Lied 994.Voor hen die ons regeren….

“O God, gij moet regeren
tegen het onverstand”
Liedboek 994

Je vindt je weg zelf wel in dit lied van Naastepad. Zeker in een week als die van 17-24 maart 2019. We hadden een heuse aanslag op het 24 oktoberplein in Utrecht. En ‘chaotische verkiezingen’ volgens onze voorganger, die dit lied liet zingen. Een enorme watersnood ramp in en rond Mozambique en alle ellende waar de Britten om gevraagd hebben in hun lust om op te stappen uit de EU. (Volgende week zou Zondag Brexit kunnen zijn, maar nog even niet.)

Ineens schiet me te binnen, dat ik onlangs nog een appeltje schilde ‘met hen die ons regeren’. Vanwege de uitruil van 250 van de minste vluchtelingen tegen een verruimd kinderpardon. Ik was zo vrij om om andere regeerders te bidden, En ik zal nog wel meer horzeligheden aan verwante thema’s gewijd hebben.

Regeerders zitten mij hoog, Ik heb, echt waar, regeerders hoog. Respect dat zij dingen doen die wij nu niet allemaal zelf hoeven te doen; beslissingen nemen waar wij persoonlijk voor terug deinzen. Maar ze verdienen het kritisch gevolgd te worden. Ze hebben soms ambities, waar je vraagtekens bij mag zetten. Ze halen (ook hun eigen!) hoge normen niet altijd. Zelfs hun brein is beperkt, hun moraal niet op voorhand hooggeschoold. Toen ze gekozen werden wist niemand of ze tactvol waren, of meelevend. ‘Ze waren wel goed voor hun hond’, maar verder… Bestand tegen de fraude die nog moest komen en de verleiding waar ze ook wel van gehoord hadden,- dat was nog maar de vraag. We hebben er zelfs een tussendoor laten slippen, die naar eigen zeggen (!) ‘geen visie’ bleek te hebben. Dat hebben we geweten.

Gelukkig maken ook regeerders niet alles mee. Volgens mij liggen bv wethouders constant wakker van mogelijke crises die ze niet aan denken te kunnen, maar die wel zouden kunnen….. Maar het valt meestal mee. Ook wel ondanks onze regeerders, eerlijk gezegd.

Regeerders in dagen van rampspoed: dan moeten ze er natuurlijk wel staan. Samen met hun hulpverleners: politie, brandweer, arrestatieteam, ambulanceteams, extra ziekenhuisbedden etc. Dus nooit meer goede sier proberen te maken met leuzen als ‘minder ambtenaren’.

Ja, we komen hen terecht tegen in de kerk; in onze liederen. Daar gaat het om Het Goede Leven, en daar zijn ‘begenadigde’ mensen voor nodig, want het is geen ‘natuurproduct´. Wij houden in de kerk het visioen hoog van een wereld ‘waar elk zijn naam in vrede draagt’. Dus wat let je om mee te doen!
En daar zijn voortrekkers bij nodig. Geen potentaten,- daarom zetten we in met een gebed ‘om ootmoed en verstand’. We leggen onze regeerders aan de meetlat van ‘hecht en recht bewaren van al de getuigenissen..’. We denken er niet te komen met alleen maar regelaars, sterke mannen, m/v. Ze zullen ‘de zwakken in de poort’ dragen. Naastepad geeft een zeer diepzinnig criterium aan voor een ‘land waar je heen zou vluchten als het moet’: de zwakken niet verlaten. Hoe wind ik me dan ook op dat het marktprincipe in de zorg is ingevoerd. En dat we 250 vluchtelingen minder opnemen om wat meer kinderen menselijk te laten meegenieten van ons ‘veilige’ land.

Naastepad roept indirect een beeld op van ‘falende overheid’, als je het mij vraagt. De lat ligt wel erg hoog. Want de regeerders mogen ook voor vrede zorgen, inclusief de aftocht van geweld. Daar vraag je toch wel veel. Net speelt de vraag waar we heen moeten met al die IS-mensen die nu verslagen zijn, en zitten te wachten op de eerste de beste kans om toch weer toe te slaan met hun weerzinwekkende geweld. En we hadden Utrecht deze week! En we stemden met grote provinciale meerderheden wel op lieden van bloed en bodem. Zorgen zat. Gebed te weinig. Hoe vaak bidden we dit lied? Wie opent ons de ogen. We zingen hier nogal wat bij elkaar! Dat halen onze regeerders nooit als je niet voor ze blijft bidden, en ze niet scherp houdt.

En dan dat wijze vierde couplet van Naastepad. Gebed voor ons zelf. We zingen niet zo mooi en fijn van dingen waar de regeerders linksom of rechtsom op geen voeten of vamen aan blijken te kunnen tippen, ja dat ook,-  maar we bidden ook voor ons zelf: ‘tegen het onverstand; wij dienen….’. Dat is dus mede ons onverstand. Bijv. de dwaasheid van lied 709:4 o God wat zijn we dwaas geweest….

Als je niet voor het zingen de kerk bent uitgegaan mag je ook nog meemaken:

‘Gij zijt genade, uw bevel
doet leven en vergeven’

Daar hebben de regeerders en wij de handen mooi vol aan.
Je was dus niet voor niets ter kerke geweest.