De vooroudermoord

Waarschijnlijk was je nog nooit in Molussië. En misschien wil je ook helemaal geen kennismaken met dat land dat in een recensie aangeduid wordt als het ‘fictieve totalitaire land’. Het is op de kaart gezet door de Duitse schrijver-filosoof Günther Anders (1902-1992).
Je zou niet één, twee, drie weten wat je daar moet zoeken. Maar als je er dan toch wel bent, merk je dat het helemaal niet zo ‘fictief’ is. De beschrijving misschien, maar de werkelijkheid niet. Het is als met dat boek dat Anders uitgeeft onder de titel: ‘Hiroshima ist überall’. Niks fictief. En bij thuiskomst uit Molussië merk je zelf ook: ‘Molussië is overal’. Niks fictief. 

Je kunt Molussië uitgebreid vinden in de enige roman die Anders (dat is zijn auteursnaam: hij heette eigenlijk Günther Sigismund Stern) schreef: ‘De catacombe van Molussië’. Het heeft alle trekken van situaties van de Nazi-staat, waarin Anders leefde en waar hij uit emigreerde. Hij was een Jood. Het manuscript dateert al van 1931/32. Maar merkwaardigerwijs komt het pas in 1992 tot publicatie. In feite vlak vóór het overlijden van Anders. Merkwaardig is verder, dat hij in heel wat andere teksten toch vrijelijk naar Molussië verwijst. Alsof iedereen wel weet waar dat lag; alsof iedereen dat wel in zijn bagage had: wat dat was. Een na te trekken bron.
Hij heeft het dan over de wijzen daar, die ongelooflijk diepzinnige zaken overwogen; zeer mysterieus als het even kon. Hij haalt spreuken aan, gebruiken, gedichten, legendes; verzint woorden en ceremonies die daar golden. Zijn hele leven door dus heeft zijn doen en laten een klankbodem in die ‘andere wereld’ van Molussië. Illustraties bij zijn stellingen over leven in de techno-tijd. Allemaal zo ontzettend knap.
Molussië is het speelse element bij uitstek, dat Anders steeds weer laat blijken. Maar het is wel een heel serieuze ‘spelvorm’. Een wereld met eigen regels en perspectieven en gedragingen wordt door Anders benut om nog eens over die van ons na te denken. Veelal met humor. Vaak ook met rare ingewikkeldheid, versterkt door de lange zinnen van Anders. Maar altijd met de bijna dwingende toon van ernst. 

Anders heeft nog een werk uitgegeven dat in Molussië speelt. Dat gaf hij de vreemde titel ‘De vooroudermoord’ mee. (Oorspr. 1951/1971.)
Een legende? Een sprookje? Een essay? Neen. Een gefingeerd wetenschappelijk rapport over een ritueel in Molussië dat aan het licht gekomen is. Het klinkt heel gewichtig, maar op een manier die ook die wetenschappelijke gewichtigdoenerij een beetje op de hak neemt. Bijvoorbeeld door verzonnen auteurs en schriftelijke bronnen aan te halen in een indrukwekkend notenapparaat. Zelfs met wijdlopende taalkundige kwesties rondom een (archaïsch) woord uit de molussische taal. 

Ik vind het knappe van Anders’ verhaal dat je niet zo makkelijk de vinger legt op wat het centrale thema is. Dat is er niet. Het is zeker geen allegorie. Maar al keuvelend, zou je haast zeggen, al vertellend snijdt Anders verschillende belangrijke dingen aan; en dan moet je zelf maar verder denken. Of verder lezen bij Anders. Want het is zeer opvallend dat Anders in de vele literaire vormen die hij blijkt te kunnen hanteren, steeds met dezelfde belangrijke leef- en wereldthema’s bezig is. Heel consistent.
Ik voor mij ga in de vertelling van de vooroudermoord de thematiek van geschiedenis nader bespreken. Maar over kunst en rituelen zou zeker ook een en ander uit te werken zijn. Maar nu eerst iets over de opzet van het verhaal zelf.

het verhaal

Het gaat om een ritueel dat in lang vervlogen tijd in Molussië uitgevoerd werd. Genaamd de ‘vooroudermoord’. Dat ritueel was uitgevonden en ingevoerd om een keihard taboe op te vangen. Het was namelijk zonder meer taboe in Molussië om de onderaardse gravenstad alsmaar uit te breiden. Vol is vol. Opzetten van andere begraafplaatsen was ook taboe. Waar moest je dus het lijk van een overledene laten? Dan moest er eerst een graf geruimd worden. En wel van de oudste voorouder van de familie van een overledene. De andere voorouders schoven dan een plaatsje op, en de nu overledene kwam op de plaats die als laatste vrij kwam.

