Dankstond is niet voor watjes

Dankstond is niet voor watjes.

‘Dankdag voor gewas en arbeid’ blijft een omstreden gebeuren. Ik houd ervan als daar geen doekjes om gewonden worden. Als een gemeente daarmee toont te beseffen dat ze aan de bak moet, want het gaat wel ergens over.
Het hoort wel bij een agrarisch leefpatroon dat de meesten achter zich lieten. Maar je hoeft het niet te problematiseren, omdat er zo weinig mensen voor achter de kachel vandaan komen. Iets is niet pas zinvol als het met de TV kan concurreren. De TV is nooit volwassen geworden.
Als je bij elkaar komt om te danken, moet je het onvermijdelijk hebben over de zaken waar je NIET voor wilt danken. Daar is je leven ook vol van. En anders dat van de mens naast je in de bank wel
En dan toch moeten danken? Hoe onredelijk kan dat zijn!?
Zaken waar je niet voor MAG danken zelfs,- die zijn er ook. Heb je niet zo gauw een voorbeeld ? Hier dan: danken voor je baan in de tabaksindustrie. Lijden aan je aandelen wapenindustrie. Dan kun je zelf die andere hete hangijzers wel bedenken. Maar zo moeilijk is het wel.
Als ik naar de dankstond ga, steek ik mijn nek uit voor dat soort intense vragen. Happy clappy zal het niet zijn (to be perfectly honest with you).

Individueel ben je gewoon dankbaar voor dit of dat en dat; of niet. “Moet ik toch zeker zelf weten!” Ja, zo is het ook nog een keer. Dat redden we wel. En dat hoeft niet egotistisch te zijn. We laten ons terecht niet zo maar aanwrijven dat we ondankbare wezens zijn. Ga maar uit van het positieve.

Maar als we met elkaar te maken hebben, komt die discussie op over dat danken MOETEN. Dat wringt; zoals ‘verplicht genieten’. Als anderen daar iets over willen te zeggen hebben, prikkelt ons dat.
Verplicht dankbaar zijn. Bijv omdat het de eerste woensdag in November is. Terwijl je de jetlag van de omschakeling naar de wintertijd nauwelijks verpruimd hebt. Gaat niet lukken. Hooguit als waagstuk, want inderdaad er zit een handvol volks in de banken van het middenvak. Dat zijn de dapperen, die de spanning niet uit de weg gaan. Als het volop crisis is, en de mensen de meest afschuwelijke dingen ondergaan of doen,- dan nog drommen ze bij elkaar om te danken. Als de uitdrukking ‘met de moed der wanhoop’ ergens op zijn plaats is dan nu wel. Een vrome samenzwering. (anderen zeggen: rare secte)

Goed, ik kan er lang of kort omheen draaien, uiteindelijk klinkt toch die tekst van Paulus “Zeg dank in alles,- want dat is de wil van God in Christus Jezus jegens u.”(Naardense Bijbel). We hebben net al gezegd dat we ‘in alles´ natuurlijk niet gaan doen. Lukt niet; mag niet.
En dan hebben we meteen een slecht geweten: nou staat het nog in de Bijbel ook; maar we halen het niet? We willen het niet eens. Straffe voorbeelden genoeg.

Hoeft het soms niet?

Ik vind het een geforceerde exercitie om dat ‘alles’ zwaar te benadrukken, en dan te proberen te bewijzen dat dat wel klopt. Praten we elkaar een probleem aan?
Mag Paulus zich misschien een beetje ongenuanceerd uitdrukken? Hij is niet bezig een Bijbel te schrijven. Het is gewoon een brief aan mensen die hij graag mag. Hij is er niet op uit mensen te forceren. Hij heeft de complete dogmatiek ervoor niet al doordacht.
Maar er is ‘van alles’ om voor te danken. Misschien meer dan je je bewust bent. Houd het boven tafel. Verleer het ambacht danken niet! Leer het; oefen erin. Mensen leven sowieso alleen oefenend, veranderend; er is altijd wel wat. Laat je dan niet fixeren op de zwarte kant van bestaan. Het begint al met een glas dat half leeg is of half vol; maar het gaat ook over ‘midden in de dood zijn wij in het leven’.
Ik wil Paulus advies graag in die omgeving plaatsen.
En wat mij betreft: wees realistisch. Als we zaken meemaken die ons gelukkig maken en blij, en danken kunnen, dan is dat geen natuurverschijnsel. Daar hebben we (hard) aan gewerkt. Dat hebben we misschien ook wel geblokkeerd, zodat het voor ons zelf of een ander slecht uitpakte. Wie hebben we het danken onmogelijk gemaakt? Niks happy clappy! Dat basis besef ben je vaak genoeg kwijt; kom daar gerust maar eens voor bij elkaar om het weer boven tafel te halen.

het changen van the times…

Wij mensen hebben danken gekoppeld aan positieve ervaringen; en als die er niet zijn moet je niet met ‘danken’ op de proppen komen. Daar lijkt me niets mis me. Ik zou ook voor de duidelijkheid ook willen dat lijden en moeite niet zo werden opgehemeld, omdat het zo goed voor ons is en zo. Daar uitgebreid voor ‘danken’, grenst voor mij aan overmoed. Maar dat is een thema dat ik nu laat voor wat het mag zijn.
220px-thetimesareachangingswedenHet gaat er denk ik om, dat gelovigen onder de meest beroerde omstandigheden het leven niet afschrijven. Omdat het sowieso ‘leven-met-God’ is en blijft. En dat leven-met-God is doortrokken van de belofte van verandering. Ik dank niet pas als er gebraden duiven in mijn mond vliegen. Niet als ik een positieve winst-verlies rekening op mijn cv kan zetten.
Danken slaat op het revolutionaire ‘Ik maak alle dingen nieuw’. Zal ik het toch maar even op de Bob Dylan-toer zeggen: “For the times they are a changing”. Het valt me op dat zijn song eindigt bij de ‘eersten van nu wel eens de laatsten van straks kunnen zijn’.

Dankstond blijft voor mij een heel straffe zet van Moeder de Kerk om het geheim van die verandering alle aandacht te geven, omdat je dan niet achterover kunt leunen, maar aan de slag kunt. Wij zijn immers daarbij zelf de verandering! Dat is niet voor watjes. Tel uit je winst.

Advertenties