Geweld JA of NEEN

door Günther Anders.
Werkvertaling Jan Anne Bos.
Gebruikt is de Duitse uitgave van 1987:
Gewalt Ja oder Nein.
Eine notwendige Diskussion.
München, Knaur.
( [] de oorspronkelijke paginering; vanaf p. 19)

In het boekje wordt eerst een aantal opmerking gegeven over de persoon van GA. Dan volgt deel 2. Het gesprek:
Over ‘noodtoestand en verzet/zelf verdediging’. 2
Günther Anders in gesprek met Manfred Bissinger.

Bissinger: Na de Super-GAU van Tschernobyl is de wereld weer gauw overgegaan tot de orde van de dag en ‘atoom’ staat daar weer boven aan de agenda. Afkeer daarvan uiten en overdenken alleen de tegenstanders die dat altijd al deden. U, Günther Anders bent ongetwijfeld een van hun geestelijke vaders. Had U eigenlijk meer van een Tschernobyl-schok verwacht?
Anders: Het is onze taak – en ik heb geprobeerd me van die taak te kwijten – het is noodzakelijk deze schok als ‘eeuwig’ te oormerken. We moeten het de mensen blijven zeggen: kijk zoiets kan altijd weer gebeuren. En niet omdat de Russische techniek slechter is dan de West-Europese of Amerikaanse. Ook in het westen is er al veel misgegaan, en dat kan zich steeds herhalen, vooral in Frankrijk dat vergeven is met zeer uiteenlopende atomaire installaties. Ik zou het prima vinden omvan Tschernobyl – hoe cynisch dat ook mag klinken – een symbool te maken, net als van Hiroshima; dat heb ik tenminste geprobeerd. Het is helemaal terecht dat er achter mijn rug om van mijn motto: “Hiroshima is over al” de leus “Tschernobyl is overal” gemaakt is. Deze tweede zin heeft
nog een sterkere lading dan de eerste: “Hiroshima is overal” betekende: ‘wat daar in Hiroshima gebeurd is, dat kan op elke andere plaats op de aardbol gebeuren.” Daarentegen betekent “Tschernobyl is overal” : [21] als er op een enkele plek als Tschernobyl een ongeluk gebeurt, dan kan dat ongeval overal opduiken; het kan alle plekken op aarde bereiken. Het wordt in zekere mate een ‘pest’.
Bissinger: Er zijn vast en zeker veel mensen opgeschrikt door Tschernobyl. Alleen heeft het niet tot consequenties geleid.
Anders: Helaas hebt U gelijk.
Bissinger: Maakt U dat bitter?
Anders: Bitter is niet het goede woord. Ik kan het niet vatten. Het onbegrip zelfs bij intelligente mensen kan ik bijna niet begrijpen. En daaronder is ook een Franz Joseph Strausz, die anders niet stom is, ja je moet zeggen dat hij veel intelligenter is dan Reagan. Strausz heeft op het gymnasium tenminste wat geleerd. Reagan is zo dom dat je van hem niet mag veronderstellen dat hij het reusachtige van deze tijd kan onderkennen. En ook de politici hier te lande hebben tot nu toe niet goed begrepen wat er aan de hand is. Ze hebben het bijvoorbeeld over het vanzelfsprekende respect voor ‘de heiligheid van grenzen’, hoewel atoomstraling zich er geen bal van aantrekt of het een gebied van
China of Europa of Sowjet-Rusland besmet. Het dringt niet tot hun hersens door dat fysica en techniek hier staatsrechtelijke categorieën kunnen verwoesten.
Bissinger: U hebt atoomcentrales wel moordinstrumenten genoemd. Ieder jaar zijn er honderden incidenten …
Anders: ,,, die dan verstopt worden of gebagatelliseerd.. [22]
Bissinger: … wat moeten we dan nog meer doen om te zorgen dat we gehoord worden?
Anders: Wel, ik wil eerst – of U daar nu van schrikt of niet – bekennen: hoewel ik heel vaak voor een pacifist aangezien ben, ben ik inmiddels tot de overtuiging gekomen, dat je met geweldloosheid niets meer kunt bereiken. Als je ervan afziet iets te doen, doe je niks.
Bissinger: Is dat een nieuwe overtuiging?
