De drie schriftlezingen van zondag na Kerst

De voorganger liet, tegen zijn gewoonte in- zo zei hij-,  drie lezingen uit de Schrift doen, zondag na Kerst. En hij daagde ons uit te bedenken wat die drie met elkaar te maken konden hebben. Hij zou ons daarbij niet voor de voeten lopen met de oplossing. Mijn inzending heeft even op zich laten wachten.

Ik voelde me wel uitgedaagd. De lezingen blijken uit het gemeenschappelijk leesrooster te komen.  Evangelielezing Lukas 2: 33- 40; en Jesaja 61: 10- 62:3. Gecompleteerd met – ik zeg het meteen maar – moeilijke theologie van Paulus: Galaten 3:23-4:7.

De evangelielezing vertelt het optreden van Hanna, als de ouders Jezus voor het eerst in de tempel brengen. Ze is een profetes, maar krijgt van Lukas merkwaardig genoeg geen tekst. Dat maakt mij wel nieuwsgierig. Iemand die haar hele ontzettend lange leven gevuld heeft met God te dienen met vasten en bidden, en profetes zijn. Dat mag toch wel wat uitgebreider!  Wat zegt ze dan van God en van ons? Want profetes is toch dat je meldt wat God vindt van wat wij er van bakken. (Heschel). We horen het niet van Lukas. Maar meteen voel ik een onbedwingbare behoefte aan moderne profeten. Mensen die aan de zaak van God zijn gecommitteerd; die ervoor staan, een lang of kort leven lang. Profeten voor alle dag; profeten voor ons dolende mensen; met ons dolend, maar niet stil te krijgen. Profeten bij hoge nood, wanneer wij al gauw mompelen: “Wij weten niet wat we moeten zeggen. Daar zijn geen woorden voor.” Profeten bij Het Goede Leven.

Maar de vraag was wat de samenstellers van het rooster met dit setje lezingen suggereren. Ik houd het erop dat de lezing van Jesaja haar boodschap typeert. Staat Hanna in de lijn van deze grote profeet; is dat het? Ze zal vast blij geweest zijn, zoals 61:33 begint. Vreugde om ‘de mantel van bevrijding’ die ze om haar oude botten voelt. Hanna, de ‘bruid met haar sieraden’? Een ‘bruid van God’? Niet langer verlaten? Na 84 jaar weduwe weer de bruid? En staat ze zo model voor een godvergeten wereld die weer gevonden is. Diezelfde Heschel van net zei immers: ‘God zoekt de mens’.

Veel moeilijker is te zeggen wat Galaten hier doet. Als er nu gestaan had “Maar nu Christus is gekomen…” –  dan markeert dat het moment dat Jezus voorgesteld wordt: Het is zo ver. Maar er staat: “nu het geloof gekomen is”. (vs 23 en 25).  Ik kom er niet uit.

Advertenties