Johannes 6 na 50 jaar

Geen alternatief voor Jezus? Jezus alternatief voor wat?

In Johannes 6 vraagt Jezus zijn vrienden:”Willen jullie soms ook weggaan?”  Het is beslist een belangrijk punt in de beweging van Jezus. Misschien wel een weerslag van een situatie in Johannes’ eigen leven in een jonge gemeente, waar de vraag leefde: hoe nu verder; zullen we er mee ophouden? Anno 2016 actueel nav zoveelste rapport “God in/uit Nederland”.

Bij mijn intrede in Borne (O) lang geleden, preekte ik over Johannes 6: 60-67(71). De bijbeltekst is altijd met me mee gegaan; de preek niet. Nu, 50 jaar later zoek ik die tekst weer op. Niet om herinneringen op te halen. (die preek van destijds werd eerst met de hand in klad geschreven en daarna op een ouwe Underwood volledig uitgetypt; de nieuwe van begin tot eind op laptop gemaakt,- laat dat genoeg nostalgie zijn).

Johannes rondt een aantal leergesprekken van Jezus af met een gewetensvraag voor de kleine kring van de 12. Beetje negatief geformuleerd voor iemand als Jezus. Suggestief. “Willen jullie dat niet ook: weg gaan?” Waar ziet Hij hen voor aan? Denkt Hij hen zo goed te kennen? Kent Hij hen dan zo slecht? In het volgende hoofdstuk vertelt Johannes trouwens al dat Jezus nog op heel wat sympathie kan rekenen. Zo dramatisch is het nu ook weer niet. Maar waarom is Jezus dan zo negatief?

Luister eerst nog eens beter naar de vraag van Jezus
Jezus klinkt somber; daar kun je niet omheen. Hij klinkt kwetsbaar. Niet als de stevige “Leidsman des geloofs” die niet klein te krijgen is. Heilig en vurig gelovend in zijn missie. Nu blijkbaar even niet. Op de posters van ds Mikkers staat in knallende chocoladeletters: “Mijn Jezus ziet het niet meer zitten”. Jezus zet de tegenaanval niet in met een nieuwe serie nog straffere wonderen. Hij vraagt ook niet: “Mag ik dan bij jullie tenminste?!” Of: “Laat me niet alleen”. Of helemaal positief: “Geweldig dat jullie nog bij me zijn!”
Misschien had Hij NU al vast de gave van Heilige Geest op hen moeten blazen. Een hart onder de riem; Geest van hierboven in het hart. En er weer stevig tegenaan. Werven. Genezen. Bevrijden. Zijn Vader gelooft toch nog in Hem! Nou dan.

Ik houd het erop, dat Johannes Jezus bewust zo broos neer zet. Hij zet Jezus heel zijn evangelie door neer als het LAM GODS.

zondboklaetare

Lam Gods, Zondebok. Zondag Laetare

Teken van kwetsbaar; lijden; overgave; niet machtig. Geen super hero; geen spierballen. Dat nuanceert al die massieve uitspraken en gesprekken van HEERLIJKHEID die hij Jezus ook in de mond legt. Over zijn hoge afkomst en zijn goddelijke toekomst. Ja, dat allemaal,- maar Jezus loopt dus ook rond met heel menselijke vragen: “Lopen jullie nu ook weg?” Zijn visservrienden zien die afkalving natuurlijk ook; en dat raakt Hem hevig. Hoe verheven Johannes verder ook over Jezus kan schrijven,- dat poetst de angst om een verlies van zijn vrienden niet weg. Zo stoer is Jezus dus niet. Hij is : LAM VAN GOD

