De sprong

(Günther Anders,’de sprong’;
in Die Atomare Drohung,
C.H.Beck München, 1983, 4e druk p 11 e.v.
Stamt uit 1958. Toen gepubliceerd in
‘Blätter für deutsche und internationale Politik, August 1958.
Werkvertaling door jan anne bos 2019.
Tussen [ ] paginanummers van het origineel.
( ) Eindnoten
Cursief van Anders zelf. )

1958

1  Via almacht naar grootmacht.

Het verschil tussen staten die ‘Grootmacht’ worden genoemd en andere die niet tot die klasse hoorden had tot nu toe als een echt kwalitatief verschil gegolden. Terecht. Want met hun territoir, bevolkingsaantal, hun industrie en hun export,- kortom met hun macht overtroffen de groten de middenklassers en kleine landen vele malen. Helemaal terecht en zinvol was het om de Hegeliaanse uitdrukking ‘sprong uit de kwantiteit naar de kwaliteit’ te gebruiken als een staat tot grootmacht oprukte.

Ik zei: was. Want de tijd dat dit kwalitatieve onderscheid terecht zou zijn geweest schijnt nu op zijn end te lopen. En wel omdat er intussen een andere sprong heeft plaatsgevonden. Deze sprong deed zich voor dertien jaar geleden bij het bombardement op Hiroshima en Nagasaki. Dat was niet een volgende sprong, maar een nieuw soort sprong; zo een ongehoorde, monsterachtige soort dat het misleidend zou zijn het te tellen onder de klasse ‘sprongen naar een hogere kwaliteit’ zoals we dat gewend zijn. Nieuw als soort in zo verre dat dit een sprong in het absolute was. En omdat dit zich als zodanig nog eens onderscheidde van de ons vertrouwde ‘sprongen in de nieuwe kwaliteit’; zo men wil zelfs nog eens op kwalitatieve wijze. [11]

Wat bedoelen we met die nieuwe term ‘sprong in het absolute’?
Onze Goddelijke status: het feit dat we door het bezit van ‘atoomwapens’ (1) almacht verworven hebben. Want bij deze nieuwe sprong gaat het erom dat de status van grootmacht overgegaan is in de almacht-status.

Natuurlijk is de onze geen volledige God- status in de zin van de theologie. Dat ze de almacht der schepping niet insluit is duidelijk. Toch gaat het – en dat is verschrikkelijk genoeg – om ‘Almacht’ minstens in negatieve zin; nu ligt het in onze hand apocalyptisch te beslissen over voortbestaan of niet bestaan van het mensengeslacht (vermoedelijk zelfs van alle aardse leven). – Politiek betekent dat – want met het woordje ‘wij’ zijn niet de privé personen u en ik bedoeld-  dat het machtspotentieel nu geen enkele begrenzing meer heeft; terwijl het vroeger tot het wezen van de politieke structuur hoorde dat haar machtspotentieel beperkt bleef hoe groot dan ook.

Vanuit verschillende richtingen kan dit feit belicht worden. Allemaal laten ze de absurditeit zien.
Eerste absurditeit: het tot oneindig opgevoerde oneindige. – Metaforisch kon je vroeger ook wel spreken van ‘grenzeloze macht’. Bijvoorbeeld in de koloniale oorlogen. Daar oversteeg het machtspotentieel  van de veroveraar de wapens van de inlanders zoveel maal dat ze verhoudingsgewijs tot nul werden teruggebracht. Maar om die metaforische grenzeloosheid gaat het hier niet. Het machtspotentieel  dat een staat tegenwoordig kan verwerven of bezitten is niet in relatie tot een of andere tegenstander, dus relatief het grootste, maar absoluut het grootste. Het ‘absoluut grootste’ wil zeggen: [12]

  1. dat het bezit van een grotere hoeveelheid macht ondenkbaar is.
  2. dat een grotere hoeveelheid macht in feite niet groter is dan wat men al had; want bijv. de eigenaar van 4000 waterstofbommen (32 bezit niet meer dan de bezitter van 2000. Een staat die al over een minimum voorraad nucleaire wapens beschikt, is daarmee al almachtig.

