Waarom Günther Anders lezen en bestuderen?

Kleine Günther Anders Studie voor Nederland (I.)

Weinig wetenschappers hebben Günther Anders nog ‘in hun pakket’. Andere gewone mensen ook niet. Kan hun nieuwsgierigheid (en die van anderen) gewekt worden voor deze Duitse filosoof uit de twintigste eeuw. In Oostenrijk en Duitsland zie je wel een zekere herleving van de belangstelling voor Günther Anders. En na de ramp met de atoomcentrale in Japan dook zijn naam meteen op in enkele journalistieke producten.

Gunther Anders

Gunther Anders

Nog niet zo heel lang geleden verscheen een Nederlandse vertaling van de enige roman die Anders schreef: “De Catacombe van Molussië”. Maar dat had volgens de uitgever niet te maken met de idee van een Anders-revival.1 En was ook niet een geweldige klapper geworden. Maar niemand kon eigenlijk aangeven waar Anders nu eigenlijk de boot had gemist.2 Waarom heeft hij een tijd lang internationaal wel aandacht getrokken maar is hij toch niet serieus gevolgd? Vrijwel alle thema’s van bijvoorbeeld het in kerkelijke kringen bekende “Conciliair Proces” behandelde hij. Hij kan geacht worden een bondgenoot te zijn van mensen als Bonhoeffer, Sölle; Moltmann noemt hem een keer met instemming. Maar A. Th. van Leeuwen bijvoorbeeld weer niet, terwijl Anders al wel zeer indringende dingen had geschreven over seculier en mondig zijn. Hij zou een heel eind komen met het Wereldraad van Kerken Concept “De verantwoordelijke samenleving”. Hij was een man die ontzettend veel energie stak in de anti-atoom(wapen)beweging om maar wat te noemen.
De hele discussie over de holocaust lag hem na aan het hart, maar je moet constateren dat hij in de film over (zijn eerste echtgenote) Hannah Arendt,Anders Arendt die het proces tegen Eichmann verslaat niet eens genoemd wordt. Ondanks zijn intense boekje ‘Wir, Eichmannsöhne’ uitgegeven in 1964.  Maar we zien hem nooit uitgenodigd worden bij enige expertmeeting van de Wereldraad van Kerken. Ook bij een organisatie als DISK komt hij niet bekend voor.

Misschien dat Anders op de achtergrond geraakt is, omdat onze agenda’s zo vol staan met anti- en anders-globalisering. Maar globalisering en de techno-filosofie van Anders kloppen juist erg op elkaar. Globalisering staat immers onder het voorteken van de kans op destructie door eigen hand. Wat de globalisering ook aan nieuwe verschijnselen oproept, – het blijft nog steeds ‘Endzeit’, zoals Anders niet moe wordt te betogen. Wanneer men dat niet ziet, moet op een gegeven moment ook elke vernieuwingsbeweging vast lopen.
Het is uitermate link om zelfs maar de indruk te wekken, dat we nu wel belangrijker dingen aan ons hoofd hebben dan de onderwerpen die Anders zo hoog hebben gezeten gedurende zijn lange leven. We hebben officieel geregeld dat er een paar landen zijn die vernietigingskracht par excellence mogen hebben. Maar die zich niet aan laten wrijven dat zij dus de ‘schurkenstaten’ zijn, en niet die andere die ze ook willen hebben. De ‘haves’ claimen dat zij er verantwoord mee om kunnen gaan en dat daarom schurkenstaten dat spul niet in handen moeten krijgen. Maar Anders heeft aangetoond dat het verschil tussen verantwoorde verdediging met atoomwapens en schurkengebruik ervan niet bestaat, want het resultaat is in beide gevallen de uitroeiing van de mensheid. Daarna kunnen we het nergens meer over hebben, want de mens is nergens meer.
Als we nu zouden denken dat de thematiek van spanning tussen christelijke en moslimwereld alle aandacht opeisen moet, misleiden we ons zelf ook. Want daarmee is ook Anders’ ‘Apocalyps’ niet achterhaald, om het belangrijkste maar te noemen. Als we niet alles inzetten op het voorkomen van de beëindiging van de tijd, valt er niet meer te praten over verlichte moslims of fundamentalistische christenen.

Hoe dan ook, Anders’ erfenis is een beetje zoek. Maar nu, twintig jaar na zijn dood kunnen we nog best zijn erfgenamen worden. Het zou ons goed doen. Met name in de vredesbeweging. Anders heeft het over het ultieme geweld jegens de mens. Uitroeiing, door atoomwapens.

Atoombom op Nagasaki

Atoombom op Nagasaki

Geweldloos protest tegen de veroorzakers van de ‘atoomstaat’ en zijn geweld leveren volgens Anders niet het gewenste resultaat op. Met een echt antwoord moet de vredesbeweging nog komen. Dat antwoord wordt als maar dringender nodig. Of dat meekomt uit de ‘leer van de Rechtvaardige Vrede’ waar de Wereldraad van Kerken aan werkt3, moet nauwlettend in de gaten gehouden worden.

Twintig jaar na Anders’ dood

Goed twintig jaar na de dood van Anders (1992). Heeft Nederland zo veel misgelopen, nu Günther Anders hier de markt niet veroverd heeft? In de jaren dat we bezig waren met de verwerking van de Shoah, of toen we probeerden de relaties met Duitsland weer op te bouwen, hadden zijn gedichten bepaald wel een verdienstelijke bijdrage kunnen leveren, vooral als een zanger ze op het repertoire had gezet. Anders heeft jarenlang in de sfeer van Brecht verkeerd, om maar een aanwijzing te geven.
Moet Anders niet een wezenlijk onderdeel uit gaan maken van het curriculum van theologen, filosofen en van de technische universiteiten in Nederland.4 Vanwege al zijn studies over wat de techniek met mensen doet nu en in de toekomst. Is een aardig artikeltje over Günther Anders in Wikipedia niet voldoende?
Neen, want de problematiek waar Anders op ingaat is nog steeds aan de orde. De ernstige dingen die Anders opsomt zijn nog erger geworden, (maar iedereen heeft heel andere agenda’s in wetenschap en politiek en kerk).

Anders heeft in de verte al geweten van de ontwikkeling van informatie-technologie en het integreren van allerlei takken van de modernste wetenschap en toptechnologie. Hij mag ook gerekend worden tot de media-filosofen van het eerste uur. En ze zijn al weer 50 jaar verder, en doen alsof ‘het Monster’ dood is gegaan bij het gooien van de atoombom op Hiroshima. Al weer hebben we 50 jaar verdaan zonder wezenlijk iets te regelen tegen de mogelijkheid om leven en aarde te vernietigen.
Anders is een correctie op de hoofdstroom van de huidige aanpak van de wereldproblemen integraal.

Op zoek naar de actualiteit van Anders.

Iemand die nog wel zoekt naar de actualiteit van Anders is Konrad P. Liessmann5. Hij wijst erop dat Günther Anders zelf al leefde met het besef ‘Unzeitgemäsz’ te zijn. “Wer zu früh kommt, kommt auch nicht zur rechten Zeit”. Hij moet daar zelf ook onder geleden hebben, aldus Liessmann, die opmerkt dat je dan mag denken dat Anders’ tijd dan nu wel zo’n beetje aanbreekt.
Liessmann weet dat vooral Anders’ apocalyptisch ‘profetisch’ optreden niet aangeslagen is. Maar dat verklaart volgens Liessmann toch de slechte ontvangst van Anders niet. De kwestie tussen Anders en onze tijd is veel meer, dat wij zijn analyses wel delen, maar volstrekt emotieloos. We worden er niet meer bang van. We delen zijn huiver niet; we verwachten van alles juist in termen van vooruitgang door de techniek. Niet in de laatste plaats van de communicatietechniek en de gentechniek. Liessmann verwijst naar een Bill Joy die men ook niet echt wil volgen in zijn bezorgdheid dat de mens bezig is zichzelf af te schaffen. Dat geldt twintig jaar na de dood van Anders alleen maar nog meer dan tijdens zijn leven. Het veroorzaakt geen schok meer. De ongebreideld positieve inzichten van Ray Kurzweil staan tegenwoordig veel hoger genoteerd. We denken tegenwoordig dat de problemen van de techniek ook wel door techniek op te lossen zijn. (Liessmann 188)
Ik stel verder vast dat de de rol van Anders in de Vredesbeweging nog weinig onderzocht is. Hij zelf slaat de periode van zijn leven, waarin hij zich uitsloofde voor de vredesbeweging – met name de varianten anti-atoombeweging en anti-Vietnamoorlog – echter heel hoog aan. Daarvoor moest het uitbrengen van filosofisch werk maar wachten. Zelfs een man als Paul van Dijk die een vooraanstaand lid van de pacifistische vereniging Kerk en Vrede was, heeft bij mijn weten de vredesactivist Anders nooit diepgaand belicht.