Nu dat antwoord van Petrus.
Petrus had pastoraal op die kwetsbaarheid van Jezus kunnen/ moeten reageren. “Ik snap wel dat je somber bent, maar je hebt ons toch! Ik zal je zeker niet in de steek laten, al moest ik ook met je sterven”.
Of: “Wacht het even af. Misschien valt het wel mee”. En ja wel, hij krijgt dus in hoofdstuk 7 al meteen gelijk ook nog. Er is nog erg veel enthousiasme voor Jezus.
Of : “Die mensen die weg gaan hebben misschien best een punt. Ze zeiden (vs 60): “Dit zijn harde woorden, wie kan daar naar luisteren”. Je bent niet uitnodigend genoeg. We moeten een nieuw communicatieplan maken. Meer consument gericht. Meer genezing; meer zingen. Meer gelijkenissen en wonderen. Over een tijdje worden we dan wel staatsgodsdienst en vinden we prachtige gewaden en dogma’s uit. En we zetten grote orgels in. Of anders maar The Passion. Dan zul je eens zien. Dat gaat erin als koek. Dan komen ze wel en ga je je wel weer lekkerder voelen”.

Daar komt Petrus dus niet mee. (Alsof hij het boek “Waar blijft de kerk” van Erik Borgman al had gelezen.) Petrus is een Jood, die netjes met een tegenvraag antwoordt: “Naar wie dan?” Denk aan die ketchup-clip! Misschien zitten daar al die andere reacties en gevoelens wel in. Ik hoor het in elk geval als een LIEFDESVERKLARING.
Petrus zegt heel hartelijk: Het is goed bij jou. Die woorden van eeuwig leven daar doen we het mee. Graag zelfs. Die blijven ook overeind als er zich maar een klein clubje rond vormt. “Woorden van eeuwig leven” die overeind blijven ook als MEN ze niet sexy, vet of gelikt vindt. Die gelden ook bij tegenvallende kijkcijfers en verminderd kerkbezoek. Die moeten overeind blijven, ook als ze kritisch zijn en hard aankomen.

Ook Jezus’ reactie op Petrus is vreemd.
Niet: “Goeie ouwe Petrus! Ik wist ook wel dat ik op je kon rekenen!” Het klinkt echt of Jezus die hele Petrus niet gehoord heeft. Ik hoor verbijstering. Het enige wat Jezus uit kan brengen is: “Iemand van jullie is een duivel!”. Hoe bestaat het? “En ik heb jullie nog wel zelf uitgekozen!?” Jezus heeft Judas niet goed gescreend, zo klinkt het. Hoe heeft Hij die fout kunnen maken?! Ik noteer nog terloops dat de vrienden pas later aan de Paasmaaltijd vragen: “Ben ik het toch niet?” Of: “Ben ik soms die duivel?” Hier niet. Ik blijf dit een heel vreemde uitspraak van Jezus vinden. Ik laat dat verder maar zitten.
Duidelijk is wel dat Jezus zich bewust is van nog meer drama en ellende. Een warme knuffel van Petrus is blijkbaar niet voldoende.

Nu volgt de afronding van Johannes.
Voegt geen nieuwe informatie toe. Wij weten wel dat Judas Hem verraden heeft. De eerste lezers misschien minder. Maar Johannes tilt daar kennelijk zwaar aan dat het ‘een van de twaalf’ was.  Zit Johannes met die levensgrote vraag van: “Waarom was Judas die ene verrader? Hadden wij Hem niet net zo goed kunnen verraden? Wat maakt ons dan zo anders?”

Ik heb nu bij allerlei woorden de vinger gelegd, maar nog niet bij die uitdrukking die Petrus gebruikt: “U bent de heilige Gods”. Ik weet niet of je paraat hebt wie die uitdrukking ook gebruikt….. Juist, de boze geest die protesteert tegen Jezus in de synagoge van Kafarnaum. Marcus vertelt dat als Openingsverhaal. De boze geest weet hoe laat het is, nu Jezus met zijn onderricht begint. Dan is de wereld van de boze de wacht aangezegd. “Maar U bent wel ONZE Heilige Gods! Je bent wel God MET ONS!”.
Petrus zegt dus: “Wat mij, ons 12 betreft, hoeven we geen alternatief voor jou.”
Als je dat zo hoort besef je eens te meer hoe zeer alles veranderd is in de kerk en in de wereld. Vroeger kon je die term rustig gebruiken. “De Heilige Gods” en dan wist men wat je bedoelde. Vandaag de dag volstrekt niet meer. Abacadabra aan de tafel van Pauw. Je hoort er de communicatie-grage Remonstranten niet over. Dat krijg je in geen enkel levenslied in Kerstmis op de Dam over het voetlicht. Dat communiceert voor geen meter. Terwijl het om de enige communicatie die er werkelijk toe doet, gaat. God-met-ons.