Ons denken heeft met deze gedachte geen moeite. Op weerstand van andere aard stoot hij echter wel. In ieder geval kom je er niet mee verder. Omgekeerd geldt, ondanks de absurditeit van deze vergelijking, als vanzelfsprekend, dat deze almacht zich net zo laat vermeerderen en ‘verbeteren’ als andere producten van tegenwoordig. Het oneindige laat zich tot in het oneindige opvoeren. Gedachteloos (dwz zonder ook maar te vermoeden dat men een conclusie uit een analogie trekt) besluit men uit een regel die geldt voor de meeste normale producten van gisteren en vandaag, dat het zo ook gaat met die compleet andersoortige ‘producten’ van tegenwoordig, die om een volledig nieuwe aanpak vragen (zowel theoretisch als praktisch.)

Op een andere plaats (3) heb ik de stelling toegelicht dat de mens van nu niet in staat is dat wat hij wel degelijk kan maken, zich voor te stellen in zijn werkelijke omvang en in zijn werkelijke effecten. Hij is dus ‘geantiqueerd’ want hij benadert zijn huidige producten met de categorieën en wijzen van ermee omgaan van gisteren. Dat is de ‘prometheïsche’ kloof tussen de twee vermogens: ‘Herstellen’ en ‘Vorstellen’. dat maakt het wezen, c.q. de schandalige wezenloosheid uit van de huidige mens.  Zijn streven om het door hem zelf geproduceerde ‘oneindige’ tot in het oneindige op te voeren is een aanvullend bewijs voor de juistheid van mijn stelling, of op zijn minst een nieuwe illustratie ervan.

Tweede absurditeit: het veelvoud van de almacht. – De almacht die atoomwapens leveren is niet in de handen van een enkele staat. Sinds de Verenigde Staten het nucleaire monopolie kwijt zijn is almacht een kwaliteit [14] van andere staten geworden. Ze is ‘pluralis geworden’. Filosofisch betekent dat: omdat meerdere machten de grootst mogelijke macht hebben is er geen ‘grootste’ meer. De superlatief is zinloos geworden. En omdat men uiteindelijk ook niet meer kan onderscheiden tussen ‘grotere’ en ‘kleinere almacht’ vervalt de comparatief eveneens. De laatste decennia hebben een wedloop laten zien tussen partners en tegenstanders die absurd is, of op zijn minst absurd is geworden. Want de bezitters van de almacht hebben nog steeds niet ‘laten zien wat ze in huis hebben’.

Derde absurditeit: ‘via almacht naar grootmacht’. – Staten die in elk ander opzicht behalve atomair kleiner, veel kleiner zijn dan andere kunnen proberen  door het verwerven van deze almacht dezelfde macht te krijgen als die grootmachten. Wat ze dus al doen. Het geval van Frankrijk ( maar dat niet alleen) toont dat staten die hun status als grootmacht hadden verloren en die vermoedelijk niet meer terug kunnen krijgen, maar die anderzijds deze voor-atomaire status toch nastrevenswaard vinden, zich al opmaken de grootmachtstatus te heroveren via de omweg van de almachtstatus; dus het relatief grote herwinnen via de omweg van het absoluut grote. Hoe absurd deze omweg schijnt, de absurditeit zit in het feit dat die weg begaanbaar is. Dwz dat zij die niet in staat waren zich het relatief grote , dus de grootmachtstatus in traditionele zin toe te eigenen met behulp van traditionele middelen, feitelijk in staat zijn het absoluut grote te verkrijgen. Het verkrijgen is slechts een technische opgave, die tegenwoordig door elk wetenschappelijk ontwikkeld industrieland gemaakt kan worden, morgen dus door elk land.
Deze actie ‘via almacht naar grootmacht’ heeft bijvoorbeeld de Gaulle uitdrukkelijk tot zijn partijprogramma verheven. (4) En natuurlijk geldt dan gelijke monniken gelijke kappen. andere staten gaan ook, zodat het een algemene weg wordt. [14]