Anders voer voor Theologen.

Als theologen denken een reden te hebben om Anders niet te lezen, bijvoorbeeld omdat hij zo notoir anti-geloven was, bij het hatelijke en onbeschofte af, dan worden theologen van harte uitgenodigd daar maar door heen te prikken ter wille van de zaak. Günther Anders is dan wel geen theoloog, maar door zijn kritische kijk op bepaalde kanten van de bedreigde wereld van de mens van de toekomst is hij van het grootse belang voor de theologie, c.q. kerk en gelovigen.
Hij is ronduit een uitdaging aan de kerk om met een hernieuwde visie op ‘Endzeit’ te komen. Hoe verhoudt de ‘eindtijd in eigen hand’ van Anders zich tot de aloude kerkelijke eschatologie.
Er hoort dus een theologische pendant te komen van het werk van Paul van Dijk, die een filosofische bespreking geleverd heeft.
Günther Anders is overigens ook zo aan het hakken op geloof en religie dat hij alleen al daarom verdient behoorlijk beluisterd te worden vanuit de theologie. Hij wil zelf een volstrekt seculiere positie innemen. Maar als je als gelovige niet in de spiegel kijkt die hij voorhoudt, konden heel belangrijke dingen wel eens onderbelicht blijven. Die dienst bewijst hij uiteindelijk de kerk wel; zijns ondanks mag je wel zeggen. Anders wil zelf ook niets liever dan ‘bestreden worden, als hij maar niet doodgezwegen wordt’.

Verder dan Anders

Nogmaals het gaat niet aan het werk van Anders zo maar te herdrukken. Het verdient ook een paar aanvullingen. Ik wees daar al op: Anders heeft te weinig bezig kunnen zijn met de grote vorderingen die gentechnologie, kunstmatige intelligentie, kortom mensverbetering inmiddels hebben geboekt. Daar moet wel dieper op in worden gegaan, dan Anders deed. Maar het hangt allemaal ten nauwste samen met de techno-staat waar Anders zo mee bezig was. De mens is ingehaald door zijn perfecte producten is de stelling van Anders. Dat geldt in het bijzonder als hij vervangen wordt door een nieuwe hominide die ook een eigen product is van de huidige mens.
Dus de urgentie van die problematiek maakt dat Anders zo actueel is.

Anders is geen infotainment.

Je moet een sterke maag hebben bij het lezen van het werk van Anders! Zijn waarnemingen en beschrijvingen gaan nergens voor opzij. Zijn werk is onverbloemde, soms vertwijfelde propaganda. Hij zegt geen mooie en aardige dingen vanuit een veilig consumentendom. Hij is een ras moralist. Er valt een geweldig kwaad te keren. Hij heeft een missie. Dan van tweeën een:

  • Of we stellen vast dat het kwaad wat Anders op het oog heeft al goed en bekwaam verwerkt is in realistisch beleid wereldwijd.
  • Of er moeten andere concepten en maatregelen komen om de mensheid tegen vernietiging of vervanging te beveiligen. Dan is Anders nog relevant; of weer relevant.

 Günther Anders…? Wie?

De gemiddelde Nederlander kent Günther Anders niet. En dan heette hij eigenlijk ook nog Günther Siegmund Stern. Zijn alias heeft hij aangenomen in de tijd van veel journalistieke publicaties. Nederland heeft hem enigszins leren kennen op 4 Mei 1979. Althans toen is een documentaire uitgezonden van de hand van Lou Brouwers, getiteld De angst is op, Günther Anders en de bom.6 Er komt een kwetsbaar mens in beeld in een sobere studeerkamer. Hij heeft net een periode achter de rug, waar zijn lichaam hem vrijwel alle activiteit verhinderde. Hij is bezig met leven na de Tweede Wereldoorlog; na de gruwelen die we allemaal kennen: die van Auschwitz, die van Hiroshima, die van Vietnam; de gruwelen die er nog aan zitten te komen in de gestalte van wat hij noemt de ‘atoomstaat’, maar die we niet willen zien. Noteer maar vast zijn term ‘Apocalypse-Blindheit’. Een vriendelijke, nadrukkelijk pratende mens. Aan het slot van de documentaire krijgt hij een cadeautje van de interviewer. Een ingepakt boek met de omineuze titel: ‘Der Dritte Weltkrieg’7; touwtje eromheen waar de misvormde handen geen greep op krijgen. Schaar gepakt. Worstelen met de verpakking. Het lijkt me een beeldspraak voor zijn analyses. Hij zal zijn leven lang worstelen met zijn tijd. Voor hem is het de ‘tijd-dat-de-derde-wereldoorlog-al-gaande-is. Hij is bezig de ‘untold story’ zoals de titel van een vervolg op dit boek zal heten al vast open te leggen.
Maar Günther Anders blijft onbekend, ook na deze uitzending. Hij is gewoon een naam gebleven van iemand die tegen de oorlog in Vietnam was. Dat geeft inderdaad te denken op een avond als 4 Mei8. Misschien is ook dat wel typerend voor Anders: de meeste kijkers zullen op het andere net gezeten hebben, – natuurlijk zou je bijna zeggen.
De mensheid als geheel heeft de boodschap van Anders niet opgepakt die er kort en goed op neer komt : de mensheid is uitroeibaar. Er is en wordt aan alle kanten en over de hele wereld enorm gefilosofeerd over wat de mens is en kan en betekent enz. maar niet algemeen vanuit dit perspectief van Anders. Terwijl zijn logica zo dwingend lijkt: we hebben het spul en de know how om de mens uit te roeien in huis en daar komen we niet meer van af! Er kan toch moeilijk iets zijn dat meer bepalend voor de mens is.
Het is echt leven aan de rand; ethiek-voordat-de-bom-niet-valt. Een mensheid met een atoombom heeft een compleet andere ethiek nodig dan die van voor 6 Augustus 1945. Deze dag is het begin van de nieuwe tijdrekening voor Anders. Dit is van nu af aan ook de enige tijdrekening waar het nog om gaan kan; elke andere, christelijke of joodse of wat dan ook is achterhaald, speelt überhaupt geen rol meer. Er is alleen de kalender van de ‘Endzeit’. Anders zal als een seculiere profeet steeds blijven benadrukken dat we alles in huis hebben om mens-matig aan die ‘Endzeit’ een eind te maken.
Een einde veroorzaken aan de mensheid daar kun je volgens Anders maar een ding mee doen: het niet doen. Enkel en alleen het feit dat er een mensheid is, is voor Anders afdoende reden om dat einde aan de tijd absoluut niet te veroorzaken. Overigens zal Anders steeds feller en feller betogen, dat niet de mensheid, maar een paar machthebbers de bom bezitten. En dat er geen enkele omstandigheid denkbaar is die het uitroeien of teloor gaan van de mensheid billijkt. Geen ideologie, geen geloof, geen god, geen cultuur, geen belang.
Voor zich zelf rechtvaardigt Anders deze morele vastberadenheid met geen enkel geloof of dogma of God of systeem. En hij weet dat hij daar als ‘nihilist’ die hij wil zijn, eigenlijk inconsequent is en blijft. Hij schaamt zich er niet voor.

