht, verlies en winst, eer en schande uit elkaar. Hoe werkt het leven voor jou en houd je je uit de nesten. 

Dat is volgens velen de achtergrond van het Spreukenboek. Wijsheden zijn vuistregels voor de succesvolle diplomatie van toen. En als je er even bij stilstaat, voor iedereen. Als iedereen ZO leeft, klopt het. Gaat het goed. Is er succes. Kan niet missen.
Ik teken aan: het zijn regels voor het leven op de positieve toer. Als je volgens deze lijnen kunt opereren, gaat het goed. Het is het concept van de wereld die o.k. is.  Het boek Prediker loopt dat dan allemaal nog eens na en maakt rauwe opmerkingen vanuit de invalshoek: en als het nu eens NIET goed is… als het leven echt NIET klopt.
Maak jezelf niets wijs. Het leven klopt heel vaak niet; waar blijf je dan met je mooie regels.

In die cursus waar natuurlijk een hele tijd mee gemoeid is, is die morgen aan de orde een les over…. ja, dat weten we nog niet; maar de samenvatting ervan, in een spitse formule bewaard gebleven, luidt: 

Zoals in het water het ene aanschijn
lijkt op het andere aanschijn,-
zo is het hart van de ene mens
voor de andere mens.

(Naardense Bijbel)

Wat er die morgen over tafel is gegaan? (A)

De leraar schildert een mooi stilstaand watertje; type Psalm 23. En dan iemand die met zijn gezicht boven het water hangt. Bv als hij wat gaat drinken. Dan ziet hij zijn gezicht. Wat daar in het water te zien is, klopt op het gezicht, dat erboven hangt.
Dan moet je wel kijken, natuurlijk; kijk maar goed. Dat gezicht heeft iets te zeggen.
Kan het ermee door? Humeurig; geil; fris; verveeld; verraderlijk; blij; zeer bezorgd, bezeerd.
Kijk, DAT zien anderen nou ook als jij je neus buiten de deur steekt.  Zij zien het nog vaker dan jijzelf; want je hangt nu ook weer niet zo vaak boven het water; en spiegels hangen niet overal. Misschien mijd je de spiegels wel. We zijn niet allemaal de stiefmoeder van Sneeuwwitje…
Kijk vooral eens goed in die ogen. Heb ik het goed, dat we dat helemaal niet zo vaak doen: kijken welke blik we hebben. Probeer maar eens je eigen blik, oogopslag,  te omschrijven. Moeilijk zat. Je moet dan staren…
En bekijk de trekken om je mond.
Hoe bezien wij de dingen en mensen? Met schichtige ogen? Met argwaan? Spottende trek om de mond.
‘Hij had een milde kijk op de wereld’.
‘De oude had een vunzig lachje over zich’.
Kijk die strakke mond, waar geen grap meer uit komt. Kijk goed naar wat je ziet van jezelf; en word niet als die man bij Jakobus die ‘in de spiegel het gezicht waarmee hij geboren is ziet en het meteen weer vergeten is’.
Neem waar en doe er wat mee; dat laatste natuurlijk ook. Je hebt dat gezicht niet voor niets; je kunt niet vrijblijvend kijken. Want met dat gezicht ga je naar buiten. Daarmee laat je je kennen. Daarmee benader je de mensen die van je houden; en de beesten. De bloemen en de bijen die het van jou moeten hebben.
Want het is natuurlijk ook zo: kijk eens goed naar wat de andere mensen aan dat gezicht van jou en die ogen en mond aflezen! Zien ze in jou de genieter; of een gevaarlijk sluwe rakker? Een ontmanteld gezicht? Gegroefd en ervaren van leed? ‘A man of sorrows and acquainted with griefs’. (Händel/Jesaja 53:3)
Gaat het al een beetje richting ‘beeld van God’?

Zo komt de gezant binnen bij de buitenlandse relatie van zijn zender.
Als het inderdaad uit de sfeer van de diplomatieke opleiding komt, dan versta ik deze belangrijke les als volgt: kijk goed naar jezelf en lees je motieven goed af van jezelf, want de indruk die je maakt, wat je uitstraalt bepaalt voor een groot deel het succes van je optreden. En zeker als je ongunstige trekjes hebt, kun je je zelf er maar beter van bewust zijn. Want je neemt die altijd mee.
Als je dan toch dat gezicht ziet, bekijk het dan goed, zorg dan dat het een houding van recht en vrede aanduidt: dat is natuurlijk het ideaal. Laat het gezicht van Het Goede Leven zien; van het Koninkrijk van God, zo vertaal ik dat maar meteen door. En spiegel het naar ‘Beeld van God’, al zegt Spreuken dat er niet bij. Dus het is wel algemener dan de diplomatieke dienst. 

Het ene hart dat voor het andere is…(B)

Ik blijf bijna hangen in dat beeld van het gespiegelde gezicht; maar de spreuk gaat verder met

 zo is het hart van de ene mens
voor de andere mens.

Raadselachtig. Op het eerste gehoor zou ik zeggen dat de leraar bedoelt: ‘Jouw hart klopt op dat van je naaste’. Ja, maar dan weer op voorwaarde dat alles goed is. Als het leven goed in elkaar zit; als het leven klopt. Wil het leven kloppen dan moet mijn hart natuurlijk niet TEGEN dat van jou zijn. Ten diepste moet er een eenheid zijn tussen de mensen….. anders redden ze het niet. En liefde. Zeker en vast. Als hun harten niet voor elkaar kloppen wordt het leven geen succes.
Dit is  heel erg taakstellend. Vaak is mijn hart niet kloppend op dat van jou. Zo ver zijn we nog niet…. en daarmee stuurt de docent zijn leerlingen dan het leven in, die dag…. ‘Eén gedachte schoot als pijn hem door het lichaam: dat het niet goed is, dat de mens alleen is.’ (c.a.bos) Veel huiswerk.