Nu geldt nog dat de grootmachten het monopolie van de almacht bezitten; nu gaat de vergelijking grootmacht= almacht nog op. Maar morgen zal vermoedelijk, ondanks alle pogingen deze vergelijking te vereeuwigen, een veel duivelser vergelijking heersen, namelijk het omgekeerde van de huidige. Die van morgen zal niet luiden: ‘elke grootmacht is een atoommacht’, maar ‘Elke atoommacht is een grootmacht’. Elke macht: want of een staat, als het haar gelukt is in het bereik van de omnipotentie te landen, zijn sprong maakte vanaf de springplank van de grootmacht of van een kleine staat, zal niemand meer vragen. Dan is er geen onderscheid meer noch kwantitatief noch kwalitatief dat niet door de volheid van almacht tot quantités of qualités négligeable gemaakt zal worden.

Wat de religies sinds lang verkondigd hebben: dat voor de almacht van God het verschil in macht en grootte tussen koningen en bedelaars verbleekt, dat zal dan ook gelden voor de almacht die wij zullen zijn. Voor de troon van hen die de almacht bezitten, zullen de machtsverschillen die vroeger heersten tussen de kleinere machten tot oneindig kleine waarden ineenschrompelen. Alle ‘have nots’ bestaan nog slechts als creaturen, gedulde doodskandidaten: die er nog slechts zijn, omdat toevallig hun politieke of fysieke existentie niet of nog niet geliquideerd is.

In gewone taal betekent dat alles:
Luxemburg met atoombommen – ik kies bewust het meest absurde voorbeeld – is machtiger dan Frankrijk zonder. Frankrijk zou nu slechts geduld worden.Wie ook maar de in het ding geconcentreerde almacht verwerft, die is nu grootmacht. een die net zo groot is als alle andere omdat het in het absolute geen verschil meer uitmaakt. Hij zou op elk moment elke andere die dezelfde dreiging in de hand heeft met een ‘als je niet dan’ totaal kunnen chanteren. Omdat een bezitter ook zonder uitdrukkelijk te dreigen [15] alleen door  het bezit totaal chanteur gemaakt  wordt. Dan kan hij er ook niet om heen zich als chanteur te gedragen. Want wat men ‘is’, hangt vandaag niet af van wat men doet of niet-doet, maar van wat men heeft of niet-heeft. Omdat het echter over het hebben van nucleaire almacht gaat, is hebben al doen. Dat is het enige wat telt. Als de wereld voortdurend in angst moet leven voor de vernietiging door die of die dan is chantage een feit, hoe netjes de bezitters van de spullen zich privé ook mogen vinden. Het absurde is, dat als je het ding bezit, dan kun je objectief bezien niet meer ethisch zijn. De conjunctief ‘men zou kunnen’ is al vreselijke realiteit, ook de vreselijkste morele realiteit. De mening dat de morele beoordeling pas moet starten bij het gebruik van dit bezit is zinloos, omdat in dit geval bezitten al gebruiken is, (nl chanteren).

Vierde absurditeit: de machteloosheid van de almachtige. – De opzet tot nu toe, die aangeeft dat het er naar uitziet dat slechts de ‘have nots’ gechanteerd en machteloos gemaakt kunnen worden, is zeer incompleet, neen, heel erg vals. Want de absurditeit zit hem hier in, dat de afpersers automatisch zelf ook afgeperst worden. De ‘haves’ zijn in het geheel niet beter af dan de ‘have nots’. Vermoedelijk veel slechter, want ‘Raketsilo’s trekken de ondergang aan’, dwz het bestaan van almachtsapparatuur nodigt juist uit om aan te vallen. Daarmee is beweerd dat elke afperser indirect zichzelf afperst (want hij voert de chantage door de anderen op).
Nu als is de situatie van de gechanteerde afpersers beklemmend genoeg. Maar hoe meer gechanteerde afpersers er komen, hoe meer de hele wereld gechanteerd wordt. Het is aannemelijk dat de kans om dat systeem van wederzijdse afschrikking af te bouwen alleen bestaat als er zo weinig mogelijk afpersers zijn. (5)  [16]
Met andere woorden: omdat iedere bezitter van de almacht de andere bezitters niet slechts totaal kan wegvagen, maar ook door die zelf weggevaagd kan worden, zijn ze allemaal niet slechts totaal almachtig, maar ook totaal onmachtig. Ook deze soort onmacht bestond vroeger niet, alleen een relatieve. Dat de totale almacht een absurditeit is, is dus duidelijk, want ze is tegelijk totale onmacht.