Per ongeluk uit beeld

Misschien is Anders wel min of meer per ongeluk uit het zicht verdwenen toen de Vietnam-discussie niet meer zo nadrukkelijk aan de orde was. En toen de anti-atoombeweging min of meer verliep. Als de vredesbeweging als geheel in een andere fase belandt dan die van de grote protestbijeenkomsten in ons land en elders, dan raken de ‘leiders’ ervan ook uit het zicht.
En daar komt dan in het geval van Anders nog bij, dat hij niet typisch een ‘leider’-figuur is geweest. Welke rol speelde hij daadwerkelijk in ‘de’ vredesbeweging?9 Hij was inderdaad wel aanwezig op belangrijke congressen en tribunalen. Maar hij heeft er een handje van om zich nooit ergens echt in vast te leggen. Hij wil nergens mee vereenzelvigd worden. Ook dat zit wel in de naam ‘Anders’ die hij gekozen had. Net als je denkt alles van Anders op een rijtje of op formule gebracht te hebben, zal hij weer met een tegenwerping komen. Dat heeft ook wel eens de indruk gewekt dat hij een querulant is geweest.
Toch denk ik een andere kant uit. Anders kon wel eens weggevallen zijn vanwege een nog niet voltrokken paradigmawisseling; waar hij al wel mee in zee gegaan was, en anderen niet. Zijn pseudoniem duidt ook naar ‘alternatief’, en wel voor het soort politici (en wetenschappers) dat nodig zal zijn om de moderne problemen aan te kunnen.
Die noodzaak van alternatief heeft alles te maken met de centrale plaats die 6 Augustus 1945 bij hem heeft gekregen… en bij anderen niet of nauwelijks.

Een heftig mens

De psychologen onder ons kunnen een punt hebben: Anders heeft het er zelf naar gemaakt dat men hem niet meer serieus nam omdat hij met een enorme felheid schreef. Hij moet zich vijanden gemaakt hebben op die manier!
In geen boek over Anders mag ook een door hem zelf parmantig opgedist verhaal ontbreken over de enige keer dat hij bleef eten ten huize van de fameuze hoogleraar Martin Heidegger en diens vrouw.  Het verhaal gaat zo. Ze hebben een eenvoudige pastamaaltijd genuttigd. En de sfeer is prima. Heidegger en zijn vrouw moeten lachen als Anders een citaat naar voren brengt: “Je kunt niet volstaan met schreeuwen, je moet ook echt lijden”. Vinden ze mooi gezegd; zijn ietwat minder vrolijk als Anders erbij vertelt dat het een bon mot van Voltaire is. En hij laat erop volgen, dat een parallel bij dit woord ook opgaat: “Je kunt er niet mee volstaan te mompelen, je moet het wel bij het rechte eind hebben”. Mw. Heidegger heeft dan al afgehaakt, maar Heidegger zelf kijkt vol haat naar Anders, want hij voelt zich doorzien. Bij zijn fabuleuze colleges placht Heidegger door gemompel doodse stilte af te dwingen om daarmee de toehoorders te imponeren dat dit wel de uiterste waarheid was.10
Deze stijl die vooral lijkt te willen laten merken hoe dom de anderen zijn, komen we ook tegen in de weergave van verschillende gesprekken met gelovigen.
Aan van alles is te merken, dat hij een heftig mens moet zijn geweest. Lees maar een boek als ‘Ketzereien’. Felle hier en daar beledigende gesprekken en waarnemingen noteert hij daarin. Maar het gaat op een of andere manier wel onder je huid zitten; hij heeft toch een punt ook al vergroot hij het uit. Hij hanteert graag het middel van de overdrijving.11 Zou men met name dat niet van hem gepikt hebben? Maar hij vindt hoe dan ook, dat hij wat te melden heeft. Ook al klinkt hij als een typische betweter. Hij lijkt er van te genieten iemand sprakeloos te doen afdruipen in een debat. Als hij iemand voor het blok kan zetten, zal hij het zeker niet laten. Ik geef een citaat12 uit een niet uitgezonden deel van een radio-interview

Anders op TV 1983

Anders op TV 1983

in eigen vertaling. Nadat Anders iets verteld heeft over zijn geluk als kind13, waarop zelfs zijn joodse afkomst niet in mindering komt, vraagt de Interviewer: “Als men U zo hoort zou men eigenlijk een – vergeeft u me de uitdrukking; ik weet dat U er helemaal niet van houdt – buitengewoon positief, welmenend, zacht mens verwachten.”
Anders: “Maar..?”
Interviewer: “Maar U staat te boek als een zeloot (drijver, jab), als een versomberd mens, als een intolerant mens, – ja meer nog, als iemand die de intolerantie zelfs gepredikt hebt.”
Anders: “Gepreekt heb ik niet echt. Behalve misschien in mijn anti-atoom-manifesten. En als ik intolerantie vertoond heb of zelfs geëist, dan vooral intolerantie tegen intolerantie. En wat als laatste mijn ‘zelotisme’ betreft dat is een foute uitdrukking, want voor ‘zeloot’ moet je gelovig zijn en bekrompen, en beide lukt mij niet. Versomberd klopt wel – maar ik zeg, parallel aan een beroemd woord van Lessing: “Wie niet van tijd tot tijd zijn verstand verliest, heeft geen verstand om te verliezen ”: “Wie niet soms of zelfs definitief de hoop verliest heeft geen hoop die hij zou kunnen verliezen.”
Mijn versombering begint bij het begin van het Nationaal-socialisme ongeveer 1927, na lezing van Hitlers boek. Dat heeft inderdaad veel van mijn betrekkingen met mensen totaal vergiftigd, ook met de mensen die toen het dichtst bij me stonden, en van het grootste belang waren. Maar die versombering is niet alleen geen ziekte geweest, maar is de juiste, om niet te zeggen de gezonde reactie op het duidelijk naderbij komen en vervolgens de intrede van het Nationaal-socialisme. Dat ik als gelukkig geborene op deze gebeurtenis met grotere verbijstering gereageerd heb dan anderen, is toch geen wonder geweest”. (cursivering van Anders zelf)

Daar staat een gekweld mens voor ons, die zegt, wat hij helaas(!) moet zeggen. Het gaat hem dus om meer dan het gelijk dat hij (niet) krijgt. De zaak die hij vlijmscherp aan de orde stelt verdient het om serieus genomen te worden, zonder uitvluchten en vooroordelen. Hij is zeker een voorbeeld van een boodschapper op wie men ingehakt heeft, zonder de boodschap als zodanig te doordenken; misschien wel om de boodschap als zodanig maar niet te hoeven verstaan. Hij heeft van de nood dat hem amper een plek in de Universiteit werd ingeruimd een deugd gemaakt: daar was zijn zaak te brisant voor! Die kun je niet in de sereniteit van de academie behandelen. Als de mensheid op het punt staat zich om te brengen, kun je geen lange debatten opzetten of filosofische systemen, – dan moet je ingrijpen. En toen men hem wel een professoraat aanbood wees hij het af om met zijn zaak bezig te kunnen blijven. Hij is en blijft activist van beroep.
Wat hij in zijn boek ‘Ketzereien’ schrijft is misschien wat sterker aangezet dan objectiviteit kan verdragen, maar hij zegt toch ook: “Zelfs als ik een paar echo’s heb veroorzaakt, bewerkt heb ik niets. Op de dag dat ik opstap zal de wereld er geen spat anders voorstaan, dan ze er voor zou staan, als ik nooit een letter had geschreven.”14

Deze heftige mens Günther Anders heeft een ongelooflijke hoeveelheid denkwerk op schrift gezet15. Waarvan veel nog niet is uitgegeven. En nog vrijwel niets in het Nederlands. Hij heeft er niet naar gestreefd een ‘school’ op te richten. Een filosofisch systeem heeft hij ook niet willen leveren. Hij schreef in een hele boel verschillende stijlen en formats. Zijn dikke boeken zijn vooral bij elkaar gevoegde essays. Desondanks is er een grote samenhang in zijn werk. Maar hartstochtelijk spreekt hij ieder die hij maar bij de kladden kan krijgen aan op de unieke positie van de huidige mensheid: we zijn uitroeibaar! En als hij op die toer zit is hij niet te houden. 

Graf van Anders Wenen

Graf van Anders Wenen

Een heftig mens, geboren in 1902 en gestorven in 1992. Een heftige eeuw, kun je ook zeggen. Een wegwijzer voor de 21e eeuw waar je beter niet met je rug naar toe kunt gaan staan.

