Verloren schaap en de 99 anderen in dezelfde woestijn

Waardevolle..,

je hebt allemaal wel een sterk verhaal over iets dat je verloren hebt. En hoe het weer opdook. Vooral als je er niet meer naar zoekt levert het een vet verhaal op. Iemand is sleutelbos kwijt. Huissleutels, auto, safe, usb-stick: kortom een ramp. Alle sloten vervangen. Gedoe om de auto weer aan de praat te krijgen; bestanden kwijt. Ergernis alom. Paar jaar later vindt een gast die daar helemaal niks te zoeken had ze terug in de naden van een stoel.

De sensatie als je ergens achter een zolderschot een prentje vindt dat een Rembrandt blijkt te zijn. Ja, iemand moet dat toch kwijt geraakt zijn. U gaat straks meteen zoeken.

Wat ze bij “gevonden voorwerpen” niet geleverd krijgen. Een linker schoen; knuffels, wandelende takken. Tot en met contactlenzen, beenprotheses en sex-speeltjes aan toe. Je zult het maar kwijt zijn. Je zult het maar moeten ophalen!

Hoe buitenissiger hoe beter het vertelt.

De gelijkenis van het gezochte schaap is buitenissig in die zin dat de meeste herders een verloren schaap toch wel gewoon als bedrijfsrisico opvatten, denk ik. Vervelend, je wilt niet gevoelloos overkomen; maar het loont niet om er soft over te doen. AL te moeilijk doe je er niet over.

Maar wij dominees zoomen al gauw in op dat kleine lieve lammetje waar het zo goed mee afliep, toen het zo zielig was; en och och wat was het zondig en verdwaald en bang. En wat lag het lekker op die stevige schouders van de herder of herderin.

verlorenschaapoker01Beetje fout is het natuurlijk wel, om zo de nadruk te leggen op dat schaap. Want het punt van vergelijking is DE HERDER. Want Jezus wil zijn toehoorders, schriftgeleerden, iets vertellen over zich zelf. Zij hadden kritiek op hem. “Wat is dat een vreemde rabbi, zeg. Dat eet maar met allerlei uitschot!” Daarop wil Jezus reageren: “Ik ben dan misschien wel vreemd, maar dat komt omdat ik zo’n ZOEKER ben. Zoals die vreemde herder DIE HET VERLORENE ZOEKT.” Dit moet hun een andere kijk op Jezus geven. Een tijdje later blijkt dat het niet geholpen heeft. Ze ruimen deze rare herder op.

De gelijkenis zegt dus iets van de HERDER. Maar vind je niet dat de conclusie die Jezus trekt daar bij weg loopt? Die gaat namelijk niet over die herder, maar over de vreugde om het gevonden schaap. Niet over de Herder. “Zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die omkeert dan over 99 rechtvaardigen die geen omkeer nodig hebben”. Je verwacht dat het feest gaat over “Wat een geweldige Herder hebben we; die onopgeefbaar zoekt”. Maar het wordt het feest van het schaap dat zo geweldig goed af is.

Goedeherderblij

Thuiskomst van de herder

Er is nog iets dat een vraag bij me opriep. Waarom zou men in de hemel vreugde hebben over een zondaar minder. Het zit daar al stampvol met rechtvaardigen. Op aarde kan het een hoop schelen als er een zondaar zich bekeert. Die fraudeur die NIET uit de kas van zijn baas steelt. Die politieke leider die GEEN bommen laat gooien op een ziekenhuis van artsen zonder grenzen. Dat jong dat toch maar niet aan zijn verslaving begint. Die kerk die haar homo’s NIET in de kast en in de kou laat zitten. DAAR zou je grote blijdschap mogen verwachten. DAAR is het van belang. DAAR is er zo bitter behoefte aan bekering.

Maar in de hemel is het toch allemaal dik voor elkaar! “Daar is het altijd zonneschijn, in bloei staat elke plant”. U snapt wel wat ik bedoel. Dat ze DAAR happy en vrolijk zijn,- dat zal wel, maar we zitten hier in het tranendal van alles wat we ons op de hals hebben gehaald en waarvan we maar niet of nauwelijks af willen. Oosterhuis: “Gij huivert van de wereld die wij maakten”. Het moderne verdwaalde schaap heeft zijn woestijn zelf gemaakt. Wij zijn de wildernis van de ander.

Zo vol; zo leeg. Zo alleen.

Zo knap, zo onwijs.

Zo vrij, zo bezeten.

Zo consument, zo drugs.

Zo veel kookprogramma’s en zo moreel ondervoed.

Zo bewaakt, zo onveilig.

