Geweld Ja of Neen, voorwoord

Voorwoord bij een Nederlandse vertaling van “Gewalt Ja oder Nein” van Günther Anders

In 1987 heeft Manfred Bissinger  een gesprek met Günther Anders voor het tijdschrift Natur. (Zie voor een werkvertaling van mijn hand hier) Daarin doet Anders een aantal uitspraken, die heftige discussie oproepen. Nog in datzelfde jaar verschijnt er een boek met daarin het gesprek, de reacties van derden erop en daar weer een reactie op, waarin Anders probeert tot een zekere toespitsing te komen. Gevolgd door een tweede ronde van reacties en een toespitsing van Anders.

Korte weergave van het gesprek: onder de titel: Over ‘noodtoestand en verzet/zelfverdediging’.

Bissinger zet in bij de vraag of het Anders verbaasd heeft dat men na het ontzettende ongeluk met de kerncentrale van Tschernobyl al zo gauw weer overgegaan is tot de orde van de dag. Had je niet een veel grotere schok mogen verwachten?

Anders geeft daar geen rechtstreeks antwoord op, maar ziet het als ‘onze taak’  – even in het midden gelaten wie dat exact zijn – deze schok als ‘eeuwig’ te oormerken. “Als er op een enkele plek als Tschernobyl een ongeluk gebeurt, dan kan dat ongeval overal opduiken; het kan alle plekken op aarde bereiken. Het wordt in zekere mate een ‘pest’”.

Het is onbegrijpelijk, gaat hij voort, dat  zelfs de intelligente mensen niet op drastische wijziging van de huidige politiek staan. Men excuseert zich daarbij wel met een soort heilig respect voor de grenzen van staten, maar iedereen weet dat “atoomstraling zich er geen bal van aantrekt of het een gebied van China of Europa of Sowjet-Rusland besmet. Het dringt niet tot hun hersens door dat fysica en techniek hier staatsrechtelijke categorieën kunnen verwoesten”.

Dan lanceert Anders zijn stelling dat  je met geweldloosheid niets meer kunt bereiken. We moeten ons realiseren, dat de ‘atoomstaat’ in feite de noodtoestand heeft uitgeroepen. Zij tolereert een handelwijze die de verwoesting van de mensheid in kan houden. Er zijn geen mensen die daar bewust op aan sturen, maar de noodtoestand bestaat daarin dat er leidinggevenden zijn die bewust dat risico nemen. Die overtuig je niet van hun ongelijk, die houdt je niet meer af van hun heilloze weg met “aardige mensen die bosjes vergeet-mij-nietjes aan politiemensen overhandigen, die ze niet eens aan kunnen pakken omdat ze immers hun slagwapens in de hand hebben…. Net zo ontoereikend, neen zinloos, is het te vasten voor de atomaire vrede. Dat heeft alleen gevolg voor degenen die vasten, namelijk honger; en misschien het goede geweten, dat je iets ‘gedaan’ hebt. Reagan en de atoom-lobby bekreunen zich er helemaal niet om of wij een broodje ham meer of minder eten”

Vervolgens geeft Anders de pacifisten nog een keiharde stoot onder de gordel: “Theater en geweldloosheid zijn nauw aan elkaar verwant.”

Daar heb je de kern van het gesprek: Pleit  Anders voor geweld? Het springende punt daarbij is dat Anders de gewelddadigheid eerst vast stelt bij de erkende overheden. “Wij die niet anders op het oog hebben dan de omverwerping uiteindelijk van alle geweld – wij krijgen voor de voeten geworpen dat wij er ook maar over durven denken om geweld te gebruiken, al mikken wij als we het al overwegen alleen maar op een toestand van geweldloosheid, dus op die toestand die Kant ‘eeuwige vrede’ heeft genoemd. Zo veel staat vast: we mogen van geweld nooit een doel maken. Maar geweld moet wel onze  methode wezen, dat is niet te bestrijden. Omdat namelijk met behulp daarvan geweldloosheid door zal zetten en alleen met behulp daarvan kan doorzetten.”

Hij wijst er ook sarcastisch op, dat de massale demonstraties die wel worden gehouden, de mensen (“met worstjes en gitaarmuziek”) in slaap sussen met de suggestie dat je met zo velen echt iets te vertellen hebt. Maar dan vergeten we dat we met de ‘atoomstaat’ in feite de totalitaire staat hebben in het leven geroepen. Kijk naar de veiligheidsdiensten die vereist zijn. En naar de rechtvaardiging van: dat kan nu eenmaal niet anders!

Hij ziet het als pure onvrijheid. En sneert naar de Duitsers die zo onvrij zijn als het maar kan, omdat ze geen enkele zeggenschap hebben over de atoomwapens die op hun grondgebied gelegerd zijn door de Amerikanen. Hij ziet dat nog als een regelrechte staat van bezetting. Hij trekt de lijn zelfs door met zijn visie dat er ‘ na de zege van de massamedia geen democratie meer bestaat’. “Vetgemeste ganzen ‘consumeren’ niet – en tv-kijken is een soort vetgemest worden. Of niet soms?”, zegt Anders boosaardig.

Hij wil daar graag nog even op door, getuige de uitspraak: “De uitdrukking de mens is ‘mondig’ is tegenwoordig fout want geen mens die voor de radio of de tv zit, en afhankelijk ervan is, doet zijn mond open. Wij zijn ‘oog-ige’ en ‘oor-ige’ en niet ‘mond-ige’ wezens. Tegelijk met de massamedia is ook de ‘massa-kluizenaar’ uitgevonden.”

Het interview eindigt met wat wel ervaren kan worden als de afknapper van de 20e eeuw. Bissinger vraagt naar Anders commentaar ‘op de stelling dat je de mensen hun hoop niet mag ontnemen?’ Waarop Anders met zijn kopschoten-zijn-mij-het-liefste-stijl stelt: “Ik denk dat hoop slechts een ander woord is voor lafheid. Wat is nou hoop?! Is dat het geloof dat het beter zal worden? Of de wil dat het beter moet worden? Nog niemand heeft het begrip hoop geanalyseerd. Ook Bloch niet. Neen, hoop moet je niet geven, hoop moet je verhinderen. Want door hoop gaat men niet ageren. Ieder die hoopt laat (echt)  verbeteren aan een andere instantie over. Ja, dat het beter weer wordt, dat mag ik misschien hopen. Het weer wordt daardoor weliswaar niet beter; maar ook niet slechter. Maar in een situatie waarin het er slechts om gaat zelf iets te doen is hoop slechts een woord om af te zien van eigen actie”.

 

Advertenties