De Zaak

Zijn ‘zaak’, (om het jargon ‘zijn ding’ te vermijden) is de ondergang van de menselijke wereld. Beter gezegd de moord op de mensheid. De catastrofale werkelijkheid waarin we leven. Met als logo Auschwitz en Hiroshima, die samen het instrumentarium leveren voor het techniek-bestaan in een ‘atoomstaat’. Er is niets erger voor hem dan dat mensen (in bezit van atoomkracht, en vul maar gerust aan: in het bezit van de aankomende mensverbetering-technieken) een situatie kunnen realiseren waarbij de aarde opgeblazen wordt, de mensheid uitgeroeid / of achterhaald raakt en er geen wezen meer kan bestaan dat kan constateren ‘dasz es uns gegeben hat’.
Neem dit hartstochtelijke gedicht16:

Ob man uns haßt oder
ob man uns liebt,
ist völlig wurscht, mein Kind,
wer
weiß denn überhaupt,
daß es uns gibt
und
daß wir so irrsinnig
scharf drauf sind,
daß man uns weiß und liebt!

En als je dat niet volledig tot jouw zaak maakt bega je in de ogen van Anders eigenlijk een ‘misdaad tegen de menselijkheid’ (al denk ik niet dat Anders die uitdrukking gebruikt). Maar het zit hem zo hoog dat hij ietwat pathetisch kan verklaren: “Wenn ich verzweifelt bin, was geht’s mich an! Machen wir weiter, als wären wir es nicht!”.17

Cassandra

Het ligt voor de hand dat hij het algemene lot van onheilsprofeten deelt: die worden niet serieus beluisterd. In allerlei publicaties over Anders wordt hem verweten dat hij een ‘zwartkijker’ is. In een recensie in Trouw van het boek van Paul van Dijk stipt Achterhuis dat ook aan: “Ik meende dat wij ons na de val van de Muur bevrijd hadden van de zware nucleaire en genocidale schaduwen die onze twintigste-eeuwse technologische cultuur verduisterd hadden (en die in het werk van Anders zo opvallend aanwezig zijn, jab). Was Anders’ boodschap nog wel actueel?”18  Regelmatig zal je in verband met Anders dan de naam Cassandra kunnen lezen. Tegenstanders merken dan op, dat de voorzegde ondergang uitblijft.
Maar dat kan volgens mij niet volledig verklaren dat Anders geen grote furore heeft gemaakt. Want onze tijd heeft zelfs een hang naar ondergangsdrama’s. In films en games zijn ondergangscenario’s van hele werelden bijzonder populair. Zelfs de taal en symbolen van de Apocalyps bloeien welig in de vermaaksindustrie. Maar dat werkt dan blijkbaar ook zo, dat het thema ontzenuwd is: het is immers ‘maar’ een game; ‘maar’ een film. Dat suggereert dat het niet meer als serieus thema behandeld hoeft te worden. Cassandra is geen profetes meer, maar een item in de SF-business. Infotainment heet het. Maar Anders zelf zal ergens schrijven dat de auteurs van de SF-literatuur en -films zulke realisten zijn gebleken19.

Verwijtbaar

Dat de wetenschap in de val is getrapt dat men de (overdrijvende) schrijfstijl tegen Anders gebruikt, is de aloude ellende dat men de boodschapper niet mag en vervolgens diens boodschap mist. Dat is goede wetenschap te verwijten.
Maar ondertussen hebben we wel een paar decennia op onze handen gezeten in plaats van maatregelen te ontwikkelen waarmee de mogelijkheid om de mensheid te vernietigen afgeblazen wordt. In die zin zijn moderne bewegingen als het post-modernisme en New Age afleidingsmanoeuvres. Want de tijdbom tikt door.
Iets dergelijks is aan de kerk, andere religies en vredesbeweging te verwijten: hun verschillende crises zijn in feite slechts achterhoedegevechten. In het licht van de uitroeibaarheid van de mens, van de uitroeibaarheid van gelovigen, van de uitroeibaarheid van alle pacifisten en niet-pacifisten valt er pas echt te spreken over ‘aggiornamento’. Kerkverlating bijvoorbeeld is niet het grote probleem als er een “Welt ohne Mensch” (Anders) op handen is.
Anders wijst zelf nog – misschien onwetend – op iets anders als mogelijke verklaring van zijn geringe populariteit. Daarvoor neem ik een citaat op uit het voorwoord bij de 5e druk van Band I van ‘Die Antiquiertheit des Menschen’:
Sie (de jonge mensen, jab) werden erkennen dasz die revolutionäre, oder richtiger: katastrophale Situation, in die sie hineingeboren wurden und in der zu leben sie leider allzusehr gewohnt sind, nämlich die Situation, in der die Menschheit sich selbst auszulöschen imstande ist – dasz dieses wahrhaftig nicht ehrenvolle Imstandesein schon vor ihrer Geburt eingesetzt hat, und dasz die Pflichten, die sie haben, schon die ihrer Väter und Groszväter gewesen sind. Ich schliesze mit dem leidenschaftlichen Wunsche für sie und ihre Nachkommen, dasz keine meiner Prognosen recht behalten werde”. 20

De gewenning aan de status quo. Ze weten niet beter. Daar horen natuurlijk een bepaalde vorm van onderwijs en een bepaalde manier van geloven en van kerk bij. Welke sfeer heerst er thuis? Wat heeft de elite uitgedragen? Welke idealen zijn in de reclame opgedoken? Waar stonden onze politici voor? Welke boeken lazen we voor onze beruchte boekenlijstjes? Het heeft er al met al niet in geresulteerd dat de wereld aan het begin van de 21e eeuw een ethiek en een praktijk heeft ontwikkeld die al toegesneden zijn op het definitief ontzenuwen van onze desastreuze capaciteiten; van atoomkracht tot human enhancement, van gentechnologie en kunstmatige intelligentie .
Ook de rol die massamedia bij deze onwetendheid kunnen spelen heeft Anders gezien. Die maken dat je niet meer in staat bent om na te denken over de alarmfase waarin de mensheid verkeert. De totalitaire staat, die hij daar keihard aanvalt probeert natuurlijk klokkenluiders (als Anders) monddood te maken. En dat is aardig gelukt, zouden we mogen zeggen in zijn geval.
Om daar nog iets van te zeggen: Het gelijk van Anders’ analyse van de televisie wordt pijnlijk nauwkeurig aan het licht gebracht door de enorme vlucht die CNN neemt, en zijn gevecht tegen totalitaire systemen is hoogst actueel in onze tijd waarin niemand het er meer over heeft dat we nog wel degelijk talloze wapens hebben waarmee we de mensheid om kunnen brengen. En dat steeds meer onberekenbare groepen daar wel eens de hand op kunnen leggen.

Een commentator als Daniel Morat,21 zit er volgens mij naast met zijn plaatsbepaling van Anders. Hij meent te kunnen stellen dat je Anders wel met de titel van zijn hoofdwerk ‘geantiqueerd’ kunt noemen. Hij zou zijn blijven steken in de tijd van zijn ontstaan. Maar dan volgt er vrijwel meteen op: Als solches enthält sie aber auch Anregungen für die Zeitgeschichtsforschung, die durchaus noch aktuell sind“ Met andere woorden: hij is helemaal niet blijven steken. Morat heeft dan wel op Anders tegen dat hij nog zo hoort bij de pessimistische kijk op de massa die in de jaren 60 hoogtij vierde onder filosofen, en dat hij in bepaalde opzichten nog aan Heidegger bleef hangen en de taal van ‘vervreemdheid’ van de mens á la Marx hanteerde, maar moet dan vervolgens toch wel toegeven dat je niet om die inzichten van Anders over Media en Techniek heen kunt als je de geschiedenis van de 20e en 21e eeuw wilt verstaan. Het is hier niet de plaats om uit te leggen hoe Anders de vervreemding waarin het proletariaat bij Marx zich bevindt en de vervreemding van de huidige mens geheel verschillen. Anders is als Marxist trouwens niet zuiver op de graad gebleven.
De huidige stand van zaken is helemaal niet zo wezenlijk veranderd dat de inzichten van Anders verouderd zouden zijn. De mens is nog steeds ‘Weltfremd’. Dat wil zeggen, gaat niet op in zijn wereld; is niet compleet verklaarbaar uit de omstandigheden waarin hij terecht is gekomen; niet uit de fysiek-psychische opzet die hem bepaalt. Vanuit die ‘buiten-positie’ is de mens in staat zijn wereld te veranderen. Maar het is nu zo ver dat de mens zich de consequenties van wat hij kan veranderen, aanrichten, niet meer kan voorstellen. Zijn fantasie loopt daar bij achter; en zijn moraal eveneens.
De meeste commentatoren, merk ik op, vatten zo wel de hoofdthese van zijn in 1956 verschenen Eerste Band van ‘Die Antiquiertheit des Menschen’. En je kunt toch moeilijk beweren, dat die kloof inmiddels wel weer gedicht is; dat de mens weer volledig in de pas loopt met zijn producten; dat de mens weer een goed ontwikkelde ethiek heeft om zijn technische overmacht, zeg maar gerust ‘overkill’, de baas te kunnen zijn.

