Arendt, Anders en Eichmann

Al een tijdlang fascineert mij dat zowel Günther Anders als Hannah Arendt zich intens bezig hebben gehouden met de persoon van en/of het proces tegen Adolf Eichmann. En vervolgens met het kwaad dat hij symboliseerde. Hoe peilen zij dat ten diepste?

Een adembenemende kwestie. Want dat kwaad is er immers nog steeds! Je kunt het wel omschrijven en definiëren, maar het moet ook nog een keer bestreden worden; toch? Of is het daar te laat voor? Heeft de vertechnisering de mens als moreel handelend subject zo ver ingehaald dat we niet meer op kunnen tegen ‘het monster’ dat nog steeds onder ons is.  We kunnen het kwaad zo deskundig uitvoeren, zo radicaal, zo wereldwijd dat er geen ontkomen aan ons is. Als GA bijv. dat zo ziet, waar haalt hij dan de moed vandaan om zijn hele verdere leven ‘het monster’ op zijn hevigst te bestrijden. En heeft hij het recht om ons (via de treurige figuur van Klaus Eichmann, zoon van) daarin te betrekken?
Het volgende is om antwoorden op deze vragen te ontwikkelen.

de boeken

Hannah Arendt (HA) werd gevraagd om het proces tegen Adolf Eichmann  (E.) in Jeruzalem te verslaan. 1961. En ze legde haar inzichten vast in het Boek “Eichmann in Jeruzalem”. (Engelse editie 1963. Ned. vertaling 5e dr 2014.) Zij heeft veel vijanden gemaakt met haar bevindingen in dit boek.

Günther Anders (GA) schreef in 1964 “Wir Eichmannsöhne”, offener Brief an Klaus Eichmann (KE). Die heeft hij in 1988 aangevuld met een tweede brief. Concrete aanleiding voor deze publicatie ken ik niet. Of hij het proces tegen Eichmann zelf van nabij gevolgd heeft, kan ik niet vast stellen. Hij doet in elk geval niet veel met dat proces als zodanig.
Hij heeft een volstrekt andere bedoeling met zijn boek dan HA. Voor hem zijn  Auschwitz/Hitler/Eichmann geen losse monsters; je bent niet van ze af na de Wereldoorlog en na het proces. Hij legt de nadruk op de lijnen die van de uitroeiing van de Joden e.a. lopen naar de techno-samenleving die de mens ontwikkelt. Die hij zijn leven lang zal bestrijden. Getuige zijn activiteit in de Anti-Atoombeweging. (Bom zowel als energie)
Ik kan niet melden dat het boekje met evenveel vijandschap is ontvangen als het boek van HA. Reacties uit de Joodse wereld zijn mij niet bekend.

Voor zo ver ik weet is het nog niet tot een goede Nederlandse vertaling gekomen. Ik heb zelf een werkvertaling op mijn eigen website gezet. “Wij Eichmannetjes”.

GA heeft zich ook diepgaand bezig gehouden met het kwaad van de industriële vernietiging van Joden e.a. in “Besuch im Hades”.
Ik wil hier ook zijn geschrift “Nach Holocaust” noemen. (1979). En ook de briefwisseling met Claude Eatherly, die je wel de Antipode van Eichmann mag noemen. (Zie Biladt, Claudia: Der „Antipode Eichmanns“. Briefwechsel Günther Anders & Claude Eatherly. Edition Art Science: Wien / St. Wolfgang 2008. 191 Seiten.)

de schrijvers

Anders Arendt
Als ze hun boeken publiceren 1963/64 is het dertig jaar geleden dat het huwelijk van het echtpaar Stern ( Anders is een schrijversnaam) – Arendt op de klippen is gelopen.  Ze hebben hun eigen intellectuele ontwikkeling gehad die hen bij elkaar vandaan dreef, stellen de biografen. HA zou GA overvleugeld hebben zelfs. Zou het? Misschien is het wel appelen vergelijken met peren.
Wel lijkt het me in de film die Margarethe von Trotta 2012 van HA maakte een grote misser , dat de hele GA er niet in voor komt. De vraag of haar filosofie ook iets te maken zou kunnen hebben met zijn denken over het kwaad in de huidige techno-samenleving, komt zo helemaal niet aan de orde. Goed, von Trotta heeft anders gekozen.
Maar een vergelijkende studie van hun denken op dit punt lijkt mij boeiend en zelfs belangrijk.