2. nucleair totalitarisme

Ik heb de twee woorden grenzeloos en machtspotentieel aan elkaar gekoppeld. Dit woordkoppel ‘grenzeloos machtspotentieel’ komt ons bekend voor. Bekend op duistere wijze: omdat het de formule is om totalitaire staten te karakteriseren; alleen die. Dat een en dezelfde uitdrukking voor twee verschillende zaken te gebruiken is, is natuurlijk geen toeval. Dat heeft met name zijn grond daar in, dat totalitarisme en nucleaire almacht een koppel zijn. We moeten ons eens en voorgoed inprenten, dat nucleaire almacht de buitenlandse politieke pendant is van de binnenlandse-politieke terreur van de totale staat. Totalitarisme chanteert van nature en is van nature ook expansionistisch; maar het blijft onvolmaakt en stilistisch dubieus zo lang het zich gedwongen ziet voor de uitvoering van de buitenlandse politieke maatregelen nog met een stijl genoegen te nemen die vergeleken met zijn binnenlandse-politieke maatregelen ouderwets en imperfect is. Hitlers totalitarisme was nog imperfect. Pas een nucleair monopolie zou de kroning van de nationaal-socialistische staat geweest zijn. Dan zouden binnenlandse- en buitenlandse politiek volkomen synchroon , volkomen gecoördineerd zijn en dan had je terreur op wereldschaal. Wat een zegen dat Hitler destijds niet optimaal bediend werd door de wetenschappers [17] of door de techniek niet optimaal bediend kon worden. Het lukte hem niet, die ultieme coördinatie voor elkaar te krijgen( die hij met zijn raketbeschietingen op Engeland dacht te kunnen inleiden) net op het allerbelangrijkste moment van de oorlog. Daar kunnen we het zwijgen toe doen. Maar in het zicht van de wereldgeschiedenis was die mislukking toch toeval: als je dat tijdperk als geheel bekijkt, dan kun je niet spreken van een mislukken van de coördinatie van techniek en buitenlandse politieke ambities. In tegendeel: die coördinatie slaagde wel en ze zal verder slagen. En wel zo perfect, dat je geen wetenschap en techniek kunt voorstellen,  die beter toegesneden zijn op de geschiedenis. Perfecter dan de harmonie die in feite bestond tussen de stand van de natuurwetenschap en de totalitaire vereisten, zou zelfs een van tevoren gestabiliseerde harmonie tussen beide niet hebben kunnen uitvallen. En de ‘onschuld’ waarmee het wetenschappelijk onderzoek juist die maaltijd kon opdissen waar het totalitarisme naar hunkerde, ook al werd dat maal ten tijde van Hitler niet helemaal op tijd gaar, was eenvoudigweg verschrikkelijk. Wat Pascual Jordan destijds in alle openheid – onthoud dat altijd- uitsprak: namelijk : ‘Zin en betekenis van natuurkunde onderzoek- al wordt het door de beoefenaars en bewonderaars vaak op zich ….. hoog geacht –  zijn onomstotelijk gegeven met de rol als technisch en militair machtsinstrument’. (6) (cursief in het origineel) daar had de natuurkunde voor gezorgd zonder er een programma voor nodig te hebben. Tegenwoordig hebben we dan Totalitarisme ‘Deel twee’ voor ons: een modus van de buitenlandse politiek die (afgezien van de dreiging met de totale liquidatie ) er altijd mee dreigt en op elk moment kan proberen ook totalitarisme in de gebruikelijke, dus binnenlands-politieke betekenis aan te trekken. Zoals die altijd gedreigd had ‘totaal’ te gaan worden, zich dus te verbreden naar de buitenlandse politiek.
Onze eeuw als geheel kan slechts begrepen worden (en vervolgens bestreden) als we die twee vormen van terreur [18] opvatten als verwant. En als we onderkennen, dat het, globaal gezien, bijna niks uitmaakt of de buitenlands-politieke terreur de binnenlandse volgt dan wel eraan vooraf gaat. Dat laatste dreigde het geval te worden in de Verenigde staten. Want tijdens McCarthy verspreidden zich binnenlands-politieke totalitaire tendensen razendsnel, maar die waren in hoge mate het gevolg van het toenmalige nucleaire monopolie van Amerika. Zonder dat monopolie zouden ze in elk geval nooit zoveel kans hebben gehad en niet die heftigheid, die ze in feite hadden.