Actie gevraagd

Anders kun je niet mooi in academische betogen opbergen, of een tijdje als mode-filosoof vieren. Het aanstootgevende zit misschien al in zijn grondhouding als filosoof, die niet meer begint bij de pure verwondering, maar bij de geëngageerde verbijstering over de werkelijkheid waarin men zich bevindt. Vandaar uit komt hij zijn lezers te na in hun praktische opstelling tav wat er van hun wereld gemaakt wordt. Hij is een moralist van het zuiverste water; een prediker, (als die titel niet zo religieus gestempeld was), een propagandist voor de mensheid. Als je Anders leest word je geacht in de benen te komen. Dat werkt op zich ook afstotend.
Daar komt nog eens bij, dat Anders elk optimisme van welke snit dan ook verachtte: dat wilde er destijds bij niemand in, en daar zal men nu ook wel weer aanstoot aan nemen, aldus weer Liesmann. “Seine Philosophie wollte unmittelbar eingreifen”.
Anders liep niet achter. Er valt weinig op zijn benadering van de moderne techniekstaat af te dingen. Zo lang we deze problemen niet opgelost hebben is Anders niet ouderwets.
Wel is nader te bespreken of zijn onberedeneerbare keuze voor de mens wel zo puur en alleen het nodige antwoord kan zijn. Maar dit antwoord geeft hij tenminste: wat wij nodig hebben in en tegen de moderne toestand is een keuze voor de mens. Als je die keuze niet maakt, verspeel je de toekomst van de mens op een veel radicaler plan dan tot nu toe mogelijk was. “Kan dat ooit achterhaald zijn”, kun je vragen. Antwoord: “Neen.”
De mensheid is de enige inconsequentie die een nihilist zich kan en moet veroorloven, zegt Anders zelf regelmatig. (bv in Interview aan het eind van Ketzereien) Dan moet je wel van mensen houden!! Neem me niet kwalijk, maar dat klinkt toch diep-religieus. Als je dat dan als gelovigen of theologie of kerk niet serieus neemt doe je je zelf ernstig te kort.
Ik heb geen sluitend antwoord op de vraag waarom Günther Anders het niet gemaakt heeft. Maar misschien wordt al wel een beetje duidelijk waarom ik hem graag bij mijn verdere studie naar de mensverbetering nader wil bestuderen.

Anders en de aanslagen van 2001 en de ramp in Japan 2011

In het voorgaande heb ik de actualiteit van Günther Anders’ werk met name gezien in de nog steeds niet opgeloste kwesties die hij voorlegde aan ieder die het (niet) horen wilde. Ludger Lütkehaus geeft in 2002 een eerder door hem geschreven werkje over Günther Anders opnieuw uit22. Hij wijst erop dat een van de vliegtuigen die bij de aanslagen in Amerika betrokken waren, op de Kerncentrale van Harrisburg terecht had moeten komen, volgens sommige berichten. Dat is precies het punt dat Anders steeds had willen maken: we leven met tijdbommen omdat we atoomkracht in handen hebben. En het bezit ervan is geen privilege meer van enkelen. Zelfs het verschil tussen vreedzaam gebruik en militair gebruik is van geen enkele betekenis meer.

Atoomproef Jaren 50

Atoomproef Jaren 50

 Je hoeft een vliegtuig niet eens meer om te bouwen tot een dodelijk wapen door er bommen in te stoppen: het is zo al een wapen. Het herinnert ons er heel pijnlijk aan, dat we in feite niets opgeschoten zijn, al dachten we misschien dat er niets meer mee kon gebeuren omdat er zo (ingewikkeld) onderhandeld kon worden over atoomwapens en wat daarmee samenhangt.  Ook nieuwe vormen van terreur bevestigen wat Anders analyseerde in zijn beschrijving van de donkere situatie waarin homo sapiens zich gemanoeuvreerd heeft. Dat weerlegt naar mijn mening ook het argument dat tegen Anders in stelling wordt gebracht: ‘Gij zijt slechts een doemdenker’.
Sinds de dood van Anders (1992) zijn  de economische en technische globalisering niet gebleken de oplossing gebleken voor de ecologische en maatschappelijke problemen die we wereldwijd veroorzaakt hebben. Sinds Anders’ dood is het er donkerder op geworden, moet je wel stellen. Dat gevoel is sterker geworden of zou dat moeten zijn in elk geval na de zware aardbeving plus tsunami in Japan van Februari 2011. Het heeft de discussie weer aangewakkerd aangaande kernenergie.23 Duitsland neemt Mei 2011 al het besluit om op termijn alle atoomcentrales te sluiten.24 De supertechnische natie Japan kon blijkbaar niet waarmaken dat zelfs het bouwen van atoomkrachtcentrales op een barst in de onderaardse lagen verantwoord is en een oplossing kon zijn voor het energieprobleem van de mensen. Het lijkt er veel meer op dat dit technisch handelen en het (politiek) beleid eromheen onderdeel vormen van het probleem dat Anders al aansneed: een komende wereld zonder mensen. Deze techniek ontbeert blijkbaar een kader, waarin ze de mensheid ten goede komt. Velen zal dat als een schok op het lijf vallen. Alleen een kader van vrede en duurzaamheid kan voorkomen dat de Eindtijd wordt tot Slot van de tijd.

Anders’ Hoofdthema’s25

In de hoop het lezen van deze studie te vergemakkelijken geef ik de opsomming van de hoofdthema’s van Anders die nu nog volop actueel zijn, zoals van Dijk die maakte:

  1. De mogelijkheden tot moord op de mensheid.
  2. De thematiek van de Eindtijd. We moeten die Eindtijd eindeloos zien te maken.
  3. De techniek als subject van de geschiedenis waar de mens slechts aan mee-doen kan.
  4. De achterhaalde mens.
  5. Ons voorstellingsvermogen, onze fantasie, moet weer herschoold worden om de achterstand op wat we kunnen maken, in te lopen.26

Ik voeg daar dan aan toe:

  1. De monstruositeit waar Anders veel over spreekt. (ik vertaal dat in het Nederlands liever met ‘Het Monster’). Het duidt op de techno staat, de atoomstaat; want Auschwitz en Hiroshima zijn niet voorbij.
  2. Anders en de (pacifistische) vredesbeweging.
  3. Is er een brede maatschappelijke discussie nodig over de toekomst van de mens met de nieuwe technologie? Zo ja hoe; zo neen wat dan? En is het gedachtegoed van Anders daar behulpzaam bij?

 Geen biografie

Ik heb mij niet voorgenomen om een gedegen biografie over Günther Anders te schrijven. Het genoemde boek van Liessmann bevat wat dat betreft een aardige schets. Het boek van Paul van Dijk geeft een portret van een 20 pagina’s en een tijdtafel met belangrijke gegevens over zijn leven. En er is de biografie van Raimund Bar: Günther Anders, Leben und Denken im Wort.
Mijn hoofddoel is meer te proberen de aspecten van zijn denken die ons allen aangaan zo goed mogelijk over het voetlicht te krijgen. Dat Anders als persoon dan ‘onder je huid kan gaan zitten’ is praktisch onvermijdelijk. Maar daarbij wil ik me zo min mogelijk met de persoon van Anders als zodanig inlaten. Ik heb al aangegeven, dat het wel eens te wijten kan zijn aan bepaalde minder aangename of onhandige elementen in zijn persoon, die door zijn critici aangegrepen werden om zich van zijn ‘zaak’ af te maken. Die fout hoop ik niet te maken.
Anders heeft niet mijn aandacht vanwege zijn persoon maar vanwege zijn betrokkenheid bij een tijdbom onder het voortbestaan van de mensheid, die doortikt tot we het ontstekings-mechanisme uitgeschakeld hebben. Anders zelf is inderdaad somber over de kans dat ons dat lukt; maar dat zegt niet zo veel. Die bom tikt wel door…
De auteurs die biografische gegevens leveren, constateren dat er feitelijk maar erg weinig bekend is van zijn privé-leven. Is het misschien overtrokken dat hij op p. 83 van “Besuch im Hades” schrijft: “Ben ik, zoals men zegt, op zoek naar me zelf? Belachelijk. Ik heb me al sinds tientallen jaren niet voor mezelf geïnteresseerd”? Ik weet het niet. In de manier waarop Anders zijn thema’s aandraagt en zijn gelijk bepleit komt hij zelf wel erg nadrukkelijk mee. Hij zet zich zelf wel degelijk ook neer.
Ook zijn dagboekaantekeningen, zoals in “Besuch im Hades” en “Tagebücher und Gedichte” geven dat aan. Het zijn geen notulen van destijds. “Het gaat meer om een afrekening met het verleden dan om een balans van zijn leven”, zo schrijft Raimund Bahr.27 Dus puur historisch is het niet. Laat staan objectief.