Het zou kunnen dat GA de afleveringen van de The New Yorker onder ogen gehad heeft waarin HA oorspronkelijk haar reportage van het Eichmannproces had gepubliceerd: februari/maart 1963.  Uit briefwisseling is wel bekend dat ze elkaar boeken stuurden. Over het boek over de atoombom bv was HA lovend. Maar iets over de Eichmann-zaak vond ik niet.
Als HA in haar Voorbericht p. 35 schrijvers afwijst die het over ‘de Eichmann in ieder van ons’ hebben, heeft ze dan het oog op GA? Dan heeft ze zijn boekje nog niet kunnen lezen! Zit hij dan op die lijn? Ja, hij zit op die lijn.

een vraagstelling

Wat hebben zij willen melden nav de gruwelen van het Nazisme? Wat hebben zij nav de misdaad van E. begrepen van (de aard van) het kwaad?
Al vast dit: De term ‘banaliteit van het kwaad’ waar HA zo bekend mee is geworden, schijnt bij Karl Jaspers vandaan te komen, vlgs Ido de Haan ( Voorwoord “Eichmann in Jeruzalem”).
Wolin (In “Heideggers kinderen”) schrijft dat Jaspers het toeschreef aan de tweede echtgenoot van HA: Heinrich Blücher. Dezelfde Wolin stelt ook dat HA door die titel van ‘de banaliteit van het kwaad’ erom vroeg verkeerd begrepen te worden.
GA spreekt ook over de platvloersheid van de misdaad van E. c.s.

Eichmann in Jeruzalem

HA stelt de persoon van E. centraal. In het voorwoord schrijft ze dat vrijwel de enige die dat ook deed Harry Mulisch was. Ik ben daar niet  zo van overtuigd, dat het haar zo om de persoon E. ging.  Ze heeft in elk geval een discussie geopend die ver boven E. zelf uitging, is mijn mening. Dat heeft ze dan wel weer gemeen met GA.

Ze stelt dat haar boek een ‘reportage’ van het proces is. Een proces dat veel meer aan zich had dan alleen maar de analyse, bewijsvoering van en een vonnis over een misdaad. Zelfs meer dan een oorlogsmisdaad. Dat komt dus in mindering op haar bewering over de persoon E., dat die centraal voor haar boek was.
De grotere vragen wil HA wel toelaten maar dan alleen voor de vraag naar schuld en vonnis van E.; als die dus te maken hebben met de daden van de verdachte. Dat zijn vragen als: de rol van het Duitse of Joodse volk; de aard van het totalitarisme etc.
Zij maakt geen reportage over E. als symbool, zegt ze.

Ze houdt het erop dat gedachteloosheid – heel iets anders dan domheid – E. predisponeerde om een van de grootste misdadigers van zijn tijd te worden. p 36

In de Epiloog komen een paar zaken aan de orde, die niet in de reportage als zodanig thuis horen:  items groter dan het proces. Vooral: de banaliteit van het kwaad zal zeer omstreden worden denkt ze. De ironie (?) van de geschiedenis wordt dan dat HA inderdaad juist op die punten door de publiciteit, de vakbroeders, Joodse leiders etc aangepakt, bestreden en verguisd wordt.