Anders: Het is sinds Tschernobyl duidelijker geworden. Ik ben op het ogenblik bezig een boek te schrijven met de titel “Noodtoestand en Verzet”. We zijn – dat zal wel niemand bestrijden – in een toestand die juridisch omschreven kan, neen moet, worden als ‘noodtoestand’. Miljoenen mensen en al het leven op aarde, dus ook al het toekomstige leven worden met de dood bedreigd. Niet door lieden die mensen direct willen doden, maar die dat risico voor lief nemen.; en die alleen maar technisch en in feiten kunnen denken…
Bissinger: ,, of economisch…
Anders: … natuurlijk. Economisch en zakelijk. Wij bevinden ons dus in een toestand die juridisch een ‘Noodtoestand’ is. In alle wetboeken wordt in geval van een noodtoestand geweld niet slechts toegestaan, maar zelfs aanbevolen. Bijvoorbeeld Wetboek van strafrecht Paragraaf 53, 1 tot 3. Dat moet de mensen duidelijk gemaakt worden. Het is onmogelijk om met aardige mensen die bosjes vergeet-mij-nietjes aan politiemensen overhandigen, die ze niet eens aan kunnen pakken omdat ze immers hun slagwapens in de hand hebben, efficiënt verzet te bieden. Net zo ontoereikend, neen zinloos, is het [23] te vasten voor de atomaire vrede. Dat heeft alleen gevolg voor degenen die vasten, namelijk honger; en misschien het goede geweten, dat je iets ‘gedaan’ hebt. Reagan en de
atoom-lobby bekreunen zich er helemaal niet om of wij een broodje ham meer of minder eten. Dat zijn heus alleen maar ‘happenings’. De acties van tegenwoordig lijken heel precies op die schijn-acties die in de jaren zestig opkwamen. Ook die zaten al (of nog) tussen schijn en zijn. De uitvoerenden dachten wel daarmee de grenzen van alleen-maar-theorie doorbroken te hebben, maar ze bleven toch ‘actoren’ in de betekenis van ‘schouwspelers’. Ze speelden slechts theater. En wel uit angst voor realistisch handelen. Er viel geen schot; meer dan een schok lokten ze niet uit. Eentje waar je zelfs van moest genieten. Theater en geweldloosheid zijn nauw aan elkaar verwant.
Bissinger: U pleit dus voor geweld, mijnheer Anders, kunt U ook nader aangeven wat U daarmee bedoelt?
Anders: Ja, dat kan ik zeker. Maar ik zal dat niet uitvoerig doen, want dan zou U wel eens
moeilijkheden met de publicatie kunnen krijgen. In elk geval vind ik het noodzakelijk dat wij hen die aan de macht zijn en ons (een enorm veelvoudig ‘ons’) bedreigen, intimideren. Er blijft ons niets anders over dan op onze beurt te dreigen en die politici die gewetenloos de catastrofe op de koop toe nemen of direct voorbereiden, buiten bedrijf stellen. Alleen al dreigen zou die intimidatie misschien en hopelijk tot gevolg kunnen hebben. Tenslotte heeft iemand, die Christenen niet het lef zullen hebben een ‘chaoot’ te noemen, zich al als ‘Zwaard’ aangeduid. [24]
Bissinger: Welk advies geeft U jongeren die net door beginnen te krijgen wat de atomaire Catastrofe kan betekenen?
Anders: Dat is de hamvraag : geweld wordt niet alleen maar toegestaan, maar zelfs moreel gerechtvaardigd zo lang het door de erkende overheid aangewend wordt. Macht berust immers ook altijd op de mogelijkheid die ook te kunnen uitoefenen. Iedereen zou het in 1939 heel vanzelfsprekend hebben gevonden hebben mee ten strijde te trekken en ‘mede-gewelddadig’ te worden; als je ‘mee deed’, had je zoals een zekere president graag benadrukt, ‘alleen maar je plicht gedaan’. Op bevel van de macht, mag je niet alleen gewelddadig zijn, maar behoor je dat en moet je dat zijn.
Wij die niet anders op het oog hebben dan de omverwerping uiteindelijk van alle geweld – wij krijgen voor de voeten geworpen dat wij er ook maar over durven denken om geweld te gebruiken, al mikken wij als we het al overwegen alleen maar op een toestand van geweldloosheid, dus op die toestand die Kant ‘eeuwige vrede’ heeft genoemd. Zo veel staat vast: we mogen van geweld nooit een doel maken. Maar geweld moet wel onze methode wezen, dat is niet te bestrijden. Omdat namelijk met behulp daarvan geweldloosheid door zal zetten en alleen met behulp daarvan kan doorzetten.