Günther Anders de profeet die geen gelovige wilde zijn.

Ik begin met een citaat28: “Profeet.
Ook zij die altijd te vroeg zijn, halen de trein nooit. Ze hangen geheel voor niks op de schemerige perrons rond. De door hen aangekondigde treinen vertrekken altijd pas veel later.  Hun tijdgenoten zien deze profeten in het beste geval net zo onnauwkeurig als hun tegenpolen, die met hun tong uit de bek het station pas bereiken als de trein vertrokken is. Maar vooral komen ze toch wat verdacht over. Want mensen die al om vier uur ’s morgens op een leeg perron, met een air van echte spoorwegbeambten roepen “Instappen, allemaal!” voor een trein die pas om acht uur vertrekt, zijn verdacht. Bepaald strafbaar maken ze zich, als ze ook nog claimen dat ze betaald willen worden door de echte spoorwegbeambten, die ze uit hun slaap gehaald hebben.” (vertaling jab)

Het profetische aan Anders is een belangrijk punt. Hij ziet zich zeker als iemand die iets te melden heeft. Hij heeft een missie vanwege de toekomst van de mensheid. En weet maar al te goed dat je met zo’n boodschap vaak voor gek staat. Hij heeft gelijk, maar hij krijgt het niet. En dat is dramatisch omdat het om extreme dingen gaat: het to be or not to be van de mensheid. Hij vindt dat hij zou mogen verwachten, dat de aangesprokenen dan alles uit hun handen zouden laten vallen waar ze op dat moment mee bezig waren, en zich aan deze dringende kwestie van het overleven van homo sapiens zouden gaan wijden. Je hoort het ook duidelijk terug in ‘Die beweinte Zukunft29 , Anders’ versie van het Noachverhaal.
Het viel me op dat een filosoof als Anders geen theologisch debat zoekt, de dogmatiek als zodanig niet aanvalt. Hij richt zich op gelovige mensen. De verklaring daarvan kan echter vrij eenvoudig zijn: Günther Anders verstaat zichzelf niet als filosoof maar als ‘Gelegenheits-philosoph’. Hij schrijft er geen verhandelingen over, maar het komt ter sprake in gesprekken in de trein, of op de radio e.d. Er moet een concrete aangelegenheid zijn wil hij zich er tegenaan bemoeien. Er moeten concrete mensen in het geding zijn30; wat de mens uithaalt; waar de mensheid op uit is, dat mag op zijn hartstochtelijke aandacht rekenen. Dan pakt hij unverfrohren ook kernthema’s van de dogmatiek aan, zonder in verheven theorie te verdwijnen. Zijn betogen hebben stee vast een of ander appèl.

Het feit dat Günther Anders zich duidelijk afficheert als een niet-gelover  maakt hem in mijn ogen niet oninteressant voor theologen. Het minste wat kerk en theologie kunnen doen is zich aangevallen weten door Anders. Hij zelf zou zeggen: “Niet ik zelf, maar de mensheid verdient een antwoord op dat aangevallen zijn”. Hij cijfert zich wel een beetje weg, maar hij vindt stellig ook dat hij zelf die aandacht verdient. Hij spreekt en schrijft vanuit een sterk gevoel van gelijk hebben.
Hoe dan ook: het is zaak om Günther Anders te benaderen op het niveau van waar de mens in het geding is. Dus heel serieus. Het is geen kwestie van schone letteren en ‘aap, wat heb je mooie jongen’. Het geding om de mensheid is overigens in de Christelijke opvatting van godsdienst ook mensendienst. Dus zo’n heidense toer hoeft het niet te zijn om het al vast met Günther Anders eens te zijn over dat niveau van dialoog. Geloof is mensen-geloof; mensen in hun geleefde mensenwereld. De kerk moet wel van heel goede huize komen, en met zeer sterke argumenten, wil ze dat kunnen overbieden. De antwoorden van de kerk of de theologie mogen in elk geval niet achter blijven bij Anders’ uitgesproken passie voor de mensheid.

Niet annexeren

Anders wil door geen enkel geloof geannexeerd worden. Hij wil niet aan de deur van welk geloof dan ook staan, of aan het raam, al ik ben zo vrij om de mogelijkheid van een kattenluikje open te houden.
Hij wil dan wel als een volstrekte nihilist gezien worden, maar geeft ook openlijk toe dat hij daarin uiteindelijk niet consequent is. Met zijn onvoorwaardelijke keuze voor het bestaan van de mens zet hij zich zelf openlijk in zekere zin te kijk als nihilist. Hij moet als wetenschapper het nihilisme wel aanhangen, maar het gaat, blijkbaar uiteindelijk niet van harte. Het leven mag dan zo contingent zijn als het maar kan, tenslotte kan hij het niet laten om toch een moralist van het zuiverste water te zijn31. Er moet en zal voor de mensheid gevochten worden!! Maar het valt mij, theoloog, wel op, dat deze straffe niet-gelover zich zo vaak met gelovigen bezig houdt. Neem de fabels en gedichten die hij wijdt aan vragen rond er zijn en niet zijn; de humor van de kosmologie. Steeds weer duiken de Molussische ‘theologoumena’ op. Reden genoeg om dat ook eens op een rijtje te zetten.

Toch wat biografische aantekeningen

Elementen die met name de aandacht van een theoloog verdienen.

Joods en seculier

Vrijwel nergens kom je bij de Anders-biografen aparte aandacht tegen voor een of andere vorm van godsdienstige opvoeding of ontwikkeling.32 Hij is wel degelijk Joods, maar nergens is er sprake van synagoge bezoek of torah-studie. In het gezin, waarin hij werd geboren, werd de zus Hilde een overtuigde Communiste, zij het geen partijlid. De andere zus Eva gaat als enige van het gezin naar een joodse school, (en verwijt haar vader later min of meer dat hij haar toen niet de lessen Hebreeuws heeft laten volgen). Zij maakte er kennis met ‘vrome joden’; ze keert zich later ook inhoudelijk naar het jodendom, wat ze dus niet van haar ouderlijk huis mee had gekregen, en wordt Zioniste. Maar Günther krijgt dat dus niet mee.
Günther Anders kan adequaat citeren uit de Bijbel. In het Günther Anders Archiv in Wenen wordt een exemplaar van zowel het Oude als het Nieuwe Testament bewaard, waarin Anders’ aantekeningen staan.
Hij moet al vrij jong tot de conclusie gekomen zijn, dat geloven van geen enkel belang voor hem was. En hij wilde er ook in zijn latere leven geen ‘werk’ van maken. We vernemen trouwens weinig over de manier waarop hij zich de kennis verschaft heeft om een gedegen oordeel te hebben over de waarde en waardeloosheid van geloven. Ergens33 vermeldt hij, dat hij voor de verklaring van het wonder van het leven al op jonge leeftijd God niet nodig had, want dat zou betekenen dat je voor een onbekende een volgende onbekende invulde. Mijn indruk is hier en daar, dat hij het zich met bepaalde beweringen over geloven wel erg makkelijk maakt. Hij is niet altijd even diep doorgedrongen tot de kern van geloven als zodanig.
Niet dat hij dan geen recht van spreken heeft. Integendeel. Ik maak deze opmerking zeker niet om me van hem af te maken. Maar omdat het me intrigeert dat Anders er nauwelijks  (wel in Der Frist) blijk van geeft dat hij Bultmann en zijn theologie kent; terwijl nota bene zijn eerste echtgenote, Hanna Arendt bij diezelfde Bultmann gestudeerd had. Om maar iets te noemen. Iets dergelijks stel ik vast voor wat betreft Dietrich Bonhoeffer. Dat kan een aparte studie worden na het artikel dat ik er al over schreef in Vredesspiraal.
Van zijn ongeloven zegt Anders zelf in KET p. 328 : “Tientallen jaren lees ik steeds maar weer de grote religieuze documenten en veel theologie en Godsdienstfilosofie ….( ) Mijn ongeloof is niet een ongeloof in God, maar in geloven als zodanig, en stamt niet uit de confrontatie met de natuurwetenschappen; want die heeft bij mij niet plaats gevonden.”
Dit klopt overigens niet met een mededeling elders dat hij vrijwel niks gelezen had. Daar wil hij zich als een self made man afficheren, maar volgens mij had hij dat niet zo erg nodig.
Anders heeft de kerk nooit aangesproken op het beste in haar geestelijke bagage: de hartstocht voor de mens en zijn wereld. Op dat punt moet hij bepaald een blinde vlek gehad hebben. Met niemand, en uit geen enkele religie schijnt hij een zodanige relatie opgebouwd te hebben, waarin die vertekening doorgeprikt kon worden. Of misschien toch met Gollwitzer? Hun briefwisseling wacht in het archief op ontsluiting. Desondanks heeft hij zelf een passie voor de mens die kerk en gelovigen niet zou misstaan.

