God zij dank zeggen

Gott sei Dank sagen

Wenns schneit,

du hörst nichts,

keinen Stamm hat der Baum,

vom Aste

das Tropfen,

auch das hörst du kaum,

und schiebst dich

durchs Weiche

und siehst keinen Hang,

und weiszt

in den Knien

du macht’s nicht mehr lang.

Um drei

im Gesicht

ist’s blind nur und kalt,

um sechs

steigst du endlos

noch immer durch Wald,

und im Tal

soll ein Haus sein.

Doch wo ist das Tal –

und vor dir

steht’s strahlend

mit einem Mal,

und fällst

in die Stube

und schlägst auf die Bank

ja, dann

darfst du sagen

Gott sei Dank.

Zeg maar Goddank

Het sneeuwt

je hoort niets,

bomen zonder stam

het druppelt

van een tak

maar jij hoort niks

je sleept je

door die zachtheid

maar ziet geen hand voor ogen

je voelt

aan je botten

dit houd je niet meer vol.

Drie uur ’s middags :

je blinde hoofd

jij koude jij,

tegen zessen:

jij nog steeds

in dat eindeloze bos,

en in het dal

zou een huis moeten zijn.

Maar waar is het dal –

en plotseling

staat het daar

voor je te stralen,

en jij valt

binnen

en klapt op de bank

ja, dan

mag je zeggen:

God zij dank”.

Uit Lobgedichten; te vinden Günther Anders, Tagebücher und Gedichte. Uitg C.H. Beck, München, p 340.

Opmerkingen tekstueel:

  • in strofe 6 en 7 is eerst sprake van stijgen, klimmen, en dan van een dal, waar je dus in af moet dalen. Is mooi, maar heb ik nog niet in een vertaling kunnen belonen.

  • Wat een uitzichtloosheid als je weet van een huis in een dal dat er ergens moet zijn; maar niet alleen dat huis is er niet, maar zelfs dat dal niet. Ou-topia, nergens. –

  • Een eindeloos lange dag: 15.00 uur; 18.00 uur.

  • Opmerkelijk misschien ook, dat het wrange gedicht “Molussische Hofsängerin” dat er in de bundel op volgt, wel twee maal de uitdrukking ‘Gott sei Dank’ heeft. Het zal terloops klinken, maar mij raakt het in de daar gegeven context als cynisch.

  • Ik kan zo niet zeggen van welke datum het gedicht is.

  • De aanleiding of de reden van het gedicht zijn mij onbekend. Het eerste vermoeden is dat je maar niet bij alles en nog wat Goddank moet zeggen. De Duitsers ligt het nog veel meer als stopwoord in de mond bestorven dan bij ons, kun je wel zeggen. Het moet wel ergens op slaan. Je moet het wel verdiend hebben. En dan kiest Anders voor drama, voor het moeizame bereiken van je doel. Je vindt het terwijl er niks te vinden is. Hij kiest niet voor de geweldig mooie dingen die je ook zo maar als verrassing overkomen in je leven. Maar Goddank waar een thuis uit de onvindbaarheid opduikt.

Anders zal niet een toeristisch niemendalletje bedoelen, een wandeling in de kou en dat je uiteindelijk uitgeput thuis komt en je lekker voelt, dat je het uitgeput, dat wel, toch maar gehaald hebt. Zie de reclame ‘Thuis is er Unox!’: die doorgebakken vader die de sneeuw trotseert en thuis komt met de kerstboom, en dan wacht er boerenkool met worst op hem en een gezin dat netjes op hem gewacht heeft.

Anders is er de man niet naar om aan dergelijke onschuldige thema’s woorden te verspillen. Het gaat hem veel meer om het leven als een kwestie van insneeuwen, barre tijden meemaken. Dan niet de beeldspraak van het wordt ook weer lente. Maar de eindeloze witheid van sneeuw en kou waar je niet meer tegenop kunt. De kou bevriest je botten, zelfs je gezicht. Dan maak je het niet lang meer.

Heel vaak hangen bij Anders de moeite en zwaarte van het leven samen met het kwaad van de Soha of de Atoomdood en het onvermogen van de mens om werkelijk goede dingen te doen. Dat is hier niet duidelijk hoorbaar.
Heel vaak is Anders met maatschappij in het groot bezig. Nu is het een gedicht van de individu,- hoe die aan het leven lijdt. En er ternauwernood in slaagt een soort bestemming te bereiken. Is het te ver gezocht dat hij die bestemming geen thuis noemt; geen Heimat. Ook geen hemel. Laat staan die van jou. Maar een huis; van wie dan wel? Is het een tussendoortje?

Allicht dat je je afvraagt of het autobiografisch is.
Anders roet vaak genoeg dat hij een nihilist is. Heeft niks met God of religie. Hij zal zelf de uitdrukking ‘Gott sei Dank’ niet een mooie diepe lading geven.
Maar wie heeft hij dan op het oog? Is hij een belerende fatsoensrakker?

Advertenties