Günther Anders en Dietrich Bonhoeffer over Hitler

GA en DB komen breder ter sprake
in een Engels artikel op mijn site.

Zowel Anders als Bonhoeffer hebben met Hitler en zijn rijk te maken gehad. En ze waren tegen. Volledig. Daarover bestond bij hen geen enkele twijfel.

Anders is van Joodse afkomst en wijkt uit voor Hitler, eerst naar Parijs en later naar de Verenigde Staten. Hij zal ooit bekennen dat hij slechts van één ding berouw heeft in zijn lange leven. Namelijk dat hij destijds in 1928 Hitler niet omgebracht heeft. Hij noemt zich daar te laf voor. Anders zag toen al duidelijk dat Hitler de moord op miljoenen zou ontketenen.1 Hij wijkt uit in de ballingschap. Om in woord en geschrift het Monster van het Derde Rijk te bestrijden.

Bonhoeffer is als een van de eersten monddood gemaakt door het regiem van Hitler. Bonhoeffer houdt op 1 februari 1933 een rede voor de radio over het gevaarlijke van het Führerschap van Hitler; het gevaar dat het afgodisch zal blijken te zijn. Voor het slot van zijn rede wordt de microfoon al uitgeschakeld, vertelt Bethge.2 Hij krijgt op 4 September 1940 een spreekverbod voor het gehele rijk.3 Al vrij vroeg is het hem duidelijk dat er geen vergelijk met Hitler mag zijn, en dat het er alleen maar op aan komt Hitler uit te schakelen, en pas daarna een vrede te regelen.4

Als hij betrokken raakt bij een groep die daadwerkelijk bezig is een aanslag op Hitler voor te bereiden wordt Bonhoeffer gevangen gezet en op 9 april 1945 opgehangen in KZ Flossenbürg.

Anders’ motieven tegen Hitler

Anders

Gunther Anders

 

Günther Anders heeft veel langer dan Bonhoeffer de tijd gehad om Het Monster te analyseren. Anders heeft ook de ontkenning van het monstrueuze die hij overal aantrof na de bevrijding Mei 1945 fel gehekeld. Zeker in de beide Duitslanden en Oostenrijk. Het meest uitvoerig doet hij daar verslag van in het boekje “Wir Eichmansöhne, offener Brief an Klaus Eichmann”.  Hij wil het met zoon Klaus van de beruchte Adolf, en de hele naoorlogse samenleving hebben over de wortels van het Rijk van Hitler. Deze wortels zijn niet doodgegaan met de ineenstorting van dat rijk, is zijn overtuiging. ‘Het Monster’ heeft dezelfde wortels als de ‘atoomstaat’ die wij zijn. Hij schrijft over het kwaad van Hitler o.a. “de idee van een industriële liquidering van mensenmassa’s of beter de idee van een systematische productie van lijken zoals Hitler en uw vader realiseerden” p. 39. Hij noemt twee wortels. De eerste is dat onze wereld ‘niet meer van ons’ is. Wij mogen mee-doen, zijn geen subject meer van de geschiedenis. Bepalend is dat het technisch bestaan door gaat. Het hart daarvan is dat er eindeloos dingen gemaakt worden, die vervangen moeten worden. Ons voorstellingsvermogen blijft vervolgens achter bij de producten die we kunnen maken. Wij zien niet meer van meet af welke monsters we kunnen ontketenen; en daardoor hebben we geen rem meer om ze te maken. Daarom kon Hitler volkomen legaal aan de macht komen.

De tweede wortel ziet Anders in nauwe samenhang met de eerste. “We kunnen de effecten van ons doen en laten niet voorstellen als onze resultaten, als die effecten te groot zijn. Maar dat niet alleen. Het is ook een kwestie van indirectheid die in onze arbeidsdeling en de processen van ons handelen zit”.5 Met het verschuiven van het subject zijn van de geschiedenis verschuift ook de mogelijkheid om je verantwoordelijk te weten. Dat is fundamenteel in het fascisme.

Om deze twee redenen kunnen we geen verantwoordelijkheid nemen voor het resultaat van onze daden. Dit komt uitgebreid terug bij de beide volgende thema’s.

Bonhoeffers motieven tegen Hitler

bonhoefferBonhoeffer was geen Jood, maar kende al vrij snel in de naaste omgeving Joden die door de Ariërwetten in het nauw gedreven werden. Bonhoeffer is dan betrokken bij de kerkstrijd tegen Hitler en met de Duitse Christenen. Bonhoeffer kiest er bewust voor om de verschrikkingen van de jaren dertig en de wereldoorlog in Duitsland zelf mee te maken, hoewel hij mogelijkheden had om in het buitenland een goed heenkomen te zoeken.

Voor de positie van Bonhoeffer jegens Hitler en de deelname aan de aanslag op Hitler beperk ik me tot wat Bethge in de Biografie erover vast legt6. (de gevangenisbrieven laten zich er natuurlijk niet over uit omdat ze aan censuur onderworpen waren)

Direct na de machtsovername door Hitler in 1933 stelt Bonhoeffer al dat de Führer goddelijke ambities vertoont en daarom in de kerk volstrekt afgewezen moet worden. De Ariërwetten brengen Bonhoeffer ertoe te stellen dat je niet meer kunt horen bij een kerk, die Joden uitsluit. Hij denkt in dit verband ook, dat individuele christenen de staat zouden moeten kunnen aanklagen wegens misdrijf tegen de moraal. Maar voor de kerk als instituut zou daar eerst ‘een evangelisch concilie voor bij elkaar moeten komen’. Zo denkt hij nog in 1933.