Het Joods zijn van Bertrand Russell, Edith Stein en Vader Stern.

In “Besuch im Hades” komen we o.a. reflecties van Günther Anders tegen over zijn jeugd. Hij bezoekt Breslau waar hij gewoond heeft vanaf zijn geboorte in 1902 tot het gezin in 1915 naar Hamburg vertrok. In 1966. Hij is er dan voor het eerst weer terug na zijn omzwervingen in het buitenland. Het stadje hoort dan inmiddels bij Polen. Wroclaw geheten.
Op p. 15 staat dat ze op de autotocht naar Auschwitz en Breslau in de buurt van een plaats komen die herinneringen bij hem oproept. Die plaatsnaam was in zijn jeugd voor hem het symbool geworden voor de oneerlijkheid van God. “Die plaatsnaam was voor mij een theologisch begrip geworden”. Hoe onrechtvaardig moest God wel niet zijn om mensen daar te laten geboren worden; en dan was het een toeval wie er altijd bleven, en wie het zo ver schopten dat ze in Breslau terecht kwamen. Hij vermeldt expliciet dat hij hier niet over sprak met zijn vader of moeder. Die zouden hem niet begrijpen.
Dat brengt hem tot een omvangrijke notitie over religie naar aanleiding van Edith Stein. Hij noemt het ongelooflijk dat Edith Stein (een briljante studente van zijn vader) daar (moet Birkenau geweest zijn) vandaan kwam! Zij had later net als Günther Anders bij Husserl gestudeerd. Husserl had zich zonder enige overtuiging (of kennis van zaken) de formaliteit van de protestantse doop laten welgevallen.

Edith Stein

Edith Stein

Als een teken van assimilatie, en om benoemd te kunnen worden als hoogleraar. Uitgerekend, peinst Anders dan, benoemd in een leerstoel waarin het fenomeen religie niet eens meer voorkwam! Maar deze Husserl klaagt er dan tegenover Anders over, dat Edith Stein, zijn uiterst intelligente assistente, zich tot het katholicisme had laten bekeren. (Anders woont een tijd in dezelfde kamer die Edith Stein jaren eerder gehuurd had.) Anders kan Husserl niet uitleggen dat hij Husserls eigen doop helemaal niet kon plaatsen. Noch dat Husserl de bekering van Edith Stein niet hoorde te kritiseren. De doop van Edith Stein had in elk geval niks met opportunisme van doen. Zo veel staat wel voor Anders vast.
Husserl begreep volgens Anders ook niet dat Edith Stein model stond voor het probleem waar elke Jood voor stond: het erbij horen en er toch niet bij horen. Husserl had niet eens door dat hij hoe dan ook zijn herkomst nog met zich meedroeg : ‘Hij ging van jaar tot jaar onmiskenbaar duidelijker op een wonderrabbi lijken’. Anders zegt dan van zichzelf als tweeëntwintig-jarige dat hij zelf van de joodse religie vermoedelijk nog minder wist dan Husserl. Maar het was hem niet mogelijk als ongelovige zo’n onwaarachtige stap te doen. Hij zegt dat niet tegen Husserl. En dan besluit hij met de opmerking dat de doop Edith Stein niet gered heeft van de vergassing; en Husserl is er alleen aan ontsnapt, omdat hij daarvoor te vroeg gestorven was.  Volgt een bitter stuk over kerkelijke pogingen om Edith Stein heilig te verklaren. “Ze kunnen haar niet weer tot leven wekken; hooguit tot eeuwig leven. En wat stelt dat helemaal voor!” Iemand als Stein heilig verklaren omdat zij tenminste geprobeerd heeft de paus te bewegen een encycliek tegen de Jodenmoord te schrijven, lijkt Anders onjuist. Het is niet zeker dat dat genoeg is voor heiligheid. Zeker is wel dat je onheilig bent als je elke poging tot redding nalaat. Hij heeft zeker alle respect voor Edith Stein behouden, overigens.

Hij wil zelf beslist Jood blijven. Dat is voor hem een uitgemaakte zaak. Dat kom je verspreid door heel zijn oeuvre tegen. Waarom hij dat wil? “Omdat ik wil blijven horen bij hen die in mijn plaats vervolgd werden en omkwamen; en omdat de joodse religie geen enkele illusie verkondigt: “Stof ben je en tot stof word je”. Maar dat er dan op die woorden nog volgt: “De naam des Heren zij geloofd” dat is een akkoord verklaring die me steeds weer de adem beneemt.”34
Een volstrekt seculiere Jood dus. Maar wat zegt dat nu helemaal? Op te merken is ook nog dat hij nav de veldtocht van Israël in Libanon in 1982 zijn lidmaatschap van de Israëlitische Kultusgemeinde Wien opzegt.35
Een en ander verhindert hem in elk geval niet vaak en veel en fel te spreken over geloof en geloven en: te pleiten voor de onvoorwaardelijke toewijding aan het leven en het voortbestaan van de mensheid. Ben ik al te vooringenomen, als ik denk dat je dan nooit helemaal meer kunt volhouden dat je niks met geloof hebt?

Nog wat gemengde aantekeningen.

Günther Anders heette officieel Günther Siegmund Stern. Geboren 12 Juli 1902.
Hij was een multitalent.
Pubert tijdens de Eerste Wereldoorlog. Dan maakt hij voor het eerst kennis met verminkte oorlogsslachtoffers. En sindsdien is hij volstrekt anti oorlog.
Hij vlucht in 1933 voor de Nazi’s, is een tijd balling in de Verenigde Staten. Blijft altijd dat balling-gevoel houden. Anders. Er niet meer bij horen.
Terugkeer naar Europa 1950.
6 Augustus 1945 markeert Anders als begin van de eindtijd. Hij zal sindsdien spreken van de atoomstaat en over het verzet daartegen. Hij ziet dat de hele techno-cultuur doordringen.
Hoofdwerk ‘Die Antiquiertheit des Menschen”.
Anders zit in Oorlogsmisdaden tribunaal van Bertrand Russell, en de beweging tegen Atoomwapens. Zijn lichaam leverde hem veel pijn op.

Anders' beschadigde hand. Houtskool jab.

Anders’ beschadigde hand. Houtskool jab.

Hij sterft op 17 December 1992.  Hij heeft de hele 20e eeuw in zich. Twee wereldoorlogen, de Jodenmoord, de honderdduizenden atoomdoden, de vernietiging van Vietnam. En heeft nog net de val van De Muur meegemaakt. Maar vooral gaat hij in debat met alle denken dat deze monstrueuze rampen mogelijk maakt en probeert te rechtvaardigen. Inclusief het vernietigingsconcept dat al deze rampen kon organiseren, en dat beschikbaar blijft. Daarom spreekt hij van de derde wereldoorlog die al gaande is.