Bissinger: Vanwege dergelijke overwegingen zal men U wel gauw als ‘chaoot’ bestempelen
Anders: Men aarzelt nog mij zo te betitelen. Iemand die toch een paar boeken heeft geschrevenkan men niet makkelijk zo noemen. Maar het zou me ook niet kunnen schelen dat een Strausz zich zo zou blameren door te verklaren: “Gunther Anders is een chaoot!”. [25]
Bissinger: U kreeg destijds de Adorno-prijs uit handen van de toenmalige conservatieve burgemeester van Frankfurt, de latere minister van milieu Walter Wallmann. In de oorkonde daarbij staat over U: ‘Als het overleven van ons allemaal op de agenda staat, dan zijn boeken als van Günther Anders nodig, die het bewustzijn verbreden en versterken dat we misschien de grenzen van ons bestaan hebben bereikt. Uit dat inzicht kan de individu kracht putten om in verzet te komen tegen het opdoemende einde’.
Anders: Kohl zal verbijsterd zijn als hij dit leest, misschien zelfs wel sprakeloos.
Bissinger: Ziet U dat als een legitimering om na te denken over “Noodtoestand en verzet”?
Anders: Door hem? Wallmannen hoeven mij niet te legitimeren om te schrijven.
Bissinger: Ik heb nog een citaat. Daarin zei Wallmann: “Wij eren de schrijver Günther Anders, omdat hij ons weerspreekt, vermaant, opport.” Die flexibele Wallmann, nietwaar?
Anders: Dat kun je helemaal niet flexibel noemen. Om flexibel te zijn moet een materiaal wel een zekere stevigheid hebben. Dit is je reinste prut. Prut is helemaal niet flexibel.
Bissinger: Mijnheer Anders, onze politici bouwen op de zekerheid van de techniek. Mogen we überhaupt op die discussie ingaan?
Anders: Dat is ontegenzeggelijk een gevaar; en als ze beweren dat als ze schroef 3a iets dikker maken, absolute veiligheid gegarandeerd kan worden, dan is dat [26] even onbenullig als gewetenloos. Altijd en overal vind je talloze mankementen. We mogen net zo min op compromissen ingaan, zoals dat nu gebeurt op Ijsland: zo en zo veel raketten minder. De raketten die overblijven zijn immers nog voldoende om alle mensen om te brengen. De tijd van comparatieven is voorbij. Terwijl men met een kleine bom 140.000 inwoners van Hiroshima wist om te brengen, kan men nu, ook al gebruikt men maar een tiende van de raketten die klaar staan nog steeds de hele mensheid zelfs meer dan eens vernietigen. De Amerikanen zijn gefixeerd op vergelijkingen: “Wij moeten beter en
sterker zijn wij moeten beter kunnen doden dan de anderen”. Terwijl ze al zo perfect kunnen doden. Ons allemaal zelfs.
Bissinger: U zei dat er sinds Tschernobyl een kwalitatief ander verzet is. Wat kunnen zij doen die gewoon bang zijn?
Anders: Angst is een moeilijk probleem. De meeste mensen hebben angst voor de angst. En ze houden alleen die lui zoals ik die bewust bang maken, voor gevaarlijk. En wat die half-deskundigen betreft – als die dan bij duizenden bij elkaar komen, vergeten ze dat ze bij elkaar komen om samen bang te zijn en iets tegen de reden van de angst te doen. Want zodra er honderdduizend mensen bij elkaar zijn wordt het een vrolijk volksfeest. Dan zijn er worstjes, Tschernobyl met worstjes. En er komen gitaren bij. En zodra die inzetten breekt de emotionele gekte uit. Want de meeste gitaarspelers kennen slechtst drie akkoorden, die alle toehoorders en zangers zo [27] afstompen, dat ze niet meer in staat zijn om het verschrikkelijke wat hen bij elkaar gebracht heeft op te merken. Maar nog
afgezien daarvan: Als er duizenden bij elkaar komen, dan groeit de moed automatisch. Als ze daar in de menigte zwemmen vergeten ze Tschernobyl al gauw en dat Tschernobyl morgen al hier kan zijn. En bovendien het is vandaag al hier: de besmetting met radioactiviteit werkt vandaag al en zal een ondenkbaar lange tijd werkzaam blijven.