3. Het einde van politiek

Natuurlijk is de politieke ‘almacht’ veel meer dan een politiek feit. Of er überhaupt ooit ‘slechts politieke’ feiten waren, laten we zitten. Nu zijn die er in elk geval niet. Je kunt geloven dat men  ‘in het tijdperk zonder grenzen’ feiten kunt behandelen ‘puur als politiek’, zelfs als ‘puur tactisch’. En je kunt geloven dat je je in een discussie erover kunt beperken dat men zich binnen de perken bevindt van dit competentie gebied, keurig afgeschermd van andere. Maar dat geloof is niet slechts beperkt, maar veel meer definieert het de beperktheid van tegenwoordig. Deze beperktheid is deste noodlottiger omdat ze niet zo zeer een intellectueel gebrek laat zien maar – wat veel fataler is- een gebrek van de fantasie ja een totale: dus een karakter-gebrek.- Als top-politici tegenwoordig er trots op zijn dat defect openlijk te vertonen, ja er mee te pronken als brave burger, dan komt dat vermoedelijk daardoor dat ze (in onze speciale zin) te ‘beperkt’ zijn om zich een beeld te vormen van de omvang en de gevolgen van hun beperktheid. De grootte van een stupiditeit verhoudt zich één op één tot de grootte van de niet geziene consequenties. En de consequenties die men vandaag niet ziet zijn, zoals gezegd, grenzeloos.
Maw: tot het wezen van de grenzeloze macht die wij nu bezitten c.q. onze staten,[19] hoort dat ze ook de grens doorbreekt van het terrein waar de ‘politiek’ competent is. Kernsplitsing verpulvert niet slechts atomen, maar ook de wanden van competentie-terreinen. Er bestaat geen maatregel die samenhangt met het gebruik van de ‘almacht’, dus van de nucleaire monsters, er bestaat zelfs geen nucleaire dreiging die niet automatisch meer dan politiek is. Daarmee is niet alleen gezegd dat elke maatregel een beetje ‘onzuiver’ is (dus een beetje uit haar bedding tredend en vreemde gebieden een beetje overstromend). Maar ook, dat haar uitbraak naar vreemd gebied, ja naar alle vreemde gebieden tot haar wezen behoort. En dat ze zich fundamenteel overal in mengt, en over alles, zelfs over ‘zijn of niet zijn’ beschikt. Daarom zou je zelfs wel mogen zeggen (als je de hel tot het bereik van de theologie mag rekenen) : Er is geen schrede die met het atoom monster samenhangt  of hij springt over in het theologische. In het theologische, omdat de eventuele uitroeiing van de mensheid (als die zich überhaupt laat indelen) slechts als apocalyptische handeling dus met theologische analogieën laat indelen. Een gebeurtenis die slechts theologisch onder te brengen is, heeft natuurlijk niets meer van doen met wat men vroeger heel naïef ‘een politieke stap’ noemde.