Nawoord

Dit is de eerste ‘kleine studie‘ naar aanleiding van Günther Anders.  En er zou nog meer kunnen komen. Ik kan het nog niet precies overzien, maar ik zou voorlopig willen denken aan de volgende thema’s :

  • Zijn denken over het kwaad van de Shoah vergelijken met wat Hannah Arendt over de banaliteit van het kwaad heeft gepubliceerd. Haar ‘Eichmann in Jeruzalem’ naast Anders’ ‘Wir, Eichmannsöhne’.

  • Hoe verwant is het denken van Anders aan dat van theologen als Bonhoeffer, Sölle etc.

  • Zijn denken over Endzeit rechtvaardigt een aparte studie van zijn hoofdwerk “Die Antiquiertheit des Menschen”.

  • Anders’ betekenis voor hedendaagse Vredesbeweging.

  • Essays nav andere werken van Anders.Een en ander hangt ook samen met een evt. vertaling van zijn boeken in het Nederlands. Eigen werkvertalingen verschijnen ook successievelijk op mijn website.

Je kunt daar al te recht voor:
Wij Eichmannetjes. Daar schreef ik ook een inleiding bij.

Tranen om de toekomst

Het kleine paard. gedicht.

LIJST VAN AFKORTINGEN.

AD Atomare Drohung
ADM1 Die Antiquiertheit des Menschen Band I
ADM2 Die Antiquiertheit des Menschen Band II
BIH Besuch im Hades
BVM Der Blick vom Mond
CVM Catacombe van Molussië
GJN Gewalt Ja oder Nein
HIU Hiroshima ist Überall
KH Kosmologische Humoreske
KET Ketzereien
MOW Mensch ohne Welt
TUG Tagebüche und Gedichte
WES Wir, Eichmannsöhne

Noten.

1 Er was al wel een vrij magere selectie van dagboekfragmenten van Anders in Nederland in omloop: “Vanaf de toren gezien”. Dat was praktisch alles.
2 De Duitstalige Wikipedia heeft een flink artikel aan Günther Anders gewijd. Maar stelt kort door de bocht dat Anders in de filosofie nauwelijks meer aandacht krijgt omdat hij destijds van de academische filosofie afstand nam. Het is inderdaad nooit tot een professoraat gekomen voor Anders. (De Nederlandse Wikipedia heeft het nog steeds niet vertaald.)
3 Een voorconferentie Mei 2011 heeft al een document opgeleverd dat het verlangen uitspreekt van de kerken, dat oorlog illegaal verklaard gaat worden. Dat document moet een belangrijke rol gaan spelen op de Assemblee van Busan (Korea) in 2013. Zie ook de brochure ‘Rechtvaardige vrede’ van KerkenVrede en RVKN.
4 Het is symptomatisch, dat ook de enige Nederlandse studie over Anders, namelijk van Paul van Dijk “Günther Anders Antropologie in het tijdperk van de techniek” geen blijvende aandacht voor Anders heeft kunnen wekken. En evenzeer dat van Dijk ook niet verder bezig is gegaan met de gedachten van Anders.
5 Liessmann (2002) p 184 e.v.
6 Bij De dienst Beeld en Geluid te Hilversum is een DVD ‘De angst is op. Günther Anders en de bom’ van deze uitzending te bestellen die helaas de Nederlandse ondertiteling mist.
7 Het moet de Duitse vertaling zijn van General Sir John Hackett “The Third world war, August 1985”.
8 Aardig is dat de interviewer vraagt of er een verbinding loopt van de inzichten van Anders naar zijn joodse achtergrond, en dat Anders dan komt met een stuk over de onvoorstelbaarheid van de Shoa. Over zijn Jood zijn zwijgt hij. Hij zal elders ook steeds benadrukken dat hij volstrekt atheïstisch is. Maar het ergste wat een Jood kan doen is toch zich schamen over zijn Jood zijn.
9 Raimund Bahr in ‘Günther Anders Leben und Denken im Wort’ p 271 beweert bijvoorbeeld dat de rol van Anders bij het Russel-tribunaal niet helder te krijgen is.
10 Aangehaald op weblog http://www.broniowski in een artikel “Anders, Heidegger en God” verwijzend naar Anders (2001) p 11. Deze Stefan Broniowski moet een Oostenrijkse Theoloog zijn, die zich met Anders bezig houdt. Oorspronkelijk in “Über Heidegger”, p. 11.
11 Zie bv http://www.diver-city.be/2011/06/la-morale-du-reconfort.html
12 Anders KET (1996) p. 325. vertaling jab.
13 Die gelukkige jeugd noteert Raimund Bahr ook, a.w. p. 74
14 Ketzereien p. 155
15 Zie reeds Bibliographie Günther Anders (Stern) Primär-, Sekundär- und Tertiärquellen. 1924-1994. [Stand: Januar 1995, Update vorgesehen] Von Heinz Scheffelmeier, Berlin. Gerhard Oberschlick schijnt het onuitgegeven werk te beheren.  En er is in de USA een werk in voorbereiding onder de (voorlopige?) Titel: “History after Hiroshima: Günther Anders and the Twentieth Century”; de schrijver is J.Dawsey. Ook in heel wat boeken die C.H.Beck, München uitgeeft staan korte verwijzingen naar hoofdmomenten van zijn leven, dat inderdaad de 20e eeuw omspant.
16 Blatt Einlage in: Lieben Gestern, München (Beck) 1986 hs verbessertesTyposkript.
17 Slotzin van Thesen zum Atomzeitalter, te vinden in Die atomare Drohung, p.105. Ze stammen uit 1959
18 Dagblad Trouw 5 Juni 1999
19 Anders (1981) p. 134
20 Anders (1980) p. IX Vertaling jab: Ze zullen merken, wat het revolutionaire, of beter het catastrofale is aan de situatie waarin ze door hun geboorte terecht gekomen zijn. Namelijk de situatie dat de mensheid in staat is zich zelf uit te roeien. Daaraan zijn ze helaas maar al te zeer gewend geraakt, – en (ze zullen door krijgen) dat deze waarachtig niet eervolle macht al voor hun geboorte op gang is gebracht en dat de plichten die zij hebben al die van hun vaders en grootvaders waren. Ik eindig met de hartstochtelijke wens voor hen en hun nageslacht dat ik voor geen van mijn prognoses gelijk krijg.
21 D. Morat (2006)
22 Ludger Lütkehaus (2002)
23 Buiten Nederland komt daarbij ook het gedachtegoed van Anders weer naar voren. Zie bijvoorbeeld http://www.bernerzeitung.ch/kultur/diverses/Was-alle-treffen-kann-das-betrifft-uns-alle-/story/24191067
24 Als het niet zo ernstig was zou je het haast grappig noemen, dat Nederland dan nog een nieuwe wil bouwen.
25 Helaas is er erg weinig van Anders in het Nederlands vertaald. Wie weet wordt dat nog wat in het kader van een Anders-revival.
26 Zie van Dijk (1998) p. 161
27 Raimund Bahr Günther Anders, Leben und Denken im Wort, p. 18
28 Günther Anders (1965), p 33.
29 Günther Anders (1983) p. 1.
30 En dat is in de visie van Anders altijd wel het geval, omdat de mens sinds 6 Augustus 1945 voortdurend leeft onder (ja geconstitueerd wordt door) het gevaar uitgeroeid te kunnen worden door de atoomstaat.
31 Ketzereien p. 197: Die eiserne Inkonsequenz: “Mijn wetenschappelijk nihilisme heeft mijn handelen als mens nooit beïnvloed”.
32 KET p 202 gaat hij er min of meer prat op dat hij behalve kranten, weinig gelezen heeft. Zijn bibliotheek stelt niet veel voor, vindt hij. “Ik ben in mijn jeugd slechts gevormd door muziek en beeldende kunst”.
33 KET p. 16
34 KET p.127/128
35 De optekening van deze opmerking in de Duitse Wikipedia laat onduidelijk op grond waarvan hij of men daar lid van was. Door besnijdenis?

Günther Anders, de profeet die geen gelovige wilde zijn.(Vredesspiraalartikelen op mijn website)

Een reactie op Waarom Günther Anders lezen en bestuderen?

  1. Pingback: Aanvullend materiaal van en over Günther Anders. | Vrede is beweging

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s