Heilig is gewoon het alternatief voor onheilig. Zo simpel is het ook nog een keer. Ja, het is een inbreuk namens God op een verspeelde wereld. Waar we nooit opgekomen zouden zijn omdat we het zo druk hadden met onze onzuivere ‘vooruitgangssamenleving’.
En woorden van eeuwig leven duiden dat basale leven dat het houdt in de storm van allerlei ellende die wij hebben ontwikkeld. Je kunt het tegenover heel veel zetten. Ik houd het dit keer op ‘eeuwig leven is het alternatief op consumentisme’.

Ik heb 50 jaar de kerk zien afkalven. En ik heb te lang gedacht dat het een communicatie-probleem was. Iedere zondag, als het applaus weggestorven was, zat je ’s avonds al op je studeerkamer met het vaste voornemen de preek te maken die WEL over zou komen. Dat moest een keer lukken!
Niet dus. We horen inmiddels ook dat er een erger probleem is dan de kaartenbak van de kerk. “Oi, oi, oi de publieke ruimte raakt religievrij”. Ja, dan zijn de rapen past echt goed gaar.
Ik geloof steeds minder dat dat de kwestie is. Het is veel erger. Onze samenleving gooit niet slechts Jezus en Koninkrijk van God weg, maar vult dat in met een steenhard alternatief.

Het ergste is niet dat we niet meer zinvol twee keer per zondag naar de kerk gaan. Het is veel erger. Als enig serieus alternatief voor Jezus wenden wij ons tot een vrije wetenschap, een vrije techniek, en een vrije markt. Om de ergste dingen te kunnen maken. Een ander geloof in vooruitgang heeft de mensheid niet ontwikkeld.
Het alternatief voor Jezus is niet dat er niks voor in de plaats komt; kerkverlaters worden niet religieloos. Maar onze samenleving ontwikkelt een rampzalig alternatief voor de navolging van Jezus. En we willen daar niet bij gestoord worden. Uit naam van God niet; uit naam van welke ‘Heilige Gods’ niet. Niemand mag pleiten: “Stop uit naam van God, van moeder aarde, van onze kleinkinderen met de schande van vervuiling en onrechtvaardigheid”. Dat is het verpletterende alternatief voor Jezus. Dat de kerk een wat klein clubje is geworden is daarbij een ‘minor problem’. ‘Peanuts’.

Zeer goed mogelijk dat ik me 50 jaar geleden en 24 jaar jong zwaar vertild heb aan die grote woorden “eeuwig leven” en “Heilige Geest”. Ik zal die tekst wel gekozen hebben om een statement te maken: ik loop er niet voor weg; niet voor dat hele ambt en die wereldkerk en die mensen en die enorme wereld; niet voor dat hele Koninkrijk. Ik loop niet weg voor dat koninkrijk waar je je ook zo mateloos aan kunt ergeren. Ik moet toen gedacht hebben dat ik genoeg in mijn mars had om aan de slag te gaan. “Wie al begint met twijfelen, prijst zichzelf uit de markt”. Ik zou genoeg geloof krijgen, genoeg zin in eeuwig leven krijgen. Daar mocht ik toch voor bidden en op hopen….

Een antwoord dat wij Jezus zouden kunnen geven: “WIJ zijn het alternatief voor jouw vreemde verhaal van een koninkrijk. Wij hebben er weliswaar een kerk van gemaakt”.
En dan vragen we om moeilijkheden, want een kerk brengt haar eigen problemen van bestuur en administratie en leiding en financiering mee. En ik weet inmiddels wel dat die ook aangepakt moeten worden. Maar meer dan teken en instrument van Gods koninkrijk hoeven we niet te zijn.

50 jaar geleden konden we lied 316 nog niet zingen. “Het woord dat u ten leven riep is niet te hoog, is niet te diep”, anders zouden we dat beslist hebben moeten doen.

Advertenties