Wat zouden we zelf aan willen kaarten? (C)

nebuvezpasDat primitieve, basale drinken uit een watertje kennen we niet of nauwelijks meer. Gezien onze smeerpijperij is dat ook uiterst link. Je wordt er zo maar ziek van. Kijkt dat gezicht in het water ons beschuldigend aan?  Dan maar liever die gladde ‘kraan die alles kan’. Of die flesjes kunstwater. 

Moet je misschien ook eens niet naar dat gezicht kijken, maar naar dat water zelf? Water is een fenomenale uitvinding in de schepping.  Maar inmiddels willen we dat natuurlijke water overtroeven met het water van onze plastic flesjes zonder statiegeld. Steriel met een kunstsmaakje. We zien in dat water een krachtcentrale, en niet meer ons gezicht. Wat zijn we toch een hoop slimmer dan dat primitieve vervuilde water.
Maar water des levens? Wie heeft er nog van gehoord? Het zijn tamelijk vrije associaties bij die aloude spreuk. Wie het grijpen kan, grijpe het.

Religieus?

Wat mij betreft heeft een preek toch altijd een lijn naar de godsdienstige laag van een tekst. En die schijnt hier te ontbreken. Zoals in meer stukken van het Spreukenboek. Daar vind je meer tegeltjeswijsheden dan religieus gewijde dieptelagen. Maar ik ben zo vrij om zo’n tafereel van een gespiegeld gezicht en zo’n kloppend hart uit te lijnen naar :

Gods gezicht in een mensengezicht

Ja, dat lijkt me best een Bijbelse lijn: van Gods gezicht naar dat van ons; naar Gods hart  dat gaat kloppen op dat van zijn mensen. Zij zijn zijn afdruk. Beeld. En zeker is zijn hart op ons hart. Hij hangt gespannen boven alles wat we doen en laten; Zij is betrokken in alles wat we zijn: of het al wat wordt met haar beeld. Of die wereld wel goed laat zien waar Zij op uit is. 

Ik denk wel aan de thematiek van de ‘Visio Deï’ het mystieke zien van God; maar werk dat hier niet uit. Zou een andere preek kunnen worden. Hier houd ik het bij het zien van God in een ander, een mensengezicht. Niet ons schouwen van God. Het lijkt me zeker dat Spreuken daar niet mee bezig is.

En dan schiet (uit welke hoek,- ik weet het niet) ineens Lied 945 naar  voren. Warempel met spiegel en al. De spiegel van een mensengezicht in uiterste kwetsbaarheid. Om het op te nemen tegen ‘ die andere drammers’. We gaan zingen dat het beeld dat we van God laten zien aan onze omgeving, niet bestaat in fraaie woorden; niet in sterke beelden. Maar in de kwetsbaarheid. Zeg gerust: zoals Jezus dat voorleefde. Ons hart moge gaan kloppen op zijn hart; zijn motieven.
Het is de thematiek van Kerstmis. Amen.

liturgisch

Het lijkt me een tekst om in een ‘groene tijd’ te lezen.

Of anders voor een alternatieve Kerstviering. Daar is immers sprake van Gods Beeld afgedrukt in dat van het Kind.

Lezingen

Waarschijnlijk is het verwarrend als er een hele rits spreuken wordt gelezen. Houd het maar bij deze ene: Spreuken 27:19. De verzen ervoor en erna hebben geen verband met dit vers.

Misschien de gelegenheid aangrijpen om maar even te brainstormen met de mensen: wat hoort u bij eerste lezing.

Is een experiment (met kinderen?) iets: een teil met water. Kijken wat je ziet. En dan met vloeistoffen / kleuren / vervuiling erin. Verandert het beeld van wat je ziet?  Misschien te ver gezocht.

Als je denkt aan de uitspraak ‘het NT is het verklarend woordenlijstje bij het OT’ (van Ruler) dan kun je met enige uitleg Johannes 1 goed lezen. Dan zit je ook nog eens goed op Kerst.

Het verhaal van Jakob die door Ezau verzoend wordt is ook wel treffend: ‘in jouw gezicht zie je dat van God’. Maar misschien leidt dat de gedachten toch te ver weg. Genesis 33: 10.

Ja, ik denk toch dat Psalm 23 wel aansluit bij de woordkeus van Spreuken 27.
En een psalmengebed afronden met Psalm 131 lijkt me goed.

Evangelielezing: gewoon van de zondag? Als zelfstandige lezing dan; niet als preektekst. Ik heb niet veel ervaring met hoe dat werkt voor de aanwezigen. Uitleggen in elk geval.

Te zingen misschien: 

Vergeet de psalm van de Zondag niet. Evt. toelichten.

 Gij die de stomgeslagen mond verstaat.. niet in liedboek; maar in ‘laat mij maar zingen’: nr. 7

lied 945 zou ik zeker niet ontlopen.

Bij: gezicht hoort vast wel Lied 834: tot ik U zie o eeuwig licht van aangezicht tot aangezicht.

Gebedsintenties

  • Een Kyriegebed: alles ziet er zo anders uit dan U bedoelde…. dan U zien wilt