Niets is onzinniger dan de huidige gewoonte dat men de omtrek van het probleem ‘zuiver tactisch’ wil af passen. Er is de gedachte dat je het mateloze, of het dreigen met het mateloze kunt gebruiken voor kleine eisen of subdoelen. En daar is ook de hoop dat je de atomaire toestand hoewel die zelf het terrein is waarop de stenen van de politieke en tactische strategie heel behoedzaam neergezet moeten worden, als steen op het veld van politiek kunt schuiven. Dat geloof en die hoop vormen een vrijwel overal gevolgde stijl van argumentatie en actie, bij de promotoren van nucleaire bewapening en in het algemeen, en ze tonen niet alleen een verbijsterende intellectuele beperktheid, maar zijn vooral ontstellend omdat de gedachte dat je het oneindige in kunt zetten voor eindige doelen niet eens in eerste instantie een intellectueel gebrek is, maar een moreel. Bijna nog vreselijker dan het besef van het bestaan van het mateloze ding, is de gedachte aan de bekrompen en middelmatige mensen [20] die het wagen niet alleen over het ding te praten, maar over het zijn en de inzet ervan te beslissen. Het besef dus dat we in de hand zijn van de middelmatigen, die God vertegenwoordigen.
Juist omdat het middelmatige figuren zijn, die over het apparaat beschikken, is de steeds weer geuite hoop dat de bezitters van de bommen door de grootte van de bedreiging die ze in handen hebben automatisch zelf terughoudend zullen worden, totaal onterecht. Machtspsychologisch is deze hoop naïef. Het tegendeel is veel meer aan de orde.Niet alleen omdat elk wapen alleen al door het bezit ervan ‘trigger happy’ (schietgraag, jab) maakt ; maar omdat er een regel is die, als ze uitgesproken wordt (dat is tot nu toe nooit gedaan) juist het omgekeerde bewerkstelligt van wat die geruststelling ons wijs wil maken. Die regel kun je omschrijven als: ‘oplopende ongeremdheid bij toenemende macht’. Dat wil zeggen dat remmen om van macht gebruik te maken minder werken naarmate de macht die men in handen heeft groter wordt. Deze wet is gebaseerd op ‘de prometheïsche kloof’ die al genoemd werd. Dus in het feit dat we met ons voorstellingsvermogen niet opgewassen zijn tegen wat we zelf kunnen maken. Effecten worden steeds mer onvoorstelbaar naarmate ze groter worden. Bijvoorbeeld is men minder geremd om honderd mensen brutaal te vermoorden dan een enkele.
Maar ook die overweging is nog ontoereikend, die is in zekere zin nog te optimistisch. In de eerste plaats omdat atoombommen al geworpen zijn; dat vergeet men graag. Ten tweede omdat men ervan uitgaat dat de bezitters van de atoombommen instanties of mannen zijn die in de conventionele zin van het woord niet slecht zijn. Dat je daar altijd van uit mag gaan, blijkt nergens uit. Veel meer is het natuurlijk  vooral mogelijk dat ooit een uitgesproken boef over ‘atoomwapens’ zal beschikken en zijn hemelbestormende verleiding niet kan weerstaan. Er is niets stommers dan op verstand te speculeren. [21]