Zo verlicht, zo heidens.

Wat zouden we op aarde een hoop lol kunnen hebben van elke bekeerde zondaar. Dat scheelt een slok op een frisdrankje. Daarom is het ook problematisch dat de kerken zich vooral presenteren als de benaderbare kerken, de uitnodigende. De menselijke; de pop-kerk. Daar valt de thematiek van bekering vaak tussenuit. Jezus heeft het in de gelijkenis weliswaar niet over de bekering van het schaap. Maar het lijkt me anno 2016 een enorm thema voor de kerk. Vind maar eens de juiste toon voor een oproep om radicaal anders te gaan leven.

Of moet je het ook nog anders stellen. Wat doen we nou helemaal om te voorkomen dat een schaap verdwaalt? Daar is dat veel betekenende woord van Ghandi: “Voor je je kind ook maar het alfabet leert, leert schrijven, lezen, kennis over de wereld verzamelt, moet het leren wat de ziel is, wat waarheid is en liefde”. Laat dat tot je doordringen als docenten en leerlingen elkaar weer treffen in dit nieuwe schooljaar. Dat zou werkelijk een hoop woestijn schelen. Wat zouden we kunnen doen om ouderen van de drank af te houden? Waarom prolongeren we de zonde van de wapens als maar. Wat doen we aan de woestijn zelf? Wat zou daar een feest van los barsten in de hemel. En vreugde op aarde natuurlijk!! Genoeg voor een forse vredesweek vanaf a.s. zaterdag.

De beginvraag van de schriftgeleerden was: “Wat is dat toch een vreemd persoon, die Jezus. Die past niet in het gewone hokje waar alle nette rabbi ’s in thuis horen. Die is OUT OF THE BOX , zoals dat wel heet. Kleurt BUITEN de lijntjes. Hij is niet van het houtje. En die gekkigheid kunnen we hier niet hebben”. Dat steekt er wel achter. Want zij voelen zich zelf door zo’n rabbi beledigd.

Jezus antwoordt dan : “Je kunt me best een erg rare herder vinden. Ik ben niet berekenend zo van: 99 schapen is ook mooi om mijn bedrijf mee voort te zetten. Ik vind het wel best, dat ik zo nu en dan eens een schaap kwijt speel. Neen, zo wil ik niet zijn: ik ga erachteraan!”

Nu zie ik u ahw uw vinger opsteken en zeggen: “De herder is niet Jezus, maar de Here God!” En dan kon u wel eens gelijk hebben. U bent scherp vanmorgen. Maar ik denk dat ik toch ook een beetje gelijk heb, als ik het erop houd dat dat door elkaar loopt.

God is een herder. Dat kennen we ook uit Psalm 23. Maar dus goed bedenken dat God HEEL anders is dan de gemiddelde herder. God is een niet-opgevende ZOEKER. Dat is geen gebrek. God is geen tobber. Maar dat is zijn grootste deugd. Dat Hij mensen ziet zitten. Hij is er niet te hoog, te verheven, te onbenaderbaar voor. Hij is een onbegrijpelijke LIEFHEBBER. Hij kan niet opgeven wat een gemiddeld mens al lang opgegeven zou hebben. God is blijkbaar hopeloos verliefd op ons, dat Hij zo zeer de mens zoekt. Het schaap mag dan evt verliefd zijn op zijn eigen wildernis; ieder schaap heeft recht op zijn eigen woestijn. Maar dan nog : GOD IS EEN ZOEKER. Wat je dan ook maar van God kunt zeggen en niet kunt zeggen: ZIJ ZOEKT. Als je dat maar weet! Als je dat maar gelooft! Als je van God maar nooit iets anders maakt. Bv een diepzinnigheid; een dogma; een boeman; een wrede vader. Een tiran. God tremt homo’s niet terug in hun kast. God vindt de status quo niet wel best.

Abraham Jehoshua Heschel heeft ons geleerd dat er geen enkele goede reden is waarom er een wereld moet zijn. Er is wel evolutie etc. maar dat is niet de reden voor de schepping. Het hele drama van het menselijk leven en van de hele kosmos had geriefelijk achterwege kunnen blijven. Niemand zat erop te wachten. Zelfs de Here God had er geen enkele reden voor buiten zich zelf, – maar TOCH kon Hij het niet laten! Dat is ongelooflijk spannend. Er is geen enkele andere reden voor mij dat ik hier ben, dan dat God niet zonder mij wilde. Hij is op ons!

