Standbeeld

(Molussisch verhaal z.j.)

Op het beroemdste kruispunt van de wereld, het ‘Miljoenenplein’, waar het zelfs op stille morgens een heksenketel is, rijst als een rots in de branding, het standbeeld van Nisos op, de wereldberoemde filosoof, die het gelukt was de in de massa opgegane mens op te voeden en uit de massa te rukken, terug naar zijn eigen zelf.

Over de bedoeling van het beeld is men het niet eens. De hartstochtelijk naar boven gestrekte armen – zo beweren de meeste uitleggers –  zijn de armen van iemand die verdrinkt, die op het punt staat door de golven meegesleurd te worden.
Anderen beweren dat de hoek waarin het standbeeld gemonteerd staat misleidend is, want de kunstenaar bedoelde een vliegende figuur; en de uitgestrekte armen maken een zegenend gebaar, daar kon geen twijfel over bestaan.
Toch wel. Want een derde school beweert dat de figuur schuin gemonteerd had moeten worden. Geen sprake van een zegenend gebaar. De figuur stelt Nisos voor hoe hij zich, vertwijfeld over zijn imaginaire inspanningen in de maalstroom van de massa werpt.

Hoe dan ook – Het was de twijfelachtige verdienste van Nisos dat hij de massificering mis verstaan heeft als persoonlijke schuld van de individu. In een tijd, waar men aan niets gebrek had dan aan zondebesef, en waarin hooguit diegene een zondaar was, die in algemene zin nog bepaalde reserves had tegenover de massificatie, maakte deze omkering van de moraal een geweldige, beslist revolutionaire indruk. Daarbij kon echter geen sprake zijn van revolutionaire inzichten of bedoelingen: niets was die machten, die belang hebben bij de massificering van de mens meer welkom dan een theorie die de schuld van de massificering bij het slachtoffer zelf legde. 

Denkmal  (in G. Anders ‘Über Heidegger’  p.393)

(jab: Deze fabel, als je dat zo mag noemen, staat in een bundel waarin Anders allerlei inzichten van Heidegger becommentarieert. Doelt hij hier ook op Heidegger? )

Ik zit nog wel met de betekenis van ‘imaginaire inspanningen’