Philosophische Stenogramme, een toelichting.

(Poging tot werkvertaling van stukken verderop ).

Anders

Gunther Anders

Günther Anders noemt zich wel ‘Gelegenheitsphilosoph’. In zijn voorwoord bij dit boekje uit 1965 omschrijft hij dat als ‘filosoferen bij de open deur’: dan kun je meteen naar buiten rennen en je handen vies maken.
Hij heeft nooit een leerstoel filosofie bezet. Hij was daar ook te druk voor: met dagelijkse actie te voeren tegen het monster van het atoomgevaar. Systematische filosofie staat hem in zo verre ook tegen, dat daar volgens de gebruikelijke standaards gedacht en gewerkt wordt vanuit de broodnodige ‘afstand’. Op p. 111 zet hij daar tegenover dat die hoog geroemde wetenschappelijke afstand slechts een smoes is om zich politiek niet te hoeven inzetten. Anders juist wel. En al helemaal is het Anders’ diepste behoefte niet om zich als filosofen onder elkaar over diepzinnigheden te uiten. (p 121 e.v.) Hij wil als filosoof alleen maar steeds meer inzoomen op de ‘niet vanzelfsprekendheid’ van de werkelijkheid. De filosoof is niet in staat het woordje ‘selbstverständlich’ te vatten. Als Jood moet je dat makkelijk vallen, vindt hij. Omdat je toch al nergens vanzelfsprekend bij hoort. Je bent zout, nooit brood (p124) “Du moment dat we besloten brood te zijn, ipv zout, hebben we de kansen die ons nadeel bood verspeeld. Ik ben bang dat Israël zonder filosofen zal blijven.”

In het voorwoord voor het onderhavige boekje legt hij op zijn omstandige manier uit, dat hij in die tijd van het grote actievoeren wel aantekeningen maakte. Bij van alles en nog wat. Kort tot zeer kort. Daarmee fopte hij zich zelf ook : want met die aantekeningen had hij tenminste een kans dat het later allemaal mooi om te bouwen zou zijn tot een filosofisch standaardwerk. Maar of er wel een leven zonder het actie-voeren in zit…. Hij vermeldt bovendien elders dat zijn slechte gezondheid hem vaak verhinderde ook maar iets (van een stevige verhandeling) te schrijven.

De achterflap zoekt de bedoeling ervan in het wakker schudden van de gewetens van ons, de tijdgenoten. Hij toont zich in elk geval hier vaak als een meester van de korte, zeer korte formulering. Het hangt natuurlijk samen met het journalistieke metier dat Anders buitengewoon vaardig beheerste. Dat gevoegd bij talloze optredens en lezingen voor de meest uiteenlopende soorten publiek. Veel onderweg zijn; dan valt je van alles in. Anders heeft blijkbaar die snelle geest die overal wel wat in ziet; overal wel wat over wil zeggen. Overal eigenlijk wel een kritische bemerking bij heeft. Dat wordt dan zo snel neergezet, dat de lezer achterblijft met iets van : “Ja, daar zou je dan meer van moeten zeggen.” En in veel gevallen doet Anders dat ook. Over vrijwel alles kun je verder lezen in zijn grotere werken, als die eindelijk gepubliceerd zijn.

Waarom dit boekje (nog) de moeite van het lezen (en vertalen?) waard zou zijn.
Het is soms verrassend actueel. We schrijven bij het verschijnen 1965! Dan heeft hij het al over de vermaaksindustrie van de TV. (p.80) En over de dramatische aanslagen die sommige enkelingen plegen. Hij acht die veel minder misdadig dan de gehele oorlogscultuur waaraan duizenden opgeofferd worden. De ontzetting over ‘lonely wolves’ en hun slachtoffers is niet voor niets ook weer voedsel waar de media-industrie nieuwe oorlogsfilms e.d. van maakt. Anders is heel consequent in het doorprikken van alles en nog wat. Hij heeft een talent voor de dubbele moraal, voor alles wat schijnheilig is. Zeker in politiek en kerk.

Het boekje wekt de indruk dat Anders nooit uitgedacht is. Of wel de zaken van leven en geloven en handelen zijn zo intens, dat je het met woorden niet uitput. Je kunt er ook dikke boeken over schrijven en lange artikelen, maar dan nog zijn er resten, die hij ook wil voorleggen. Het zijn idem zo veel uitnodigingen om toch door te blijven denken. Scherp te blijven. Het zijn dan hier en daar bepaald sarcastische teksten, maar het zijn allemaal uitroeptekens tegen het cynisme. Hij schrikt je op, voordat je onverschillig wordt over alles. De echte zinloosheid als houding, een puur nihilisme stuit hem toch altijd weer tegen de borst.

Zo ongeveer midden in het boekje (p. 83/4) werd de betekenis van Anders’ boekje me extra duidelijk. Anders is een profeet. Hij is tot op de literaire vorm toe verwant aan de O.T.-ische profeten. Korte stukjes manende tekst. Met visie. Vlijmscherp, zonder aanzien des persoons. Dat zijn we waard omdat we zo zwaar zelf verantwoordelijk zijn voor de scheefheid die ons doen en laten veroorzaakt. Het staat er zo verstopt tussen zinnetjes over de eerste motor-homes die in de mode komen. “Das Zeitalter der Seszhaftigkeit ist vorüber”. We zullen zo mobiel worden, dat het geen enkele zin meer zal hebben iemand te vragen: “Waar kom je vandaan”. “Zoals het geen zin heeft aan een druppel in de oceaan te vragen op welke plek in het water hij ‘eigenlijk’ thuis hoort.” “Het zijnsbewijs voor onze kleinkinderen zal zijn: ‘Ik ben in beweging, dus ben ik’.” Dat is zeker profetisch gebleken.
Als man van vele stijlmiddelen legt hij dat ook neer in het gedicht  ode aan de ontrouwen.

Bij het plan om ons atoomafval op te bergen in / af te schieten naar het heelal, vormt Anders de term ‘secularisering van de hemel’. (p 93)
Ook met het andere grote thema dat we nog zullen tegen komen, de Eindtijd, is hij profetisch bezig. Versta hem al vast niet verkeerd als doemdenker. Zo is hij veelal weggezet. Hij is er alleen op uit ons mede-verantwoordelijk te maken. Dat kon wel eens de psychologische verklaring zijn voor het feit dat Anders wel een tijdje gevlamd heeft, maar niet echt ‘school’ gemaakt heeft: we laten het toe dat de hele maatschappij zich zo ontwikkelt dat we ons juist NIET verantwoordelijk voor onze daden hoeven te weten. “Kan ik er wat aan doen?!”

Advertenties