Vaak zeggen mensen bitter: “God had er helemaal niet aan moeten beginnen. Hij zit met de gebakken peren. (Oosterhuis (pg 717 Liedboek) : bent U ver weg een ander heelal begonnen?) Nu kan Hij altijd maar weer de woestijn in om ons op te zoeken. Weer zondaars bekeren. Weer boosaards van de kwade weg halen.!” Je weet dat Hij op het laatst zelfs zijn enig geboren Zoon achter de mensen aan stuurt. Ook dat nog.

Jezus suggereert zelfs dat zijn gesprekspartners ook zo in elkaar zitten, als die zoekende herder.. “Als nu iemand van jullie een schaap kwijt is… dan word je toch zelf ook zo’n zoeker?! Dat zou je toch zelf ook doen?!”

En dan wij stijfjes: “Nou neen, Jezus. Dan vergist u zich toch. Wij zijn gewoon mensen die realistisch onze risico’s berekenen. En we weten wanneer we onze schouders moeten ophalen. “Niet getreurd; had het maar niet weg moeten lopen. Eigen schuld dikke bult. Ik red me wel met die anderen. Bedrijfsrisico. Ik kan er niet mee zitten. Ik kan niet de ellende van de hele wereld voor wezen.” Met dat cynisme wordt Jezus straks veroordeeld: “Het is beter dat een voor het volk sterft dan dat het hele volk om komt.”

Maar Jezus ziet zich zelf en God dus anders. Hij daagt zijn tegenstanders en volgelingen uit WEL zo vasthoudend naar het verlorene te ZOEKEN. En daar is een zwaarwegende reden voor. Namelijk: dat verloren schaap en die 99 rechtvaardigen zitten in dezelfde woestijn.

We scheppen vaak een tegenstelling tussen dat ene schaap en die andere 99. Dat ene dat we het VERLOREN schaap noemen; oi, oi, oi wat is dat verloren in de drugsbenden, in de zuippartijen, in de wapenhandel, groot graaier in de zorgindustrie, in de mensensmokkel, in de sexindustrie – je zal zo’n schaap maar zijn. En daarnaast dan die anderen dat zijn wij voor het gemak maar zelf; wij zitten wel goed; wij zijn binnen. Dat is niet schijnheilig of zo, want we doen die grote gore zonden over het algemeen niet. Maar het is wel degelijk ook ONZE woestijn, waar die anderen en wij zelf in leven en verdwalen. De een meer dan de ander, maar toch. We zitten in het zelfde schuitje. De een meer beschadigd dan de ander. Maar toch. Het is ook de wereld waar uw kleinkinderen in gaan verdwalen.

Ik houd het nu even heel algemeen: onze wereld stevent op allerlei rampen af. Atoombommen. Robots. Criminaliteit. Asfalt en beton. De bijen die dood gaan. De zee die niet schoon zal zijn voordat de aarde te warm is geworden. De niet te stoppen overbevolking. Niet te garanderen veiligheid en onbestrijdbare vijanden. In vier kleine regels…. heel onze woestijn. Ook de woestijn verbindt ons. Als aanvulling op thema vredesweek: “Vrede verbindt”.

Daarom: erachteraan! En zoeken. En vasthouden, alsof we God zelf zijn. Zoals we het God zien doen.

O.k., als je erover begint word je al gauw als een zeur weggezet. Een onheilsprofeet. Onze cultuur is allergisch voor opgeheven vingertjes, zeggen we als moderne mondige heidenen. Maar de zaak is te ernstig dan dat we het om die flauwe verwijten, dus maar laten zitten. Of erger: het ontkennen; een andere kant uit kijken. In rancune verdwalen en in onverstand zeggen: laten ZE het maar opknappen!

Dus de spannende vraag is deze: EN ALS HIJ JOU DAN GEVONDEN HEEFT… wat dan. Wat MOET God dan met je?
Wat moet jij dan met God?

Overal in de wereld, zijn vrouwen en mannen bezig om te zoeken wat verloren dreigt te gaan. Dat is ook de kern van wat VREDESWEEK ZOU MOETEN ZIJN. Eind van de week begint die. Is wat aan het verleppen, denk ik. Maar dan blaas je dat maar nieuw leven in. Jullie hebben er al vast een enorme grote Vredesvlag voor aangeschaft. Er is alsmaar meer reden dat de gevonden schapen de woestijn te lijf gaan. Het thema is: Vrede verbindt. Dat vraagt om mensen die elkaar niet kwijtspelen in geweld of chaos. Die elkaar zoeken en vinden. Zoals God die het niet kan laten. Amen.

(Preek oorspronkelijk gehouden Krimpen ad Lek 11 september 2016)

(Eerder had ik al geschreven over die 99 rechtvaardigen.)

(Voor de schilderijen zie hier)