Bissinger: De maatschappelijke gevolgen van de atoomstaat zijn verschrikkelijk. Hele landstreken moeten om veiligheidsredenen gesloten worden. Arbeiders en beambten bij een atoom-installatie moeten met continue controle en bewaking leven. Bij atoomtransporten moeten straten afgezet worden. Veiligheidsdiensten leven in een atoom-conjunctuur….
Anders: We hebben de totalitaire staat al gerealiseerd. Die stelt het weliswaar zo voor – want ontkenning van zijn eigen karakter is kenmerkend voor zijn karakter – dat haar maatregelen onontbeerlijk zijn om ‘de vrijheid’ te redden – wat dat veelgeplaagde woord ook moge betekenen. Maar integendeel het zijn natuurlijk maatregelen die je volledig van je vrijheid beroven. Jungk noemt dat terecht ‘Atoomstaat’. De vraag “Hoe gaat het verder met onze staat?” is al achterhaald, omdat die al ‘totalitair’ geworden is. (een feit dat de staat natuurlijk – het hoort bij zijn wezen – verstopt, c.q. bestrijdt.) Een van de symbolen van de atoomstaat is die Mijnheer Zimmerman van jullie. Die wilde mij overigens…..
Bissinger: wat wilde die?
Anders: Mij belonen. [28]
Bissinger: Hij? Waarvoor? En waarmee?
Anders: Met 100.000 Mark. Voor mijn ‘bevordering van het Oost-Duitse Cultuurgoed’. Dat is de prijs van “kunstenaarsgilde Esslingen” een vereniging van Sudetenduitsen en andere slachtoffers van agressie uit het Oosten. Deze organisatie wordt openlijk gefinancierd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In elk geval zou Zimmermann mij de cheque persoonlijk in Düsseldorf overhandigen.
Bissinger: Aan U? Dat moet U ons nader uitleggen.
Anders: Aan mij omdat ik in Breslau geboren ben. Ik ben dus een Schlesiër. Dus ik ben in 1945 voor de rode modderstroom gevlucht. En omdat ik een zekere reputatie bij elkaar geschreven heb ben ik iemand op wie de Oost-Duitse cultuur nu trots kan zijn. – Onzin natuurlijk. Mijn ouders kwamen uit Berlijn. We verlieten Breslau 1915. En ik ben al in 1933 gevlucht. Voor Hitler. Niet voor hen die door zijn schuld in 1945 Schlesiën binnen trokken. Het gebrek aan kennis op grond waarvan men me wilde eren, zou een betere zaak waardig geweest zijn. Ik heb mijn weigering net zo lang uitgesteld dat ik het aan de vooravond van de bijeenkomst van de Schlesiërs bekend kon maken.
Daar zaten ze dan met hun diepe behoefte iemand te eren. En ze hadden niet van hun 100.000 Mark af kunnen komen als niet een dappere andere Schlesiër zich bereid had verklaard voor mij in te vallen en als een tweede bezetting onvoorbereid het geld in ontvangst te nemen. Het zij hem – ik ken zijn naam niet – gegund! Ik had er echt geen recht op. Want als ik niet al in 1933 gevlucht was, had ik in 1945 als as op de velden van Auschwitz of Maidanek gelegen en zou ik dus niet in staat geweest zijn de Oost-Duitse cultuur in het Westen te bevorderen. Kort en goed: je kunt je eer alleen maar redden [29] als je de prijzen van hen die niet waardig zijn iemand te eren, afwijst.
Bissinger: In 50% van de politieke redevoeringen in de Bondsrepubliek horen we dat wij in de staat met de meeste vrijheid op Duitse bodem leven. U bent iemand die verscheidene staten op Duitse bodem hebt meegemaakt…
Anders: … praat me niet van ‘vrije staat’. Burgers van de Bondsrepubliek zijn nog veel onvrijer dan de meesten zich voorspiegelen. Zo stellen de hoogste regeringsfunctio-narissen van de Bondsrepubliek zich tegenover Reagan op zoals Laval zich gedroeg tegenover Hitler. Vrij? Zij zijn absoluut gelijk geschakeld met de bezetters van hun territorium. JA: bezetters. Ja zo kun je de Amerikanen beslist noemen, want alleen zij hebben toegang tot en beschikken over de raketinstallaties. Soevereiniteit van de Bondsrepubliek was er nooit.
Bissinger: Maar wij leven toch in een democratische staat?
