Lied 511 en de ongein van een pop melodie.

Dietrich Bonhoeffer

“Door goede machten trouw en stil omgeven”

Mooi lied van Dietrich Bonhoeffer. Je zult het denk ik niet in de top2000 vinden. Velen zingen het graag en intens in de Oudejaarsdienst of op Nieuwjaarsmorgen.
Ik heb het lied lief; ik vind het mooi. Ik zing het niet meer zonder tranen.
Niet aan morrelen wat mij betreft; en ook niet op een couplet beknibbelen. Het is zo’n wijs lied. Van een dichter waarvan je weet dat hij een paar maanden later opgehangen wordt. Door de boze macht Hitler. Die boze macht kent hij echt wel.
Straks meer over het lied. Maar dan weet je al vast: ik heb het lied hoog, heel hoog. Wat mij betreft kan het op Oud en Nieuw niet zonder. (Ik overdrijf, want we deden het twintig eeuwen zonder.) Ik zeg er graag een paar goeie dingen over, nav een niet eens zo belangrijke gebeurtenis.

Afgelopen Oudjaarsdienst. De context is die van een jaar aan alle kanten door kwade machten belaagd, en bepaald niet stil te krijgen. Onze ‘opgejaagde zielen’ lagen bovendien letterlijk onder vuur van een vuurwerkvrijezone die niet functioneerde. De voorganger laat dan een paar coupletten van dit lied zingen. Maar op een alternatieve melodie. Volgens een kenner van de hand van een gerenommeerde Duitse componist. Siegfried Fietz. Het jonge volkje zou er zeer enthousiast van zijn daar bij de oosterburen. Want het was ‘popartig’. En het enige wat promotie naar de Evangelische Gesangbücher nog verhinderde zou het feit zijn dat de componist van het 7e couplet een refrein gemaakt had.
Fietz heeft het lied ‘verpopt’ maar ik zie er geen vlinder van komen.
Het is natuurlijk een feit van niks, maar ik neem het lied toch graag in bescherming tegen deze mishandeling.

Mijn eerste reactie was: een goed lied is blijkbaar toch kapot te krijgen! Ik maak dat niet mee! Ik zing dat (vanzelfsprekend) niet mee; ik ben verbijsterd. Ik loop nog net niet weg. Ik dwing me zelf te luisteren of het echt zo erg is, of dat ik me aanstel. Ja, het is echt erg. Aan de goede bedoelingen hoef ik niet te twijfelen. (Na afloop blijken vrienden iets van mijn ellende gemerkt te hebben; knuffel, blikken van verstandhouding.)
Het pleit zeker niet voor me dat ik er de dreun in herken van ” ’t Is weer voorbij die mooie zomer”. Van Gerard Cox. Gejat van een origineel dat verder niks om het lijf had. Maar het blijft wel doorzeuren in mijn hoofd de komende dagen.
Ik vind dat er geen behoorlijke melodie in mee komt. De muziek is niet meer dan een handvol akkoorden waarmee een gemiddelde cabaretier achteloos een niets zeggende tekst wegzet. Met het gemak van: ‘het loopt er zo wel in; en ik kan zo uren doorgaan, en dan hebben we het nergens over gehad.’

Ja, kijk, dat moet je mij niet lappen met zo’n goede tekst. Klopt het dat het origineel van Bonhoeffer misschien poëtisch niet het hoogste is wat er ooit gedicht is? De ‘berijming’ van Schulte Nordholt is buitengewoon. Ik heb me laten vertellen dat de Duitse kerken het lied pas hebben omarmd toen het van de Nederlandse versie was terugvertaald. Ik weet niet meer of dat inclusief de melodie van Adriaan Schuurman was. Die heeft geen vervanging nodig. Niks meer aan doen.
Behalve misschien op oefenen. Die melodie moet veroverd worden, natuurlijk.

Nu nog iets meer inhoudelijk. Iemand zingt je een lied van groot vertrouwen voor: stem eens in. Vertrouwen, terwijl je leven aanvoelt als wankel. Je wereld staat op losse schroeven. Dat speelt er! Krijg die toon eens te pakken. Weet van de goede machten. Bonhoeffer weet ervan! En het is oudjaar 1944! Hij staat ten dode op geschreven!
Zo’n lied is het. Niks deuntje. Het is geladen met urgentie, niet met gezapigheid.
Wees zelf maar eens een van die ‘goede machten, die stil en trouw een ander omgeeft’. Houd die bittere kelk maar voor elkaar vast. Je weet hoe je handen daarbij zullen beven. Het gaat om geleden leed van weer een jaar: 2018; en mogelijk nog een: 2019. Het gaat echt ergens om. “Geef ons vrede” terwijl het schandelijke vuurwerk om ons heen raast. Met op vijfhonderd meter een fabriek die aan oorlogsbewapening verdient.
Gedenk met elkaar de eenzaamheid in plaats van die weg te knallen.
Die hoge tonen aan het begin van de laatste regel: waag het eens! Je dabbert maar niet een eindeloos refrein van een doodlopend tij in, maar je waagt het. Anders kan het niet. Het ontroerende wereldwijde loflied.

Ja, ik wil dit lied maar in bescherming nemen tegen alle commerciële elementen. Want alles van waarde is zo weerloos, immers.

Advertenties