Zij is heel kritisch op het hof. Ze noemt het wel een ‘showproces’. Niet dat ze de misdaad van E. ontkent. Die rechtvaardigt ze geenszins. Maar hoofdbedoeling van haar boek is het tekortschieten van het rechtsstelsel tav staatsmoorden (administratieve massamoord). Op p 49 stelt ze : “Dit boek bericht over in hoeverre men er in Jeruzalem in is geslaagd het recht te doen zegevieren.”
Het proces had voor een internationaal tribunaal gevoerd moeten worden, is haar conclusie. p 420 “Juist de monstruositeit van het gebeurde wordt door de behandeling voor een tribunaal van één enkele staat onherroepelijk gebagatelliseerd”. 421  Ze benadrukt dat het maar niet ging om de zoveelste pogrom. Die hadden overal en altijd al plaats gevonden. In zo verre geen nieuwe soort misdaad ook. Neen hier was ‘een misdaad tegen de mensheid in eigenlijke zin, namelijk tegen de ‘status van menszijn’ zichtbaar’. Het meest wezenlijke kenmerk van de mensheid is de menselijke verscheidenheid. Als je tegen één specifieke variant (de Joodse) moord begaat, pleeg je dus een misdaad tegen de mensheid. Daarmee is het meer dan een Joodse aangelegenheid en had het als misdaad tegen de mensheid voor een international hof moeten worden berecht.
Wel acht HA het nodig dat het internationaal recht oplossingen zoekt voor drie problemen:
– rechtspraak door de overwinnaars
– definitie misdaden tegen de mensheid
– het nieuwe type van bureaumoordenaar
Want genocide kon wel eens reële mogelijkheid gaan worden in de toekomst. Elk volk kon er wel eens mee te maken krijgen. (425)

Wij Eichmannetjes

Het lijkt mij dat GA in tegenstelling tot HA nauwelijks iets heeft met het proces als zodanig. Suggesties voor een verbeterd internationaal strafrecht zul je vergeefs bij hem zoeken.
Hij begint zeer uitgebreid over de zoon-vader verhouding van de Eichmanns. De ontdekking dat je vader een figuur is, waarover mensen berichten in termen van de gruwelijkste misdaad uit de wereldgeschiedenis,- dan gaat je vader al voor de eerste keer dood voor jou.  Nadrukkelijk: Klaus Eichmann (KE), u bent niet verantwoordelijk voor misdaden van uw vader; maar het feit dat hij uw vader was, moet en mag ook niet tot foute solidariteit voeren.

GA roept KE op om zich bij de vredesbeweging aan te sluiten. Want de wereld staat nog steeds in brand! Ik heb de indruk dat GA E. als aanleiding gebruikt om tegen de atoombewapening / atoomstaat / techno-wereld te getuigen. In de Shoah herkent hij het machine tijdperk (die Welt als Machine) waar we na de oorlog mee door gegaan zijn.
In de aanvulling van 1988 spreekt hij dat ook duidelijk uit. In mijn inleiding op “Wij Eichmannetjes” schrijf ik erover: ” ‘Het Monster’ zelf blijft voortbestaan. Dat zit namelijk in de inrichting van onze wereld die er per definitie op uit is de mens te vervangen door zijn hulpmiddelen; want die zijn veel nauwkeuriger dan hij”. En: “Het is een blijvertje, omdat het de wortels heeft in de manier waarop onze samenleving zich uitlevert aan het techno-wereld willen zijn.”

Op p 19 gaat het over het monster en de slachtoffers. Daarvan zegt GA:
“Hoe dat ook zij, de slachtoffers hebben niet anders kunnen reageren dan ze deden. (En dat geldt niet slechts voor de tijd die zij in het kamp doorbrachten, maar in het algemeen, want ‘het Monster’ begon niet pas daar: ‘het Monster’ was ook al monsterlijk als dreiging). Wie dat bestrijdt – en dat gebeurde soms  wie van deze miljoenen beweert dat ze meer gepast op deze situatie hadden kunnen reageren verraadt daarmee een hopeloze blindheid voor de realiteit. Die miljoenen waren namelijk wat ze waren: duizendvoudig door de wereld en de geschiedenis bepaalde wezens die aan toestanden en reacties die je berekenen kon gewend waren. En nog erger (dan blind (jab)) is hij die deze doorsnee mensen achteraf langs de meetlat van absolute criteria legt, of van abstracte ideaalbeelden; die achteraf van hen verlangt dat ze destijds anders hadden moeten reageren.”
Heeft hij daarmee HA op het oog; je zou het haast zeggen. Want die heeft nogal wat te zeggen over de rol van de Joodse Raad. En zelfs dat het joodse volk beter had moeten reageren. Dat is haar zeer zwaar aangerekend. Ze zou geen liefde hebben voor het Jodendom. Terwijl ze zich zonder meer als Joods bleef zien. Tegen het eind: “Niemand van ons vergeet Auschwitz of Hiroshima. Maar die gedenken we niet uit wraakzucht, maar uit het inzicht in wat een herhaling zou betekenen.”