  • Beschreven wordt dan hoe de zonen van de overleden vader te werk moesten gaan; om die plek vrij te maken. Met inachtneming van allerlei voorschriften en een soort liturgie. Want het is natuurlijk altijd wel een grafschennis, waartegen de vooroudergeest zich wel eens zou kunnen verzetten.
  • Omdat dat p.d slechts één enkele keer in je leven voorkomt, moet er wel geoefend zijn, stelt Anders,- anders kon het niet zo soepel verlopen! Denk je in!
  • Een gedeelte van het ritueel kon beschreven worden aan de hand van een (onlangs) opgedoken document : de zgn Aanmaning, die in een Commentaar regel voor regel wordt uitgeplozen.
  • Een deel van het ritueel wordt beschreven aan de hand van zestig reliëfs. Die geven de periode weer nadat de zoons/moordenaars het eigenlijke werk (opruimen gebeente oudste voorouder) gedaan hadden en voordat ze weer klaar zijn om, bestraft en gereinigd vanwege de misdaad, terug naar de familie te kunnen.
  • De bijzetting van de overledene zelf wordt niet beschreven. Noot 32 zegt dat we dat alleen kunnen vaststellen; duiden niet.
  • In allerlei noten worden kleine wetenschappelijk aandoende discussies beschreven. Nog steeds alsof het gaat om door specialisten geopperde theorieën en hun argumenten,die al dan niet kunnen kloppen.
  • Aan van alles zou je kunnen merken dat Anders er plezier aan beleeft om details uit te benen, die op zich alleen ter versiering dienen.
  • Merkwaardig dat met geen woord gerept wordt van vrouwen die overlijden en waar die begraven zouden kunnen worden. Of Anders ook bedoelt dat we dat op zouden merken? Dat weet je bij Anders nooit.

meer over thema geschiedenis

Je voorouders zijn ook je verleden, kun je zeggen. Hoe ga je dan om met je verleden? Vereren? Vergeten? Opruimen? Heeft het nog macht over je? Blokkeert het je?
Al gauw is Anders dan bij het inzicht dat je in elk geval niet alles mee kunt slepen wat je geschiedenis was. Je moet opruimen. Dat zie je hier in het verhaal onder andere verteld.
Anders komt dan voor de dag met de opmerking dat we ons wel moeten afvragen wiens geschiedenis de geschiedenis is die het geworden is. De geschiedenis is de geschiedenis van wat weggelaten werd door de geschiedenis zou je wel kunnen zeggen. p 52. Daar ook:  ‘de geschiedenis zelf is een proces van ononderbroken zelfliquidering, zelf een soort continue vooroudermoord.’ ‘We zouden de geschiedenis moeten schrijven van door de geschiedenis veronachtzaamde geschiedenis’, al is het naïef te denken dat dat kan.
En dan ben je al gauw bij: geschiedenis is wat de machtigen wisten te bewaren en door te zetten. Of negatief gezegd: geschiedenis is het continuüm van wat weggelaten werd; weggemoffeld; vernietigd etc.
Dus geschiedenis is de geschiedenis van de machthebbers. De ‘slaven’ in elke zin van het woord, schrijven geen eigen geschiedenis; zij zijn slechts mede-subject, mede-historisch in de geschiedenis van de machthebbers/onderdrukten.  Ja, het lijkt me dat Anders hier een flinke dot marxisme in de koek heeft gedaan. 

Ik denk dat Anders ons wil confronteren met de vraag wat we nog aan krachten, inzichten, moraal etc. uit het verleden door laten werken in de houding die we tav de aankomende zaken en tijd ontwikkelen. Heel vaak kom je bij hem de gedachte tegen dat we niet klaar zijn voor de toekomst die we aan het maken zijn. In die zin lopen we achter. Zijn we ‘antiquiert’. Je zou dan ook mogen verwachten dat dit belangrijke geschiedenisthema ook in Anders’ Hoofdwerk ‘Die Antiquiertheit des Menschen‘ voorkomt. En ja wel: ‘die Antiquiertheit der Geschichte’ Band 2, p 271 (een studie uit 1978) . Daarin komt bijna letterlijk voor wat in noot 39 staat over de geschiedenis van het alledaagse.
Maar daar trekt Anders ook door: het subject van de geschiedenis als zodanig is ook niet meer de mens maar het technisch bestaan dat hij zelf gecreëerd heeft. Zijn producten lopen hem vooruit. Die kan hij slechts bedienen; zorgen dat ze geproduceerd worden. 

Dat zijn allemaal goede redenen voor Anders om ons nog eens goed te laten nadenken over het zgn vooruitgangsprincipe dat we als motor van de geschiedenis hebben uitgeroepen; volgens Anders op instigatie van het Christendom. 


(Jammer dat Anders in dat Geschiedenis-essay in Band 2 niet op Molussië teruggrijpt; maar hij revancheert zich in de Einleitung al: ‘In een Molussisch aforisme wordt gezegd: als we eerlijk zouden zijn, zullen we niet bidden ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, maar ‘Geef ons heden onze dagelijkse honger’. – opdat de broodproductie dagelijks gewaarborgd blijft !)

 

 

Advertenties