Lied 764. Die Zaaier toch. (1)

Onlangs lied 764 weer gelezen. Zag ineens – het stelt niks voor – dat dit lied van Barnard een ander notenbeeld had, dan in mijn hoofd klonk. Ja, het was een andere melodie. Nu staan er drie liederen met dezelfde melodie naast elkaar:

  • 763 zij zullen de wereld bewonen (ten dage des heils)
  • 764 een zaaier ging uit om te zaaien (van de zaaier)
  • 765 gij hebt met uw brede gebaren (van het zaad in de akker; andere gelijkenis dan 764 veel meer nadruk op oogst)

De dichter is drie maal Willem Barnard, de componist nu in alle gevallen Frits Mehrtens, hun gedachtenis zij tot zegen.

Ik ben dan toch nieuwsgierig: waarom is de melodie die Juul Ouwehand maakte bij 764 opgegeven? Vanwege dat langere melisme in de eerste en derde regel? Zou kunnen. Ik heb niet voldoende in huis om die vraag te beantwoorden.
Dan is het wel een gotspe dat Ouwehand waarschuwt in het Compendium : gebruik deze melodie maar liever niet voor andere teksten! Nou, dan helemaal maar niet moeten ze gedacht hebben bij het nieuwe Liedboek! Maar hij gaf daar zelf ook zo ’n beetje toe dat die melismen wel beter passen bij zaaien en waaien, dan bij de overige coupletten.
Ik heb verder opgemerkt dat de Zaaier uit vers 6 zijn Hoofdletter heeft moeten inleveren. Te veel bureaucratie van de Liedboekredactie, vind ik dat. Barnard was juist zo geniaal door in vers 1 te beginnen met ‘zaaier’ om dan in vers 6 op de hogere versnelling te gaan: ‘Zaaier’.

Eerst nu naar de gelijkenis van Jezus. Lukas 8: 4-15

Het beeld van de zaaier is tegenwoordig nauwelijks meer herkenbaar. Zo doen we dat niet meer. De zaaier maakt geen brede gebaren meer, maar zit met walkman op, op een monsterachtige trekker. Dan raakt de ongewisheid uit beeld ook. We kennen precisie landbouw. Landbouw is hightech : kassen waar de gewassen niet meer in aarde staan, maar op steenwol etc.
Hele generaties leggen geen verband meer tussen brood en zaad en grond en groeien en onzekerheid en afhankelijkheid. En in razend tempo verdwijnen de vogels die zaadkorrels kunnen wegpikken, en Monsanto-gif voorkomt op eindeloze akkers enig onkruid, om dat ook maar vast genoemd te hebben.  Toch zal het beeld van een zaaier  niet helemaal onbegrijpelijk zijn. Vergelijk kinderen die nog steeds stoomtreinen tekenen en zeilboten! Of zit ik er nu naast?

Jezus legt ons als rode draad van de gelijkenis voor dat mensen (van) zaad zijn, al begint Hij daar niet mee. Zaad is eerst: ‘spreken Gods’.
Jezus geeft een zinnebeeld van Gods koningschap.  Mensen krijgen over dat Koningschap een (half) woord en … ja wat? Je weet maar nooit met vogels en distels en harde grond. Soms, God weet, worden mensen graan en oogst in de zin van: ze praktiseren de ins en outs van Gods koningschap.
Zo moeten we het zelf maar invullen, want Jezus doet dat niet direct. Het is het beeld van een (menselijk) proces dat ergens op uitloopt. Dat tot zijn voltooiing komt; wat oplevert; iets moois. Honderdvoudig versta je dan als kwaliteit en niet als kwantiteit. Het is geweldig!
We vullen ook maar zelf in dat wij het de Grote Zaaier maar eens na moeten doen. Met die brede gebaren als het even kan. Los van gepietepeuter en wars van kramp, maar op hoop van zegen zo wijd als de wind.
Vasthouden dat Jezus het zaad duidt als het woord van God (Lukas 8: 11; ‘het spreken van God’, Naardense Bijbel). Moet  je dan de woorden van God in Genesis 1 mee horen? Kan geen kwaad lijkt me; zou ik maar doen.
Maar dan is het wel opvallend dat Jezus daar niet op doorgaat, want in vers 12 staat zaad ineens niet meer voor woord van God maar voor mensen die horen en…. Mensen die horen, want dat doe je met een woord. En gaan geloven. Of blijkbaar niet. Tussen spreken en horen (en doen) kan van alles zitten.
Ook opvallend dat Jezus niks doet met een beeldspraak van God als de Zaaier; wat Barnard in vers 6 dus wel deed.
Jezus geeft een wonderlijk trekje van het Koninkrijk aan: het tot stand komen ervan is een risicovol proces. En het lijkt wel of het risico zit in oorzaken van buiten: platvoeten van mensen, onkruid, slechte grond, vogels. Ik heb hier van jongsafaan iets gehoord van: mensen kunnen er ook nog een keer niks aan doen of ze vrucht dragen. Hoe onredelijk is dat: wat een sof als jouw grond te hard is; of jouw doornstruiken zijn te zwaar. Jij hebt toch zelf niet in de hand waar je gezaaid wordt. Pas later besefte ik: daar ben je nou juist mens voor om wat met die harde grond die je bent etc. te doen. Maak je borst maar nat voor het gevecht met je onkruid! Dat komt dan niet in deze gelijkenis aan de orde, maar het is wel zo.
Ik hoor van het Koninkrijk graag over een sociale dimensie van gerechtigheid en vrede. Maar ik noteer dat daar hier geen accent op ligt.

Ik vervolg in een nieuw bestand.

Advertenties