4. We zijn almachtig omdat we onmachtig zijn

We hebben het steeds gehad over de enorme ‘sprong’ die we gemaakt hebben.
Maar het is de vraag of het daarbij wel om een ‘sprong’ gaat. Daar bedoel ik dit mee. Het is de vraag of de staat waarin wij ons nu rechtstreeks en totaal ontzet bevinden ingetreden is door dat wij zelf een sprong hebben gemaakt. Het zou eveneens niet terecht zijn om in het automatisme van de technische vooruitgang als de schuldige aan te wijzen, die ons de nieuwe staat heeft ingebombardeerd en ons dwong te springen. Want hoe prometheïsch we ook mogen zijn, wij zijn maar jammerlijke, namelijk blinde promethiden zonder rem. Promethiden, die niet kunnen zien wat ze doen, en niet kunnen stoppen waar ze het maar al te graag zouden doen. Dat is niet alleen een herhaling van de ‘waarheid van de ‘tovenaarsleerling’: namelijk dat we onmachtig zijn hoewel we machtig zijn. – Dat is een achterhaalde situatie. Maar omgekeerd we zijn daarom almachtig geworden omdat we onmachtig zijn. Onmachtig tegenover de autonome motor van onze eigen productie. Onmachtig om daar zelfs maar ontoereikende remkracht op los te laten.
Noteer deze gedachte, want die is het fundament van wat we zojuist ‘atomaire theologie’ hebben genoemd. Ik herhaal dus: wortel van onze almacht, dus van ons ‘god zijn’ is onze onmacht.
Natuurlijk mag deze zin niet als troost dienen. Onze catastrofe wordt niet kleiner als we haar slechts binnenstruikelen. Nog minder mogen we die zin misbruiken als een pil om ons een goed geweten te bezorgen. En al helemaal niet, als wij (minstens miljoenen van ons) toen we in de nieuwe status belandden (gesprongen of gestoten)  die hartelijk welkom hebben geheten. En dat nog wel met zo veel lawaai en zo uitdrukkelijk alsof we geheel uit vrije wil die nieuwe fase waren binnen gesprongen. Omdat het begon met het afwerpen van bommen, die niet alleen (zie rapport Franck) overbodig waren, maar gezegend werden en tot de trots van de natie werden gemaakt,[22] moet dat begin moreel gezien zo beoordeeld worden als een bewust gekozen begin. Niet als iets waar we als een tovenaarsleerling ingerommeld werden.
Moreel het minst voor discussie vatbaar zijn echter zij, die aan de ene kant ‘geen schuld eraan willen hebben’ en de schuld veel meer uitsluitend de techniek toerekenen, c.q. de wetenschappers. Maar anderzijds datgene willen hebben , waaraan ze geen schuld willen hebben, en nu hun fris en vrolijk in onschuld gewassen handen er naar uitstrekken. Zoals bekend was er een Europees staatshoofd dat zich niet geschaamd heeft om die wetenschappers, die vanwege gewetensbezwaren waarschuwden tegen atoombewapening, tegen te werpen: ‘Mijne heren, wie heeft die dingen nou gemaakt? Ik soms? Jammer dan ook niet dat men die dingen wil hebben. En overigens is er geen enkele reden dat U zich schuldig moet voelen. U hebt helemaal geen recht op dat gevoel, omdat het ‘hebben’ of ‘niet hebben’ waar het nu om gaat ondubbelzinnig hoort op het terrein van de politiek. Daar hebt u net zo weinig te zoeken en daarvan hebt u net zo weinig verstand als ik iets in de wetenschap heb te zoeken of daarvan verstand heb’. – Als je privé net zo zou redeneren zou je je eens en voor altijd moreel in diskrediet gebracht hebben. Dat staat wel vast.

Aantekeningen:

1 Deze term gebruik ik bij gebrek aan beter vocabulair. In hoeverre dit geen wapen meer is: lees Die Antiquiertheit des Menschen p. 247 e.v.

2  getallen naar believen

3  zie l.c. p 17 e.v.

4  Anders had een idiomatische uitdrukking gebruikt met ‘billig’ (goedkoop) erin. Hij plaats dan de voetnoot: ‘Billig’ zelfs in financieel opzicht, zoals Ed. Teller onlangs triomfantelijk aankondigde. De huidige vooruitgang bestaat erin dat de mogelijke ondergang van de wereld steeds goedkoper wordt.

5  Dus niet, zoals in Bonn gebeurde, door “Ik ook te roepen’ – en dat nog wel enige dagen voor het eerste afzien van experimenten – wat in het kader van de wereld geschiedenis eigenlijk super belachelijk is. Mara in feite helaas helemaal niet belachelijk, omdat er tegenwoordig (dat is het tragisch evan de huidige situatie) geen instanties meer zijn in wier ogen je je belachelijk kunt maken.

6  ‘Die Physik und das Geheimnis des Lebens’, Braunschweig 1941.