Op p 51 van de  nieuwste  Duitse uitgave van “Wir, Eichmannsöhne” (2002) (in vertaling jab):  “Want er is niets zo bedreigend en niets dat de gewetenloosheid van de machinerie met meer zekerheid garandeert dan het feit dat die gewetenloosheid al platvloers is geworden : alle platvloersheid blijft onopgemerkt; en wat niet opgemerkt wordt, wordt zonder tegenspraak geaccepteerd.”

conclusie, poging tot

Laat me beginnen met Konrad P. Liesmann die (In zijn boek “Günther Anders, philosophieren im Zeitalter der technologischen Revolutionen” p 110 e.v.) schrijft over gelijkenis en verschil Auschwitz en Hiroshima, zoals GA dat zou zien: Auschwitz is moreel onvergelijkbaar erger dan Hiroshima. Maar Hiroshima feitelijk veel erger. Want in Auschwitz hadden slachtoffers en beulen nog contact (ondanks alle fabrieksmatigheid van deze industriële massamoord). Het principe komt erop neer: ieder doet gewoon onschuldig werk en de optelsom is het grote industriële kwaad. “Ethiek is met Auschwitz mee vergast”, noemt GA het in zijn boekje “Besuch im Hades”. Want ethiek hield altijd iets van verantwoordelijkheid in. En in Atomare Drohung : “Onmenselijke daden zijn tegenwoordig  daden zonder mensen.” Want volgens GA is de mens niet meer het subject van de geschiedenis, maar de machine; de mens is achterhaald door zijn eigen product. “Je hoeft volgens GA niet gewetenloos te handelen om een ‘monster’ in de zin van GA te zijn; je hoeft zelfs niet eens alleen maar je plicht te doen: alleen je werk doen is voldoende”(Liesmann, a.w. p. 113)
Bij de bom op Hiroshima gaat het om druk-op-de-knop-misdaad.
Liesmann rondt zijn hoofdstuk over ‘Het Monströse’ dan af met de constatering dat GA neigde tot de opvatting dat ‘deze barbarij, deze basale dehumanisering een noodzakelijke consequentie van de vertechnisering is; die kunnen we misschien een tijdlang tegenhouden, maar uiteindelijk niet meer ongedaan maken’.
Ik val Liesmann daarin bij, maar wel  met de aantekening dat GA altijd doorgegaan is met te vechten voor de overleving van de mensheid. Hij weet dat dat voor een nihilist als hij wil zijn niet past; maar toch. Je blijft vechten tegen ‘het monster’. Zelfs met geweld. (zie het interview Gewalt Ja oder Nein)

afronding

M.i. is de analyse van het kwaad door GA ingrijpender dan die van HA. Hem gaat het om hoe de wereld in elkaar steekt. Hoe de mens zich heeft laten afbluffen door de producten die hij zelf heeft gemaakt; en daarmee zijn boze plannen een ongekende reikwijdte en intensiteit geeft. Tot en met de vernietiging van de mensheid. Auschwitz en Hiroshima zijn de extreme getuigen van die ontwikkeling.

HA is in haar boek over E. nog niet tot de kern van het kwaad doorgedrongen. Ze komt eigenlijk niet zo veel verder dan een oproep om voor het geval zich weer zo’n catastrofe voordoet, het internationaal strafrecht beter op orde te hebben. Dat was haar hoofddoel. Het is in hoge mate een politiek werk geworden.
De ontwikkeling van haar denken over dit thema zou ik nog wel nader willen bestuderen.

 

 

Advertenties