Bonhoeffer denkt dat je de keus tegen de anti-joodse maatregelen van de regering niet maar als eigenmachtige mens aan de hand van jouw persoonlijke redenen of geweten kunt nemen. Maar die keus mag je in feite ook niet ‘nemen’, die krijg je aangereikt vanuit de voleinding in Christus die een radicale kritiek op de werkelijkheid inhoudt. (niet in het geweten want dat heeft geen eigen gezag.) Jezus Christus is voor Bonhoeffer de voltooiing van het mens-zijn, en daarom ook de uitdaging tot waarachtige humaniteit.

Opgemerkt werd al, dat Bonhoeffer veel langer dan Anders positief dacht over oorlog en vechten voor je vaderland.7 Bijdragen aan een moordaanslag op Hitler kregen later iets van de gedachte van plaatsvervanging, plaatsvervangend handelen voor het volk.8 Geweld als zodanig rechtvaardigen, er in geloven, zit er bij Bonhoeffer uiteindelijk niet in.

Dat brengt Bonhoeffer wel heel dicht bij Anders. Misschien is de houding van Bonhoeffer wel het antwoord op het wantrouwen dat men tegen de ‘Religies der liefde’ mag hebben. Anders brengt dat in.9 Want bijvoorbeeld de Kerken konden geweldloosheid prediken aan de machtelozen, omdat ze in een systeem zaten dat uiteindelijk altijd op geweld kon terug vallen. Anders noemt dat dreigen met geweldloosheid door de machthebbers. Maar als je je geweldloosheid niet meer veroorloven kunt, zoals wij vandaag de dag, vanwege de noodtoestand waarin de machtigen je gebracht hebben, houd je toch niets anders over dan naar gewelddadige middelen te grijpen; je moet toch de mensheid van de ondergang redden, vraagt Anders uitdagend.

Anders kent geen pure sluitende theorie van geweldloosheid of gerechtvaardigd geweld. Bij Anders is alles bepaald door de noodtoestand waarin gehandeld moet worden. Nadat het fout is gegaan is er geen herkansing.

Toch lijkt me dat er wel een belangrijk verschil is tussen Anders en Bonhoeffer. De laatste wekt op zijn minst de indruk dat de beslissing om tot geweld over te gaan heel erg afhangt van de (gelovige) individu; die er eigenlijk niet eens zo zeer zelf voor kiest, maar het aangereikt krijgt. Dat kan niemand voor een ander beslissen. Terwijl Anders het gebruik van geweld toch meer benaderd vanuit de noodtoestand waarin de mensheid gebracht is. En daarin toch een zekere rechtvaardiging lijkt te kennen. Het is nog net geen oproep tot moord!

Als ik het goed zie is dat nog steeds het mankement van de kerken, dat ze westers individualistisch denken, en zich de noodtoestand van de mensheid als geheel niet volledig eigen maken. Het zal ongetwijfeld een brandend thema worden als de mogelijkheden om met genetische technieken de mensheid onklaar te maken zich verder realiseren. Dan zullen de kerken geneigd zijn te congresseren over het geweten van de individuele wetenschapper. En de noodtoestand waarin de mensheid verkeert wordt dan weer tweederangs verklaard of zelfs irrelevant.

Aantekeningen in voetnoten:

1KET p. 223 e.v. Hij zou er ook voor zijn om een politicus te doden, die de wereldvernietigende atoombom zou gooien. Want er is geen dogma of wat dan ook dat het gooien daarvan rechtvaardigt.

2Bethge, DB p. 279/280

3Bethge, DB p. 731. Als de nazi-censor beter opgelet had, zou hij het manuscript van Anders’ roman ‘De Catacombe van Molussië’ herkend hebben als fel protest tegen de nazi propagandamachinerie en zou het ongetwijfeld vernietigd zijn.

4Bethge, DB p. 699. Bonhoeffer gebruikt de beeldspraak dat je niet slechts de ‘slachtoffers die onder de wielen raken moet bijstaan, maar ook een spaak in het wiel moet steken om de kar onklaar te maken’.

5WES p 48

6Bethge DB vooral Hoofdstuk 7.

7Bonhoeffer had in zijn vroege jaren het pacifisme nog vurig bestreden! Daarbij stelt hij zich vooral op aan de kant van de slachtoffers; dat blijft hij ook doen. Zie Harry Zeldenrust in een voordracht voor het Bonhoeffer Werkgezelschap Nederland. http://www.dbonhoeffer.eu/bonhoeffer%20over%20oorlog%20en%20vrede.html

8Ik ontleen hier een en ander aan een artikel van Harry Zeldenrust, getiteld “Dietrich Bonhoeffer: bron van inspiratie voor vrede” in Paul van Dijk e.a. (red.) (1999)

9Anders GJON p. 107