einde oorlog en verder

Wenn euer Kind im Schlaf aufschreit,
wen ruft es vors Gericht?
Kam Mangel denn und Hungerszeit
von irgendwo herabgeschneit?
Ich hör den Namen nicht.

Und wenn ihr kalt im Finstern hockt,
wem sitzt ihr zu Gericht?
Wer hat den Brei euch eingebrockt,
und wer die Nacht herbeigelockt?
Ich hör den Namen nicht.

Und bleibt euch Bett und Küche leer,
zitiert ihn vors Gericht!
Für wen gabt ihr die Männer her?
Und wer log Ruhm und Wiederkehr?
Den Namen hör ich nicht.

Nur eines hör ich: <Heut ist heut> –
Weh dem der so noch spricht.
Denn heut ist nur die Erntezeit.
Das schwarze Korn,wer hat’s gestreut?
Verschweigt den Sämann nicht! 1945

Je kind schreeuwt in zijn slaap-
wie heeft het wat aangedaan?
Komen gebrek en honger
dan zo maar uit de lucht vallen!
Noem die naam.

Daar zit je in het donker, koud en wel
wiens straf zit je dan uit?
Van wie heb je je dat op de hals gehaald
wie schoof jou die nacht in?
Noem die naam.

Zonder eten en slaap?
Sleur hem voor de rechter!
Wie hebben jullie je mannen geleverd?
Wie beloog jullie van roem en terugkeer?
Noem die naam dan toch.

Ik hoor alleen maar: “Nu is vandaag” –
Vervloekt wie zo praat.
Want vandaag wordt geoogst.
Het zwarte graan; maar wie zaaide het!
Verzwijg de zaaier niet! 1945

Günther Anders, Tagebücher und Gedichte, p 90 Zo’n klemmend gedicht verdient natuurlijk een veel sterkere vertaling dan ik kan leveren! Be my guest.

Dit gedicht opent de rubriek “WIEDERSEHEN UND VERGESSEN” van “Dagboekaantekeningen”. Ondertitel van de rubriek: Rückkehr nach Europa 1950.

Het gedicht zelf stamt uit 1945. Dan zit hij zelf nog in Amerika.
Er is verderop in het boek een rubriek “Krieg” waar meer gedichten uit die tijd te vinden zijn.
Het behandelt een m.i. typische ballingschapsvraag: “Aan wie hebben ze/wij/wie zich/ons uitgeleverd”. Wat was er aan de hand? Welke krachten speelden er? Wie heeft die ‘schuldloze slachtoffers’ op zijn geweten die hij benoemt in zijn dagboekaantekening als hij in Southampton aankomt 1950. “… weil man überall dort zuhause ist, wo schuldlos Opfer gefallen sind”.

Geen bovennatuurlijke veroorzakers: die hoor ik niet, zegt Anders.
Zoals bekend wil hij daar ook niets van weten.

Maar hij hoort ook niemand zo vlak na de oorlog ‘het beest bij de naam noemen’. Men is gewoon tot de orde van de dag overgegaan. We hebben het nergens meer over. En voordat Anders in de verleiding is gekomen daar ook enig begrip voor op te brengen (bv. in het besef dat hij op afstand zit, en het geluk had op tijd te besluiten weg te gaan) roept Anders op om het er WEL over te hebben.
Bij zijn daadwerkelijke terugkeer naar Europa is zijn angst dat het niet tot een dergelijke bezinning zal komen.

Wie heeft dat zwarte zaad gezaaid? Als we het daar werkelijk over hebben, zou het ook kunnen zijn dat we bij onszelf uitkomen. Anders is de kampioen van de eigen verantwoordelijkheid.

Anders heeft heel wat nagedacht over het verwerken van de Nazitijd. Over de aard van het kwaad van die tijd. Zie andere teksten ook. Vooral Wir, Eichmansöhne. En zijn teksten over de Apokalypse-Blindheit.

Advertenties