Anders: Ik bestrijd – en dat heb ik 30 jaar geleden al zeer uitvoerig bewezen in mijn eerste Band van de “Antiquiertheit” – dat er na de zege van de massamedia nog democratie bestaat. Het hoort tot het wezen van de democratie, dat men een eigen mening kan hebben, en dat men die kan uiten.
Ik heb mijn mening bijvoorbeeld in Amerika waar ik veertien jaar gewoond heb niet kunnen uiten. Sinds er massamedia zijn en sinds de wereldbevolking als vastgeklonken aan het beeldscherm zit, krijgen ze als met een paplepel een mening gevoerd. De uitdrukking ‘een eigen mening hebben’ is betekenisloos geworden. Die vol gestopten hebben geen enkele kans een eigen mening te hebben. Neen, ze consumeren nog niet eens zelf de mening van anderen. Ze worden vetgemest. [30] Vetgemeste ganzen ‘consumeren’ niet – en tv-kijken is een soort vetgemest worden. Of niet soms? Als democratie zogenaamd daarin bestaat dat je over het recht beschikt een eigen mening te hebben, dan is democratie door de massamedia onmogelijk gemaakt, omdat men dat wat men niet als iets eigens heeft ook niet uiten kan.
Bissinger: Begrijpen we U goed, dat U ook tegen de media wilt vechten?
Anders: De mens is geen ‘mondig wezen’ meer, niet meer een wezen dat met zijn mond een eigen mening zou kunnen uiten. Veel meer is hij een ‘hoor-ig’ wezen geworden (dat heeft ook de notie horig, slaafs. Zie “die Antiquiertheit des Menschen”, Band 1, p. 102 e.v. jab), dat namelijk alsmaar hoort; en wel slechts dat hoort wat hij op de radio of de tv ingegoten krijgt, maar waar hij – het is en blijft een unilaterale betrekking – niet op kan antwoorden. Deze horigheid typeert de onvrijheid die de mens met zijn eigen techniek heeft gemaakt en waaraan hij dan ten prooi valt.
De uitdrukking de mens is ‘mondig’ is tegenwoordig fout want geen mens die voor de radio of de tv zit, en afhankelijk ervan is, doet zijn mond open. Wij zijn ‘oog-ige’ en ‘oor-ige’ en niet ‘mond-ige’ wezens. Tegelijk met de massamedia is ook de ‘massa-kluizenaar’ uitgevonden.4 [31]
Bissinger: Is de mediakwestie niet ook een taalprobleem? De taal van het industrietijdperk wil versluieren. Wij spreken van “Entsorgingspark” , rest-risico, van stralingsbeschermingscommissie.
Hebben we niet ook een ander taal nodig?
Anders: In elke geval constant de woorden ontmaskeren. Taal kritiek zou eigenlijk hoofdobject van het onderwijs moeten worden. Maar welke leraar kan dat? Wie leert dat de leraren?
Bissinger: Is er eigenlijk een recht op bekering? Een collega van U, Carl Friedrich von Weizsäcker, die atoomenergie jarenlang gelegitimeerd heeft, probeert zich nu stilletjes uit de voeten te maken. Mogen we hem van zijn verantwoordelijkheid ontslaan?
Anders: Het aantal van hen die zinnig meepraten kunnen in deze toestand is al zo klein, dat zelfs wie zich met een atoombunker geblameerd heeft, blijven mag. De toestand van ons allemaal is te benard dan dat we de strijd persoonlijk mogen maken. Je moet je echte vijanden bevechten, dus de lui die werkelijk gevaarlijk zijn.
Bissinger: Wat is uw commentaar op de stelling dat je de mensen hun hoop niet mag ontnemen? We hebben dat vaak geschreven.
Anders: Ik denk dat hoop slechts een ander woord is voor lafheid. Wat is nou hoop?! Is dat het geloof dat het beter zal worden? Of de wil dat het beter moet worden? Nog niemand heeft het begrip hoop geanalyseerd. Ook Bloch niet. Neen, hoop moet je niet geven, hoop moet je verhinderen.
Want door hoop gaat men niet ageren. Ieder die hoopt laat verbeteren aan een andere instantie ov er. [32] Ja, dat het beter weer wordt, dat mag ik misschien hopen. Het weer wordt daardoor weliswaar niet beter; maar ook niet slechter. Maar in een situatie waarin het er slechts om gaat zelf iets te doen is hoop slechts een woord om af te zien van eigen actie.