In het huis van de Psalmen: 018.

Het gaat me nu niet om de dichter die zich vrij uitvoerig onschuldig verklaart. We vinden dat bijna snoeven als je dat zo van je zelf rondbazuint. Maar dat is wel vaker het geval in Psalmen. Neem psalm 001. En in psalm 017 gaf ik aan dat iemand in volstrekt verloren positie best zijn of haar onschuld zwaar mag beklemtonen. En dat je dan niet hoeft te denken aan snoeverij, als de dichter claimt dat hij zich trouw aan de Tora heeft gehouden, en oprecht, rechtvaardig is geweest.

Psalm 18 heeft naast die onschuld betuiging nog een ander element: nl dat van David die wraak wil op zijn vijanden; vs 38-44 en 48. Hij verplettert ze.  Psalm 59 heeft die wraakgedachte ook; zelfs met een snuifje sadisme, vers 12: dood ze niet meteen!

Behalve dat de Ene alles uit zijn verschrikkelijke kast haalt om los te gaan tegen Davids vijanden, gaat hij zelf ook te keer. En zijn vijanden hebben geen schijn van kans. Dat is duidelijk een stap verder dan zelf uit de nood ontkomen. Eerst brulde hij zijn nood uit als (onterecht) slachtoffer. Nu haalt de ontkomene zijn gram, en niet zo zachtzinnig ook; naar de stijl van die tijd.
De boosaards worden niet netjes via humane rechtspraak veroordeeld; ze zitten niet netjes hun straf uit in een welverzorgde gevangenis of in een heropvoedingstraject. Maar  ze gaan er aan. In de praktijk kun je vaak niet anders slachtoffer-af worden.
Hij ziet met zeker genoegen dat zijn vijanden ook wel brullen om God, maar die antwoordt mooi niet. (42)
Maw David brengt op zijn beurt zijn vijanden in dezelfde ellende,  als waarin hij zelf verkeerde en waaruit hij zo krachtig door de Ene gered werd.

Ik las dit keer psalm 18 daags na de documentaire over de doodstraf van de VPRO op TV. Life and death row.   Twee elementen zijn blijven haken. Daar was de conclusie, na afloop van een executie:

“Nu kunnen nabestaanden vannacht slapen, de zaak afsluiten; er is gerechtigheid gedaan.”

En de andere: “Doodstraf is geen gerechtigheid.”

Dat eerste statement is geheel gedacht vanuit de (nabestaanden van) slachtoffers van een misdaad. Tevreden dat degene die hen zo veel verdriet aandeed “zijn verdiende loon” kreeg. Maar of dat op den duur gezonde gevoelens zijn, waag ik sterk te betwijfelen. Ik denk niet dat het zo werkt.
Praten we dat elkaar niet te zeer aan, aan de borreltafels?! Ze helpen niet vooruit; het slachtoffer komt er niet van terug; de lege plek wordt niet gevuld. Het enige is dat er in plaats van één twee levens vernield zijn. We kennen het bij kinderen: lekker puh. Ik denk dat ‘gelijk loon’ in dit geval een perverse vorm van ‘gerechtigheid’ is.
Het is nl. niet ‘recht’ als er een leven vernietigd wordt. Dat was het al niet toen de misdadiger toesloeg. Dat wordt het ook niet als ambtenaren met formulieren en allemaal in orde, en na jarenlange touwtrekkerij, een injectienaald zijn dodelijke werk laten doen.
Het is geen gerechtigheid, want die heeft als essentie bevrijding.
Doodstraf is alleen een volgende slinger in de spiraal des doods.
Ik bagatelliseer het ongelooflijke verdriet, lijkt het, van bv ouders wier kind niet meer thuis kwam van avondje stappen: vermoord. Maar wie ben ik helemaal om hun evt. ‘lekker puh’ gevoelens de maat te nemen. (Nog afgezien van de vraag wat psalm 18 hier nog mee te maken heeft.)

We komen nog steeds niet uit dat dilemma. Misschien is de doodstraf die hier en daar nog uitgeoefend wordt wel de heidense aap uit de goddeloze mouw: “We moeten wel opruimen, want we hebben by far niet de capaciteit om veroordeelde misdadigers weer tot nette burgers te maken. En het is niet humaan om ze maar decennia te laten rond hangen op death row”.

 

Advertenties